Canada vreest de uitverkoop van water

De Canadese federale minister van Milieu, David Anderson, is er niet in geslaagd in eigen land overeenstemming te bereiken over handel in drinkwater. Canada beschikt over ongeveer twintig procent van de hoeveelheid zoetwater op de wereld en er bestaat grote angst dat massale verkoop van water schadelijk zal zijn voor rivieren en meren. Anderson wil voorkomen dat ongebreideld in water gehandeld kan worden.

Vijf van de tien deelstaten vinden echter dat de voorstellen van minister Anderson niet ver genoeg gaan. Ze zijn het eens met de doelstelling, maar zij willen een verbod op de export van water, dat in de komende jaren een steeds schaarser goed dreigt te worden. Het beheer van het water in Canada is een zaak van de deelstaten.

Anderson vreest dat een algeheel verbod op export in strijd is met internationale handelsverdragen. Het Californische bedrijf Sun Belt heeft de Canadese deelstaat British Columbia al voor de rechter gedaagd omdat de deelstaat een aantal jaren geleden de verkoop verbood. Sun Belt eist, met verwijzing naar het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord NAFTA, van British Columbia bijna 15 miljard gulden.

Om dit soort schadeclaims te voorkomen pleit minister Anderson voor een benadering die het milieu als uitgangspunt neemt. Dat is volgens de minister de enige manier om het water te beschermen tegen al te gretig verkopende bedrijven en tegen een dorstige zuiderbuur. In de VS wordt per inwoner bijna drie keer zo veel water geconsumeerd als in de rest van de wereld (en bijna tien keer meer dan in Afrika).

Volgens Anderson heeft Canada een federale benadering nodig om te voorkomen dat water te gemakkelijk verkocht wordt. ,,We moeten de kraan bij de bron dichtdraaien en niet aan de grens'', aldus de minister. ,,Water is het levensbloed van de aarde en er moet daarom anders mee worden omgegaan dan met andere natuurlijke hulpbronnen.''