Bedrijfslobby in Seattle actief

Europese en Amerikaanse bedrijven hebben bij de wereldhandelsconferentie een directe lijn met de onderhandelaars. De bedrijfslobby draait in Seattle op volle toeren.

De topman van Bethlehem Steel, Curtis H. Barnette, volgt de ministersconferentie van de WTO in Seattle op de voet. Chipsfabriant Intel heeft een topbestuurder afgevaardigd. En de Amerikaanse textielindustrie heeft een hoge vertegenwoordiger naar de WTO-conferentie gestuurd.

Ook de lobby van de Europese industrie draait deze week in Seattle op volle toeren. Vice-voorzitter Ludolf von Wartenberg - in Duitsland voorzitter van de belangrijkste werkgeversorganisatie – waarschuwde gisteren via de pers de Europese onderhandelaars om de economie van Europa niet de ,,gijzelaar'' te laten worden van de problemen rond het Europese landbouwbeleid in onderhandelingen over een nieuwe handelsronde.

Eurocommissaris Pascal Lamy kent het standpunt van de vereniging van Europese werkgevers Unice op zijn duimpje, want deze club heeft hem door de geregelde contacten in Brussel goed geïnformeerd over wat er voor de Europese bedrijven op het spel staat. In Seattle zijn de contacten nog geïntensiveerd. ,,Elke dag is er een speciale briefing van de Europese Commissie voor Unice'', zegt internationaal secretaris Winand Quaedvlieg van de Nederlandse werkgeversorganisatie VNO/NCW. ,,Dan kunnen we onze zorgen naar voren brengen.''

Quaedvlieg is zelf lid van de Nederlandse regeringsdelatie naar de WTO. Ook vertegenwoordigers van de FNV en van Greenpeace maken er deel van uit.

Volgens Quaedvlieg was de Europese bedrijfslobby tot voor enkele jaren zwakker dan de Amerikaanse. Het bedrijfsleven in de VS was alerter op wat er bij handelsconferenties gaande was. Bovendien legde de Amerikaanse overheid zelf contacten met de bedrijven. ,,Maar we zijn bezig aan een inhaalslag'', aldus Quaedvlieg.

De nauwe banden tussen Amerikaanse ondernemers en politici werden gisteren onderstreept tijdens een bijeenkomst van het Committee to Support U.S. Trade Laws, een machtige bedrijfslobby voor de handhaving van de anti-dumpingregels. Die maken het Washington mogelijk eenzijdig strafheffingen op te leggen op importgoederen, die in Amerikaanse ogen in de VS tegen te lage prijzen worden gedumpt. Washington heeft daar de afgelopen jaren veelvuldig gebruik van gemaakt. Juist deze week werd een rapport gepubliceerd van het American Institute for International Steel, waaruit blijkt dat de staalindustrie de afgelopen decennia miljarden dollars aan subsidie heeft ontvangen.

De Amerikaanse anti-dumpingwetten zijn in Seattle een heet hangijzer. Volgens een voorstel van de Europese Unie (gesteund door onder meer Japan) moeten die regels in een nieuwe handelsronde aan de orde komen, omdat ze op een oneerlijke wijze buitenlandse concurrentie buiten de deur kunnen houden. President Paul J. Wilhelm van de USX-US Steel Group noemde het voorstel gisteren ,,volkomen onaanvaardbaar''.

De Amerikaanse staalindustrie kan op grote steun in het Congres rekenen, want het gaat om een electoraal gevoelige kwestie. Congresleden zijn daarom ook in Seattle aanwezig om met de bedrijven de Amerikaanse delegatie onder leiding van Charlene Barshefsky nauwlettend te volgen. ,,In de staat Illinois heb ik achtduizend staalarbeiders. Zij hebben al veel geleden van de staalimport uit Azië'', zegt Jerry Weller uit Chicago, lid van het Huis van Afgevaardigden.

Ook het voorstel van de Europese Unie om de ontwikkelingslanden tegemoet te komen door de markt voor hun textielproducten versneld op te stellen, krijgt van Amerikaanse Congresleden en ondernemers geen steun. Volgens vice-president Carlos Moore van het American Textile Manufacturers Institute moeten landen als Bangladesh eerst zelf maar eens hun textielmarkt voor Amerikaanse producten openen. In de WTO-onderhandelingen hebben de Verenigde Staten inzake textiel tot nu toe geen enkele toezegging gedaan.