Apeslimme strateeg houdt z'n handen vrij

De ministers van Paars II verdedigen hun tweede begroting. Deze week kwam Frank de Grave met zijn Defensienota, volgende week behandelt de Tweede Kamer zijn begroting.

,,Frank de Grave zit als minister rustig zijn tijd uit. Hij wil de wonden van Srebrenica laten helen. Kosovo heeft hem geholpen om het imago van Defensie te verbeteren. Maar zijn hart lijkt er niet echt bij. Ik heb het gevoel dat hij een ander departement evengoed zou kunnen managen.''

Bij het Tweede-Kamerlid Jan Hoekema (D66) wisselen bewondering en kritiek elkaar af als het gaat om de 44-jarige VVD'er die zestien maanden geleden verrassend zijn partijgenoot Joris Voorhoeve opvolgde. Hoekema vindt dat De Grave ondanks alle publiciteit die hij krijgt een ,,te onnadrukkelijke minister'' is, die ,,te veel afwezig is bij grote kwesties''. ,,Die laat hij graag over aan zijn collega Van Aartsen. Zoals het debat over de Europese defensiesamenwerking.'' Dat ziet het Kamerlid Bert Koenders (PvdA), die De Grave prijst om zijn ,,open omgang'' met het parlement, ook zo: ,,Hij moet in strategisch opzicht meer aanwezig zijn.''

Op Buitenlandse Zaken wordt De Grave wel spottend ,,minister van Defensie voor het binnenland'' genoemd. Men is er daar zeker van dat de eigen minister, Van Aartsen, bij premier Kok en in het kabinet meer krediet heeft. Daarbij telt meedat Kok `qua naturel' weinig opheeft met Defensie. Zoals bleek toen De Grave hem tijdens de Kosovo-crisis vroeg of hij NAVO-opperbevelhebber Wesley Clark in het Catshuis mocht ontvangen en Kok toestemde op voorwaarde dat hij daar zelf niet bij hoefde te zijn.

In het buitenland is de minister wel eens letterlijk afwezig. Het heeft bij zijn collega's tot verbazing en ook tot enige irritatie geleid dat de nieuwe Nederlandse minister voor zijn eerste officiële NAVO-vergadering, december vorig jaar, afzegde wegens een vakantie op Bonaire. Dit omdat hij in de zomer weinig vrij had gehad en moeilijk van een al geboekte chartervlucht af kon. Dat viel ook niet goed bij de toenmalige NAVO-secretaris-generaal Solana, een man met een flinke ponteneur, die De Grave aan zijn collega's had willen voorstellen.

Een paar maanden geleden was er weer iets dergelijks. Toen kwamen in Toronto de NAVO-ministers van Defensie bijeen om de lessen van de Kosovo-acties te bespreken. ,,Ze waren er allemaal, ook de grote jongens uit Londen en Washington. Maar onze minister had afgezegd wegens drukte in Den Haag'', zegt een hoge ambtenaar. ,,Welke drukte dat was, wist niemand. Het kan in elk geval niet het werk aan de Defensienota zijn geweest. Want daarmee heeft hij zich inhoudelijk nauwelijks bemoeid.''

Integendeel, voegt dezelfde ambtenaar daaraan toe, ,,die nota is, net als de Hoofdlijnennotitie van begin dit jaar, als compromis in feite gemaakt door de chef defensiestaf (luitenant-admiraal L.Kroon, red.) en de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen. De Grave heeft daarbij de directie algemene beleidszaken, die toch als een soort interne countervailing power had kunnen werken, ook nauwelijks ingeschakeld. Dat had Voorhoeve vast wél gedaan.''. Ook Hoekema meent te weten dat de ,,knappe diplomaat Kroon'' en de bevelhebber van de landstrijdkrachten, luitenant-generaal M.Schouten, als de belangrijkste auteurs van de Defensienota mogen gelden. En dat de bijdrage van de minister beperkt was.

,,Toen Voorhoeve in 1994 op Defensie aankwam, was zijn kennis al groot. Bij De Grave was dat minder, ik weet niet of dat intussen veel verbeterd is. Hij is geen conceptuele man die, zoals Voorhoeve, 's avonds bij een glas karnemelk diepe gedachten ontwikkelt. De Grave is praktisch, een doener. Zijn contacten met militaire belangenverenigingen zijn zakelijk en nuchter. Hij zal geen conflicten met hen krijgen, laat staan dat hij zou weigeren verder met hen te spreken. Zoals Voorhoeve deed'', aldus Hoekema.

De eerder aangehaalde ambtenaar: ,,De minister ruimt alles op wat hem niet bevalt. Hij geeft opdrachten en houdt zelf zoveel mogelijk de handen vrij. Dat zijn eigen dossierkennis niet zo groeit, heeft daarmee ook te maken. Hij neemt veel over van het comité van chefs van staven en bevelhebbers, en zegt daar zelf weinig. Hij maakt liever een praatje in de Tweede Kamer. Hij weet precies wat daar leeft, want als politicus is hij apeslim. Staatssecretaris Van Hoof erkent dat. Dat bepaalt hun verhouding''. De Graves zelfgekozen `eenzaamheid' op Defensie wordt nog versterkt – publiek geheim aan het Haagse Plein – door een stroeve relatie met secretaris-generaal Dirk Barth.

Maar er is niet alleen kritiek. Er bestaat ook groot ontzag voor De Graves fijne politieke neus, zijn besluitvaardigheid en zijn vermogen om in het parlement méér klaar te maken dan zijn voorganger. De Grave werd op zijn 27ste lid van de Tweede Kamer, was wethouder in Amsterdam en staatssecretaris van Sociale Zaken. Hij laat er geen enkele twijfel over bestaan wie de baas is, wat ook een interessant verschil oplevert met Voorhoeve, die op een zo hiërarchisch denkend ministerie wel heel minzaam was.

Van een groot gevoel voor tact geeft De Grave daarbij niet altijd blijk. Dat de vroegere Amsterdamse wethouder vorig najaar vrijwel direct zijn Amsterdamse PvdA-vriend en vroegere collega-wethouder Walter Etty voor zo'n 450.000 gulden de directie voorlichting kritisch liet doorlichten, wordt nu nog met ergernis gememoreerd. Ook voor 's ministers gespierde openbare kritiek op medewerkers bestaat weinig waardering. Zijn adagium `generaals die niet loyaal zijn kunnen vertrekken' is al een paar keer krachtig toegepast, waarbij de gedachten onwillekeurig even uitgingen naar het geboortejaar (1955) van de vroegere soldaat, en stiefzoon van een militair, die nu minister is.

Een kras voorbeeld was het ontslag van de net benoemde chef van de Militaire Inlichtingendienst, op 13 juli van dit jaar. Die zei eerst te goeder trouw in het NOS-programma Nova dat hem niets bekend was van racistische uitlatingen van leden van Dutchbat in Srebrenica. Even later bleek hem dat de MID wel degelijk beschikte over een rapport waarin sprake was van dergelijke uitlatingen van enkele Dutchbat-leden. Waarna de MID-chef dat, weer te goeder trouw, aan de minister kwam melden en vervolgens, begeleid door enig lawaai in de media, ontslag kreeg. ,,Dat was eigenlijk een rotstreek. Dat was niet nodig en dat had De Grave niet nodig'', klinkt het op Defensie ook vandaag nog.

DOSSIER: www.nrc.nl