Aantal ouderen met verstandelijke handicap neemt toe

De bewoners in inrichtingen voor verstandelijk gehandicapten worden steeds ouder. Het aantal 65-plussers neemt er in een hoger tempo toe dan in de rest van de samenleving. Vooral in inrichtingen voor begeleid wonen stijgt dat aantal: in de komende twintig jaar wordt een verdrievoudiging voorzien.

Dit blijkt uit een onderzoek naar de ontwikkeling van de wachtlijsten in de verstandelijk gehandicaptenzorg dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM) voor staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) heeft uitgevoerd.

Op dit moment zouden 7.300 gehandicapten wachten op een plaats in een inrichting en 3.700 op een plaats bij de dagbesteding. Ruim 30 procent van deze wachtenden krijgt al hulp, maar ze staan op de wachtlijst omdat ze willen verhuizen of andere en/of meer hulp wensen. De onderzoekers voorzien op korte termijn nog een lichte groei van het aantal wachtenden op een plaats in een inrichting, ondanks de sterke uitbreiding van de capaciteit in de afgelopen jaren. Daarna verwachten ze dat de wachtlijsten snel korter zullen worden.

Het RIVM voorziet tot 2010 een verdere stijging van het aantal verstandelijk gehandicapten van ruim 104.000 tot zo'n 110.000. Dit is deels het gevolg van de vergrijzing van het bestand. Maar ook de `instroom' neemt toe. De `winst' die wordt geboekt door screening vóór de geboorte waarna bij een geconstateerde handicap de zwangerschap wordt afgebroken, wordt meer dan tenietgedaan door toename van het aantal vroeggeboorten, die een relatief groot risico hebben van een verstandelijke handicap.

Deze ontwikkeling is onder meer het gevolg van de latere leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, door hormonale therapie en door de toepassing van in-vitro-fertilisatie (reageerbuisbevruchting). Ook het groeiende allochtone bevolkingsdeel draagt bij aan de toename van het aantal geestelijk gehandicapten.

In de verschillende scenario's die de onderzoekers hebben opgesteld wordt ervan uitgegaan dat verstandelijk gehandicapten steeds vaker in instellingsvormen zoals begeleid wonen en gezinsvervangende tehuizen terechtkomen, dan wel met enige aanpassing zelfstandig willen blijven wonen. De vergrijzing van de gehandicapte bevolking vormt volgens het RIVM vooral de eerstkomende jaren een probleem.

Dat komt doordat gehandicapten vaak al voor hun vijftigste levensjaar met ouderdomsproblemen worden geconfronteerd. Door die extra handicap zullen ze vaak een beroep moeten doen op zwaardere hulp dan de hulp die in een gewone inrichting wordt geboden. Zij zullen derhalve verhuizen naar een grootschaliger inrichting. Daardoor is snel extra huisvesting voor een beperkte periode – naar verwachting zo'n tien jaar – nodig.