`Aandacht voor de wijk kan averechts werken'

Beleidsmakers zweren bij de `wijkaanpak'. Maar zijn alle problemen wel op wijkniveau op te lossen?

Het beleid gaat de wijk in. De politie leidt `buurtregisseurs' op. Justitie opent kantoren in `de buurt'. Arbeidsbureaus proberen werklozen in hun eigen buurt aan het werk te krijgen. En ook politici kunnen er niet meer onderuit: het bezoek aan de wijk. Maar volgens hoogleraar opbouwwerk Jan-Willem Duyvendak (Erasmusuniversiteit) dreigt ,,de wijkaanpak gemythologiseerd te worden''. Die aanpak wekt al snel de indruk dat de plek zelf schuldig is aan de achterstand van de bewoners. De problemen van de zittende bewoners worden opgelost door de wijk te `herstructureren'. Zo worden huurwoningen gesloopt en komen er koopwoningen voor in de plaats. Duyvendak: ,,Dat lijkt de hand liggend, maar migranten zijn niet werkloos omdat ze in bepaalde buurten wonen, maar ze wonen daar omdat ze werkloos zijn.''

Het is volgens Duyvendak een illusie te denken dat je de werkloosheid in een buurt kunt oplossen door in die buurt werk te scheppen. ,,Het kan zelfs een averechts effect hebben. In Rotterdam zijn bijvoorbeeld Marokkaanse vrouwen met Melkertbanen aan de slag gegaan als buurtmoeders. Het is natuurlijk een sympathiek idee. Maar wat bleek: die vrouwen hadden gehoopt dat betaalde arbeid nieuwe perspectieven zou bieden. Ze wilden juist uit hun buurt weg.''

Duyvendak hield vanmiddag in het West Indisch Huis in Amsterdam een lezing over `Zeven mythen over de wijkaanpak'. Hij waarschuwt voor een ,,eenzijdige territoriale fixatie'' en voor ,,een denken in gemiddelden''. In alle gemeentelijke nota's zie je volgens Duyvendak hetzelfde beeld: het streven naar een evenwicht tussen zwart en wit, jong en oud, arm en rijk, en huurders en kopers. Een bevolking in balans is goed, is dan de gedachte. ,,Maar waarom zouden in de ene wijk niet meer bejaarden mogen wonen, en in de andere wijk vooral jonge gezinnen?''

Met eenzijdig opgebouwde wijken is volgens Duyvendak niks mis, mits ,,deze homogeniteit gebaseerd is op vrijwilligheid''. Het denken in gemiddelden heeft volgens hem tot gevolg dat er geen oog is voor de positieve kanten van eenzijdig samengestelde buurten en wijken. In wijken waar veel Marokkaanse of Turkse families bij elkaar wonen, bestaat een uitgebreid informeel netwerk van zorg. En in de Bijlmer is er veel hulp onderling tussen alleenstaande moeders. Als je daar nu een ander type bewoner tussen gaat zetten, vallen die informele netwerken ook uit elkaar. Maar ook bij het stimuleren van etnische bedrijven is het gunstig als in een wijk veel mensen uit dezelfde bevolkingsgroep wonen. ,,Turkse bedrijven moeten het in eerste instantie toch van de Turkse clientèle hebben.''

Wie zich druk maakt over de tweedeling in de samenleving moet zich de vraag stellen of de wijkaanpak meer oplevert dan het centrale beleid van voorheen. ,,Een dergelijke politiek-van-gemiddelden zal uiteindelijk leiden tot een statistisch `eerlijker' spreiding van probleemgroepen over de stad. De problemen zijn dan `verdund', maar niet opgelost.'' Bovendien leidt het mengen van verschillende groepen bewoners niet per se tot veel onderling contact en een sterk buurtgevoel. Het wonen in een wijk zegt weinig over de scholen waar de kinderen naartoe gaan en hetzelfde geldt voor het sporten en het boodschappen doen. Duyvendak: ,,In wijken die qua samenstelling het meest gemengd zijn, zijn bewoners namelijk het minst op de eigen buurt georiënteerd, terwijl in de ongemengde tuinsteden en suburbia, waar veel witte kinderen opgroeien, de buurtgerichtheid juist het grootste is.'' Duyvendak noemt als voorbeeld de Amsterdamse Pijp, door iedereen aangeprezen als `de volkswijk van Amsterdam' waar yuppen naast Marokkanen wonen. Maar juist in de Pijp ontbreekt vrijwel elke vorm van burencontact. ,,De bewoners zijn veel meer gericht op de stad als geheel dan op hun eigen buurt.''