Wahid haalt Gusmão in als staatshoofd

Jose Alexandre `Xanana' Gusmão, naar verwachting de eerste president van het onafhankelijke Timor Loro Sae (Oost-Timor), en president Abdurrahman Wahid van Indonesië hebben gisteren verklaard dat beide landen het verleden achter zich willen laten en wederzijds voordelige betrekkingen willen aanknopen.

Gusmão noemde de 24 jaar lange Indonesische bezetting een ,,historische vergissing'' en zei dat zijn volk ,,vriendschap en samenwerking'' wenst met Indonesië, ,,gebaseerd op wederzijds respect en bijstand''.

Xanana – Gusmão's nom de guerre toen hij nog een guerrilla leidde tegen de Indonesische troepen in Oost-Timor – werd gisteren in het Jakartaanse Staatspaleis door president Wahid onthaald als was hij al staatshoofd. Tijdens een receptie in het Regent Hotel zei Xanana dat hij naar Jakarta was gekomen ,,om nauwe banden te smeden met het nieuwe Indonesië, dat hecht aan democratie, mensenrechten, gerechtigheid en waarheid''. Gusmão, gehuld in een chique grijs pak, liet zich breed lachend fotograferen met en al even goedlachse Wahid. De Oost-Timorese leider zei dat zijn komst niet als oogmerk had ,,om herstelbetalingen te eisen, maar om het Indonesische volk duidelijk te maken dat beide naties kunnen samenleven en samenwerken voor een betere toekomst''.

Xanana deed gisterenmiddag tegenover journalisten een beroep op president Wahid om de achttien Oost-Timorezen op vrije voeten te stellen die net als hijzelf zijn berecht wegens hun gewapende verzet tegen het Indonesische bestuur en nog vastzitten in Indonesische gevangenissen. Hij werd op zijn wenken bediend. Wahid zegde enkele uren later toe dat hij volgende week een besluit zal tekenen om de achttien vrij te laten.

Xanana was tegenover de Indonesische generaals minder tegemoetkomend dan jegens zijn ,,oude vriend'' Wahid. Hij zei onomwonden dat het leger zijn banden met de pro-Indonesische Oost-Timorese milities moet doorsnijden. Deze milities begonnen na het referendum van 30 augustus toen 78 procent van de bevolking voor onafhankelijkheid koos, een campagne van moord en brandstichting, die honderdduizenden Oost-Timorezen op de vlucht joeg, vooral naar aangrenzend West-Timor.

Gisteren verklaarde een door ex-president B.J. Habibie ingestelde onderzoekscommissie onder leiding van de journalist Albert Hasibuan dat Indonesische militairen actief hebben meegedaan aan deze terreurcampagne. De commissie zou documenten hebben gevonden die bewijzen dat officieren rechtstreeks waren betrokken bij het moorddadige optreden van de milities. Op de vraag of hij na dit Indonesische onderzoek bereid is het voorgenomen VN-onderzoek af te blazen, zei Gusmão dat hij daartoe niet bevoegd is. Hij noemde de milities die zich verschuilen in de vluchtelingenkampen van West-Timor een destabiliserend element en waarschuwde de Indonesische regering, dat ze haar internationale reputatie kan verspelen als ze er niet in slaagt de milities te beteugelen. Gusmão: ,,Wij vragen van het leger, vooral de generaals van Kopassus (het Korps Commandotroepen, red.), om de steun aan de milities te staken, omdat dit een bron van verlegenheid kan worden voor het Indonesische volk.''