Swapo werpt zich in Namibië op als `messias'

Namibië ging vandaag en gisteren naar de stembus om een nieuwe president en een nieuw parlement te kiezen. De regerende Swapo-partij neigt naar hoogmoed.

Ineens is het hommeles. Er klinken schoten. Mensen vluchten alle kanten uit. Paniek. Het Congres van Democraten (CoD), een van de zeven Namibische oppositiepartijen, heeft het gewaagd een vergadering te beleggen in Mondesa, een township bij het stadje Swakopmund. Dit is een bolwerk van de Volksorganisatie van Zuid-West-Afrika, beter bekend als Swapo, en die duldt geen tegenspraak. De manifestatie eindigt in chaos. Eenmaal in veiligheid zegt een lokaal CoD-lid: ,,Ik geloof niet dat we Swapo van de verkiezingsoverwinning kunnen afhouden. Het knabbelen aan hun tweederde meerderheid zou al een hele prestatie zijn.''

Het Congres van Democraten bestaat voornamelijk uit weggelopen leden van de voormalige bevrijdingsorganisatie Swapo. `Verraders' worden ze genoemd. Maar daar laat partijleider Ben Ulenga zich niet door afschrikken. Ulenga (47) is zelf gepokt en gemazeld in de `strijd' voor onafhankelijkheid. Hij was jeugdleider van Swapo en zat in de jaren tachtig gevangen op Robbeneiland wegens zijn acties tegen de Zuid-Afrikaanse bezetting. Vorig jaar deed Ulenga afstand van een van de best betaalde Namibische banen: het ambassadeurschap in Londen. Hij verliet de partij, hetgeen in dit land van 1,6 miljoen inwoners een schok teweegbracht. Voor het eerst durfde iemand van formaat de autocratisch regerende president Sam Nujoma (70) te weerspreken.

Aanleiding voor Ulenga's vertrek was zijn onvrede over de verandering van de grondwet door de Swapo. Met een simpele pennenstreek zorgde de partij ervoor dat Nujoma die al de maximale twee termijnen van vijf jaar als president erop heeft zitten, zich voor de derde keer verkiesbaar kon stellen. Al langere tijd ergerde Ulenga zich aan wat hij noemde de `machtswellust' van Swapo. Begin dit jaar richtte hij het Congres van Democraten op.

Swapo, voorheen getraind in verfijnde technieken door de Oost-Duitse Staatssicherheitsdienst (Stasi), staat niet bekend om zijn tolerantie. Tussen 1975 en 1989 werden in kampen van de Swapo duizenden dissidente leden gevangengezet, gemarteld en gedood, zo heeft Nujoma naderhand schoorvoetend toegegeven. Ulenga zegt dat die kampen binnen de partij een `angstcultuur' kweekten die nog altijd doorwerkt en het land verlamt.

,,Namibië zit zo goed als aan de grond door corruptie, nepotisme en wanbestuur waarvoor de huidige regering verantwoordelijk is'', zegt Ulenga in de hoofdstad Windhoek, ,,wij willen het land weer hoop geven.'' Hoewel Swapo de rijen redelijk gesloten heeft weten te houden, kreeg Ulenga eind oktober een medestander in onderminister van Informatie Ignatius Shixwameni, die opstapte wegens wat hij noemde ,,een klimaat van paranoia en politiek kannibalisme''. Shixwameni zei dat de Swapo voor bewindslieden een voertuig voor zelfverrijking was geworden: bovenop hun riante salarissen zouden kabinetsleden belastinggeld voor zichzelf gebruiken en beschikken over overzeese bezittingen dan wel bankrekeningen.

De secretaris-generaal van Swapo, Hifikepunye Pohamba, ontkent niet dat er corruptie is in Namibië. ,,Maar de ernst ervan moet niet worden overdreven'', zegt hij losjes. Misbruik van overheidsgeld komt voornamelijk op lager niveau voor, meent Pohamba. ,,We werken eraan.''

Begin deze maand lanceerde Swapo een felle campagne gericht tegen Ben Ulenga. Er waren documenten opgedoken, ineens, zo onthulde Peter Sheehama, de veiligheidsadviseur van Nujoma. De papieren toonden aan dat Ulenga in zijn vorige leven als verzetsstrijder had samengewerkt met het apartheidsregime. Verder was aan de kust een massagraf `ontdekt', vermoedelijk van slachtoffers die de troepen van Ulenga hadden gemaakt. Het was een pijnlijke misrekening van Swapo: de documenten bleken vals, terwijl de skeletten in het massagraf bij nader onderzoek toebehoorden aan slachtoffers van de Spaanse griep uit 1918.

Swapo blijft intussen de partij met de opgeheven zwarte vuist, het symbool uit de onafhankelijkheidsstrijd. Voor Nujoma en de zijnen is het land regeren een voortzetting van de guerrilla met andere middelen. `Vijanden' zijn er nog steeds, zoals de `buitenlanders', de gebruikelijke presidentiële aanduiding van de blanke minderheid. Het zelfvertrouwen van Swapo grenst aan hoogmoedswaanzin. Swapo-minister van Binnenlandse Zaken Jerry Ekandjo noemde zijn partij vorige week `de messias' die Namibië ten minste de komende honderd jaar zal regeren.

Bij de verkiezingen van deze week lijkt Swapo in elk geval op de zege af te stevenen, voor de derde maal in successie. Belangrijker dan dat is het percentage waarmee die overwinning wordt behaald. In 1994 kregen partij en president Nujoma respectievelijk 73,89 en 76,34 procent van de stemmen. Als Ulenga erin slaagt daar een gevoelige hap uit te nemen, bewijst dit in elk geval dat een groeiend deel van de kiezers Swapo liever ziet gaan.

Maar waarnemers wijzen ook op de verdiensten van Swapo. André Le Roux van de Zuid-Afrikaanse zondagskrant Rapport zegt dat er nu ten minste vrede is in `Die Suidwesterland', daar waar jarenlang werd gevochten. De Namibische premier Hage Geingob sprak tegenover Le Roux verzoenende taal en zei dat ,,blanke Namibiërs volwaardige burgers'' van het land zijn. Anderen zijn minder optimistisch; etnische en politieke tegenstellingen zouden in Namibië alsnog tot ernstige conflicten kunnen leiden. Phil ya Nangoloh van de Nationale Vereniging voor Mensenrechten, vreest dat het verkiezingsgeweld tegen Ulenga's Congres van Democraten de opmaat kan zijn tot ,,veel bloedvergieten''.