`Soms moet je aanvallen om je te verdedigen'

Vanuit Groot-Brittannië is een bont gezelschap Midden-Oosterse dissidenten bezig de wereld naar hun inzicht te verbeteren. Als tweede in een korte serie: Abu Hamza de Egyptenaar

Het is kil en donker en het regent een beetje. Uit een groezelig autootje wenkt een hand. De hand is van een lange, bebaarde Afghaan die even in Londen is voor hij zijn werk in Afghanistan als militair instructeur van de Talibaan hervat. Zegt hij. Naast hem zit een jonge, even bebaarde Kashmiri. Beiden zijn aanhangers van Abu Hamza al-Masri – Abu Hamza de Egyptenaar – een van de talrijke Midden-Oosterse dissidenten die vanuit Londen de strijd voortzetten die zij thuis alleen in de gevangenis kunnen voeren. Abu Hamza, leider van de Steunpilaren van de Shari'a, kan zelf niet chaufferen, want hij heeft geen handen meer. Verloren in de tijd dat hij in Afghanistan vocht. Zegt hij.

Net als zijn vriend Omar Bakri predikt Abu Hamza de islamitische wereldrevolutie, en hij kan niet worden gezien als een ongevaarlijke gek. ,,Altijd maar jihad (heilige oorlog)!'', heeft sjeik Bakri, die zelf iets subtieler is, hem gekenschetst. De Jemenitische regering weet ervan mee te praten. Die heeft zijn uitlevering gevraagd op beschuldiging van export van terrorisme. In de Finsbury Park-moskee in Noord-Londen, waar Abu Hamza elke vrijdag preekt, is vorig jaar volgens hen een complot gesmeed om bomaanslagen te plegen op Britse doelen in Jemen. Abu Hamza's zoon en schoonzoon maken deel uit van een groep van tien die daarvoor in Jemen zijn gearresteerd en veroordeeld. De zoon heeft bekend, aldus de Jemenieten, maar Abu Hamza gooit dat op foltering. De tien, van wie acht de Britse nationaliteit hebben (zoals ook Abu Hamza zelf), waren namelijk gewoon met vakantie, naar een goedkoop land in de zon. ,,Maar ze dragen mijn naam, en ik heb werkelijk een slechte naam in het Midden-Oosten.''

`MECCA BINGO' spetteren grote neonletters vlakbij Abu Hamza's woning in Shepherd's Bush. Het moet hem een dagelijkse gruwel zijn: een kansspel in innige verbintenis met de heiligste plaats van de islam. En het zal hem stijven in zijn mening over de Westerse verdorvenheid – waarvan hij overigens intiem kennis heeft genomen. Hij is immers in Londen in de jaren tachtig begonnen als uitsmijter van een nachtclub.

Zelf spreekt hij liever over zijn start als werktuigbouwkundig ingenieur, hoewel hij ook daar bepaald niet trots op is. Of heeft hij het toch over zijn tijd als uitsmijter? ,,Ik deed verkeerd'', zegt hij. ,,Ik moet allereerst berouw tonen, ik moet het goed maken. Wat mij veranderde was de schok van de obsceenheid die ik heb gezien, het zeer lage peil van de mensen tussen wie ik leef, de dubbele standaard die ik zie, die ik kan zien omdat ik uit het Midden-Oosten kom. In Jemen vind je geen mensen die met honden trouwen. In Jemen kom je niet tegen dat twee vrouwen met elkaar trouwen. Mensen hier zijn de slaaf van hun verlangen en hun behoeften. Ik voel dat ik een boodschap heb voor de mensen hier. Ik wil niet dat de mensen dezelfde weg gaan die ik ben gegaan. Een van de manieren voor mij om berouw te tonen, is om het de mensen uit te leggen.''

,,Wij willen dat iedereen in de hele wereld leeft voor de islam. Maar eerst moeten we het thuis op orde brengen. Egypte moet worden geregeerd door de islam. Van Marokko tot Pakistan, op en neer. Als het zover is, kunnen we de andere landen ertoe bewegen tot de islam over te gaan.''

Geen enkel islamitisch land is op dit moment op orde, vindt Abu Hamza. ,,Alle Arabische landen kunnen zelfs worden beschouwd als afvallig van de islam. Elk land dat de islamitische wet heeft vervangen door een door mensenhand gemaakte wet, is van de islam afgevallen. Zodra de regeerder en zijn mensen de wet wijzigen, zijn ze niet langer islamitische leiders, dan zijn ze gewoon een bende die aan de macht is. De mensen in onze landen zijn onderdrukte moslims, die alleen nog proberen te leven.''

Abu Hamza kan zelf niet meer vechten. Maar hij steunt mensen ,,die de goede zaak dienen en die wij een mujahedeen (islamitische vrijheidsstrijder) noemen. Soms handelen wij als versterker, om hun stem luider en luider te maken.'' Wat is de goede zaak? ,,Als ze vechten om islamitische redenen, voor de islamitische wet, voor zedelijkheid, dan steunen we hen. De Gama'a in Egypte is nu met de regering, we zijn het niet met hen eens over hun soepele benadering van de regering. Maar de Tsjetsjeense mujahedeen, die helpen en steunen we nu. En het geeft niet waar. Dat is de schoonheid van de islam. Iedere moslim, of hij nu net tot de islam is overgegaan, of tienduizend islamitische voorouders bezit, heeft evenveel rechten. de islam zorgt voor mensen van het zwartste zwart tot het witste wit. Daarom steunen wij overal de shari'a. De shari'a is één, de islam is één, onze God is één, ons doel is één, dus waarom zouden we iets uitzonderen van onze strijd?''

Abu Hamza zegt dat hij in Engeland strijders opleidt. ,,Dat is een verplichting in de islam. Iedereen moet zo sterk mogelijk zijn. Een sterke persoon slikt geen vernedering.'' Ook militaire training? ,,Alles, alles wat de mensen helpt te overleven. Om te overleven moet je je soms verdedigen, en soms moet je aanvallen om je te verdedigen.''

En als er dan burgers bij omkomen, dan moet dat maar. ,,Moslims moeten in principe geen burgers onder vuur nemen, tenzij het absoluut noodzakelijk is. Als een regering burgers als schild gebruikt, bijvoorbeeld, dan is het gerechtvaardigd. De Koran leert dat als je in de buurt komt van tirannen en onderdrukkers, je zelf de hitte zal voelen. Als iemand bijvoorbeeld Engeland zou willen treffen, omdat Engeland de Irakezen bombardeert, en hij toevallig met zijn raket mij en mijn kinderen doodt, dan is dat gerechtvaardigd. Je kan hem niet vragen: waarom doodde je Abu Hamza en zijn kinderen? Omdat hij u zal vertellen: Ik wilde Abu Hamza niet doden, maar hij had weg moeten gaan.''

site Abu Hamza:

www.ummah.net/sos