Sissy Spacek

In een reeks profielen van gezichtsbepalende hedendaagse sterren deze week Sissy Spacek, die haar beste rollen als `gewone vrouw' speelde, en nu is te zien in `The Straight Story' van David Lynch.

Mededogen met Sissy Spacek hebben de castingbureaus in Hollywood nooit gehad. Werd ze in het begin van haar carrière veroordeeld tot het spelen van gestoorde tieners, vanaf de jaren tachtig kwam ze voornamelijk terecht in rollen waarvoor veel gehuild moest worden. Een ongelukkige huisvrouw, een wanhopige echtgenote, een gescheiden moeder, een gefrustreerde dochter, een geschifte zuster – de besproete blondine met de flets-blauwe ogen draait haar hand er niet voor om. Denkend aan Spacek zie ik warme tranen traag langs beide wangen gaan.

Niet dat Mary Elizabeth Spacek (Quitman, Texas, 25 december 1949) een beperkte actrice is. Haar vermogen om (licht) hysterische vrouwen geloofwaardig te portretteren leverde terecht vijf Oscarnominaties op, waarvan er één, voor haar vertolking van countryzangeres Loretta Lynn in Coal Miner's Daughter (1980) werd omgezet in een Academy Award. Onder regie van Michael Apted, nu de man van de nieuwe Bond-film, speelde ze de zingende mijnwerkersdochter niet alleen als gerijpt artieste (en zonder te playbacken!), maar ook als 13-jarig meisje. Het was niet de eerste keer dat de zelfs als veertiger nog meisjesachtige Spacek een veel jonger personage speelde. Toen ze na een opleiding aan de Actors Studio van Lee Strasberg haar debuut had gemaakt in het misdaadmelodrama Prime Cut (1972, tegenover Lee Marvin en Gene Hackman) werd ze door regisseur Terrence Malick gevraagd voor Badlands, waarin ze – net 23 geworden – gestalte gaf aan het 15-jarige vriendinnetje van een moorddadige psychopaat. Drie jaar later werd ze met Carrie van Brian De Palma wereldberoemd als het schuwe schoolmeisje dat met behulp van telekinese wraak neemt op de klasgenoten die haar op de high school prom vernederen.

`I love character roles... I love characters with big teeth,' zei Spacek onlangs tegen een Canadese krant. Maar haar beste rollen waren de wat gewonere vrouwen: de gescheiden moeder in Raggedy Man, geregisseerd door haar echtgenoot Jack Fisk; de activiste tegen wil en dank in Costa-Gavras' politieke drama Missing; de moederlijke boerin in The River (1984); de vrouw van openbaar aanklager Garrison (Kevin Costner) in Oliver Stone's JFK. Dat Spacek daarna nauwelijks meer films maakte kwam niet doordat Hollywood haar te oud vond voor aantrekkelijke rollen – van haar sex appeal heeft ze het toch nooit moeten hebben – maar omdat ze naar Virginia is verhuisd en als moeder van een tweeling andere dingen aan haar hoofd heeft. Alleen af en toe, zoals in de nieuwe film van David Lynch, laat ze nog zien dat ze vroeger niet voor niets grossierde in Oscarnominaties.