Rechtbank Amsterdam laat Zwarte Cobra vrij

De rechtbank in Amsterdam heeft gisteren de voorlopige hechtenis van Henk Orlando R., bijgenaamd de `Zwarte Cobra', opgeheven. Henk R. staat terecht voor de export van 48 kilo cocaïne, 364 kilo hasj en 198 kilo marihuana in 1997 naar Engeland en voor het leiding geven aan een criminele organisatie.

In de motivatie van haar beslissing zei de rechtbank rekening te houden met de mogelijkheid dat een celstraf voor R. niet langer zal duren dan de bijna twee jaar die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Gebruikelijk is een strafvermindering van eenderde bij goed gedrag, wat zou betekenen dat R. een straf van maximaal drie jaar te wachten staat. Henk R. werd in januari 1998 in het Spaanse Marbella gearresteerd.

Volgens advocaat P. Doedens betekent de beslissing dat de rechtbank het in het dossier gepresenteerde bewijsmateriaal niet erg overtuigend vindt. ,,Justitie heeft de zaak tegen mijn cliënt van tevoren gepresenteerd als megazaak. Maar de boel is als een plumpudding in elkaar gezakt. Diverse getuigen hebben verklaard dat niet Henk R., maar zijn zoon Gilbert achter het transport in Engeland zat'', aldus Doedens.

Vorig jaar veroordeelde het Amsterdamse gerechtshof de Joegoslaaf D.I. tot acht jaar gevangenisstraf wegens zijn betrokkenheid bij het drugstransport. Ook Gilbert R., de zoon van Henk R., werd veroordeeld. Enkele weken geleden werden vier medeverdachten van Henk R. wegens hun betrokkenheid bij het drugstransport naar Engeland veroordeeld tot gevangenisstraffen tot 30 maanden.

Het Amsterdamse openbaar ministerie dat de beslissing van de rechtbank een ,,tegenslag'' noemt, wijst erop dat nog steeds de mogelijkheid bestaat dat de straf hoger uitvalt. ,,De rechtbank heeft gezegd dat er nog steeds ernstige bezwaren zijn tegen deze verdachte op grond van de tenlaste gelegde feiten'', zegt persofficier S. de Klerk. ,,Bovendien heeft zij expliciet aangegeven dat de beslissing hen niet bindt aan een maximumstraf.'' Op 7 februari wordt de zaak tegen Henk R. voortgezet.

Mocht het niet tot een veroordeling komen, dan is het de tweede keer dat de Zware Cobra de dans ontspringt. In 1994 werd R. vrijgesproken van grootschalige hasjhandel, nadat in hoger beroep duidelijk was geworden dat de politie inkijkoperaties had verzwegen. Het IRT-rapport ging in 1995 uitgebreid op de zaak in om te illustreren hoe omstreden opsporingsmethoden de rechtsgang kunnen frustreren.