Ramp

De Russische spoorwegen weten alles van kou. Hup, nog een schep kolen op de kachel, en de treincoupés veranderen in kleine woonkamers, de wagons in binnenstraten, er wordt gegeten, gedronken en een liedje gezongen, en intussen raast de Kiev-expres door de maannacht. In de bar laten we, zoals dat heet, `onze zieltjes vliegen'.

Irina Trantina, een oude kennis, staat op het station. ,,Weet je dat ik hier werkte, in '86'', zegt ze. ,,Ik had nachtdienst, en het eerste wat me die vroege ochtend van de 26ste april opviel was de totale stilte. Er was geen politie, niemand. Heel vreemd. De volgende dag pikte een vriend iets op bij de Voice of America, iets over een explosie. Toen ik op m'n werk kwam, stond de hele stationshal vol vreemde mensen. Iemand zei: `Die komen uit Tsjernobyl. De kerncentrale is opgeblazen.' Geruchten begonnen rond te gaan. Op de 30ste april vertrok een speciale trein, vol hoge functionarissen en hun families. Toen wist iedereen in de stad dat er iets heel erg mis was. Maar de radio zei niets.

,,Op 1 mei waren er de gewone festiviteiten en parades. Ik belde een familievriend, een hoge militair. Hij zei: `Er is een atoomcentrale de lucht ingegaan. Niemand weet wat te doen, dat is realiteit.' De volgende dagen was heel Kiev één brok paniek, iedereen probeerde weg te komen, het leek wel oorlog. We aten ons suf aan jodium, we dachten dat zoiets hielp. ,,Op 5 mei kwam een officiële verklaring: `Er zijn enkele problemen, maar er bestaat geen enkel risico.' Op 9 mei kwam het bevel dat alle kinderen weg moesten. Nog steeds wisten we niets.''