Onmin over huurverhoging

Staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) en een meerderheid in de Tweede Kamer kunnen het niet eens worden over de maximale huurstijging in de komende twee jaar. De Kamer vindt dat voor het grootste deel van de woningen de huurverhoging beperkt moet blijven tot het inflatie-percentage, ruim 2 procent. Voor de overige woningen mag de huur, mits door de verhuurder gemotiveerd, met maximaal 4,25 procent stijgen.

De wens van de Kamer is verwoord in een motie van D66 die gisteren de steun kreeg van PvdA en de kleinere oppositiepartijen. Remkes, die meent dat voor alle woningen een maximum van 4,25 procent moet gelden, wil de motie eerst in het kabinet bespreken voor hij aangeeft of hij deze al of niet zal uitvoeren.

De motie wil de huurverhoging voor duurdere woningen, waarvan de huur nu al meer bedraagt dan 60 procent van wat maximaal is toegestaan, beperken tot het niveau van de geldontwaarding. Het gaat daarbij om ongeveer 60 procent van de huurwoningen. Voor de andere woningen zou de huur met maximaal 4,25 procent mogen stijgen. Remkes is daartegen omdat dan juist de onderkant van de huurmarkt kan worden geconfronteerd met de relatief grootste huurstijging. Ook legt de motie volgens Remkes de woningcorporaties te sterk aan banden.

Remkes en Kamer discussiëren al geruime tijd over het huurbeleid in de komende twee jaar. Een deel van de Kamer wil het maximum van de huurverhoging koppelen aan het percentage van de geldontwaarding. Remkes wil dit ook, maar anders dan de Kamer pas in 2002. Hij wil de verhuurders in de gelegenheid stellen zich daar op voor te bereiden. Remkes ging er overigens van uit dat, net als dit jaar, ook in 2000 de huurverhoging in de praktijk gemiddeld nauwelijks boven de inflatie uit zou komen: dit jaar zijn de huren gemiddeld met 2,8 procent gestegen, voor 2000 verwacht Remkes een gemiddelde stijging met 2,5 procent. Hij heeft daar al bij de woningcorporaties op aangedrongen. Maar hij wil ze daar niet toe verplichten, omdat corporaties in een aantal gevallen hogere inkomsten nodig hebben om niet in financiële problemen te komen of om investeringen in de woningen te kunnen financieren.

In het regeerakkoord is afgesproken dat het maximum van de huurverhoging in de loop van de tijd daalt naar het inflatieniveau.