Omroeptoezicht

Jo Bardoel meent in NRC Handelsblad van 23 november dat fiscalisering van de omroepbijdrage ertoe kan leiden dat de publieke omroep verwordt tot een soort staatsomroep. Daarmee roept hij een schrikbeeld op waar geen weldenkend mens zich achter kan scharen. Fiscalisering houdt in dat de omroep voortaan op dezelfde wijze wordt gefinancierd als alle andere terreinen van het cultuurbeleid. Bij de begrotingsbehandeling worden de cultuuruitgaven inderdaad jaarlijks afgewogen tegen de andere uitgaven, maar de afgelopen decennia is de cultuurbegroting daar alleen maar beter van geworden.

Financiering van de publieke omroep via de cultuurbegroting maakt ook een beoordeling op kwaliteit mogelijk. Het is echter niet de staat die oordeelt, maar een commissie van onafhankelijke deskundigen. Een dergelijk kwaliteitsoordeel is dringend gewenst in deze tijd van emotietelevisie.

Wanneer het omroepbeleid de systematiek van het cultuurbeleid volgt, betekent dit dat de overheid in omroepland slechts marktaanvullend bezig zal willen zijn. Zoals het kunstbeleid geen housemuziek subsidieert, omdat dit genre zichzelf kan redden op de markt, zo zou hetomroepbeleid geen programma's moeten financieren die in ruime mate beschikbaar komen via de commerciële omroepen.

Dat de publieke omroep een volledig programma moet verzorgen, hinkt nog altijd op de gedachte van de sandwichformule: een stichtelijk of opvoedend programma zenden we uit tussen een voetbalwedstrijd en een weekendshow in. In een tijd waarin de oude zuilen voorgoed verdwenen zijn en de zapcultuur hoogtij viert, is dat een achterhaalde gedachte.

Dat de reclame-inkomsten van de publieke omroep door zo'n nieuwe benadering drastisch zullen teruglopen, neem ik als belastingbetaler graag voor lief. Het resultaat is namelijk dat ik als kijker een breed geschakeerd programma-aanbod krijg van zowel de commerciële als de publieke omroep. Waar de een zich uitput in platte programma's, zal de ander zich inspannen voor bijzondere, kwalitatief hoogwaardige producten die niet afhankelijk zijn van kijkcijfers, maar van het kwaliteitsoordeel van derden.

Drs. Kees M. Paling is cultuursocioloog en publicist.