Minderheden

PROBLEMEN MET minderheden doen zich, wat Europa betreft, niet alleen voor in de Balkan. Ook elders worden provincies er op gewelddadige wijze mee geconfronteerd: op Corsica, in Baskenland en in Ulster. Een vuistregel is dat binnen democratieën minderheden niet op geweld behoeven terug te vallen, omdat er wettige wegen voor hen openstaan om hun specifieke belangen te verdedigen. Maar dat is in het algemeen een regel die meer indruk maakt op de meerderheid dan op de minderheid die het aangaat. Die acht zich vaak onbegrepen en niet gehoord, wat extremen binnen die minderheid als rechtvaardiging nemen voor terroristisch gedrag tegen de `onderdrukkende staat' en zijn vertegenwoordigers alsmede tegen `collaborateurs' in eigen kring.

Zo werd de Corsicaanse stad Ajaccio vorige week donderdag opgeschrikt door twee zware bomaanslagen op openbare gebouwen – twee uit een reeks van vele. In Spaans Baskenland maakte de ETA afgelopen weekeinde een einde aan een bestand waaraan deze terreurgroep met een zeer bloedige staat van dienst zich gedurende veertien maanden had gehouden. In Ulster, ten slotte, kon met de vorming deze week van een provinciale regering waarin republikeinen en unionisten zijn vertegenwoordigd, een keer ten goede worden geregistreerd. Maar ook daar hangt de verzoening af van de bereidheid van de IRA om vóór februari haar wapens in te leveren.

IEDER VRAAGSTUK over minderheden heeft zijn eigenaardigheden. De Franse republiek gaat uit van het burgerschap. In die beleving staat de citoyen als individu in regelrechte verbinding met de res publica en is er eigenlijk geen plaats voor minderheden. Officiële reacties op de in Corsica endemische gewelddadigheid staan dan ook nagenoeg uitsluitend in het teken van de strafvordering. De Franse staat kan zich eigenlijk niet voorstellen dat er staatsburgers zijn die zich niet met de republiek kunnen vereenzelvigen.

In traditionele monarchieën als Spanje en het Verenigd Koninkrijk ligt dat genuanceerder. Natuurlijk, ook daar wordt vastgehouden aan de integriteit van de historische staat, maar de bereidheid om het bestaan van minderheden en hun belangen te erkennen is er doorgaans groter. De Spaanse regering heeft bijvoorbeeld gedurende de bestandsperiode enige concessies aan de ETA gedaan zoals de vrijlating van gevangenen en het overplaatsen van veroordeelden naar gevangenissen in of in de buurt van Baskenland. Maar de ETA wil niet met minder genoegen nemen dan een onafhankelijk en verenigd Baskenland. Nu daarover met Madrid noch met Parijs te praten valt, heeft zij aangekondigd `de strijd te hervatten'.

IN ULSTER IS het vraagstuk gecompliceerder. De katholieke minderheid daar behoort in Ierland als geheel tot de meerderheid. Het ideaal van de IRA en haar politieke arm Sin Fein is dan ook hereniging van Ulster met de Ierse republiek. Voor het protestantse volksdeel is daarentegen de unie met het Verenigd Koninkrijk een onaantastbaar gegeven. Het zogenoemde Goede-Vrijdagakkoord van vorig jaar heeft daarvoor een even ingenieuze als ingewikkelde oplossing aangedragen. De provincie wordt autonoom op tal van beleidsonderdelen, blijft binnen het Verenigd Koninkrijk, maar ontwikkelt een eigen relatie met de Ierse republiek. Dit compromis was de uitkomst van Amerikaanse bemiddeling en verregaande toenadering tussen de regeringen in Londen en Dublin.

Na de nodige strubbelingen sindsdien over de vrijwillige ontwapening van de IRA kon de afgelopen weken dan eindelijk een definitieve stap worden gezet naar de vorming van een provinciale regering, die nu haar beslag heeft gekregen. Van de kant van Sin Fein is de unionistische eis dat die ontwapening binnen twee maanden moet zijn voltooid, weliswaar als een ultimatum afgedaan dat de goede sfeer alweer heeft verpest, maar die eis is in het licht van de geschiedenis zo vanzelfsprekend dat een niet-nakomen daarvan als een daad van kwade wil zou moeten worden begrepen.

IN DE LOOP der jaren is de in Ulster onder de bevolking gegroeide afkeer van sektarisch geweld van doorslaggevende betekenis geweest voor de doorbraak die kon worden bereikt. In Baskenland was de ETA na een aantal perverse moorden eveneens in een isolement geraakt. Vandaar het bestand. Maar anders dan haar Ierse evenknie blijft zij kiezen voor terrorisme, desnoods ook tegen de gematigde meerderheid binnen het eigen volk. De illusie dat alleen de onbegrensde onafhankelijkheid het geneesmiddel tegen alle kwalen is, speelt deze ultra's parten. De Spaanse regering zou intussen een voorbeeld kunnen nemen aan de Britse en volharden in haar pogingen aansluiting te zoeken bij de gemoedsgesteldheid van de meerderheid binnen Spanjes Baskische minderheid.