Mighty Aphrodite

Wie Woody Allen zegt, zegt neuroses en hyperrealisme. Toch hebben sommige van zijn films surrealistische trekjes, zoals The Purple Rose of Cairo waarin het filmidool van Mia Farrow plots van het witte doek stapt, en Everyone Says I Love You waarin de personages meerdere malen in vals gezang uitbarsten. Mighty Aphrodite (1995), vanavond op tv te zien, bevat een Grieks koor dat ironische analyses geeft: de oude Grieken als psychiater.

Woody Allen speelt in deze bij vlagen hilarische film de sjofele sportverslaggever Lenny die een beetje rondhangt bij bokstrainingen en hier en daar een luchtig gesprekje voert met een trainer die hij al jaren kent. Zijn relatie met een kille galeriehoudster krijgt weer een beetje glans als ze een kindje adopteren. Het had weinig gescheeld of de jongen zou vernoemd worden naar een van Lenny's (en Woody's) helden Groucho, Sugar Ray of Thelonious, maar ze noemen hem uiteindelijk gewoon Max, want dat klinkt wel lekker als hij senator of rabbi gaat worden. Na een tijdje raakt Lenny nieuwsgierig naar de biologische ouders van de hoogbegaafde Max. De moeder, geweldig gespeeld door Mira Sorvino die hiermee een Oscar won, blijkt geenszins slimme genen te hebben, maar is een oliedomme prostituee met een glansrol in de pornofilm The Enchanted Pussy.

Geschokt door haar ordinaire gedrag en haar vuilbekkerij, probeert Lenny haar op het rechte pad te krijgen. Net als in Manhattan, waarin een oudere man allerlei levenswijsheden afvuurt op zijn tienervriendin, ontfermt hij zich over de jonge vrouw als een soort vader die het beste met haar voor lijkt te hebben, maar vooral denkt aan zijn eigenbelang. Hij kan het niet verdragen dat de biologische moeder van zijn zoon zo'n oneerzaam beroep uitoefent. Dus is het volgens hem het beste als ze trouwt met een uienboer, en een rustig, voorbeeldig leven op het platteland gaat leiden.

De meeste grappen komen voort uit de botsing tussen de welgestelde Lenny en de domme pornowereld. Op het eerste gezicht lijkt de film een irritant moralistische strekking te hebben, en ook de door Allen geschreven dialogen waarin hij het hoertje laat zeggen dat hij `een goede man' en `zo welbespraakt' is, zijn nogal dubieus. Wederom is Allen ergerlijk en aimabel, zelfingenomen en kwetsbaar; voor de liefhebbers onweerstaanbaar, voor de Allen-haters onverdraaglijk.

Mighty Aphrodite (Woody Allen, 1995, VS), Canvas, 20.55-22.35u.