`De zoveelste staartklok moet je verkopen'

Musea worstelden op een tweedaags congres met de vraag of ze werken uit hun overvolle depots mogen `vervreemden'.

Nadat de lunchpakketten zijn uitgedeeld, zoekt iedereen een zitplaats in een van de zes gereedstaande bussen. Ruim zestig museumdirecteuren en een nog groter aantal conservatoren staan er op de deelnemerslijst van Grenzen aan de groei, een tweedaags congres dat is georganiseerd om het hen eens te laten worden over de vraag: hoe moeten musea te werk gaan als ze hun te volle depots willen opruimen?

Een paar uur later daalt een groepje af naar de kelders van het Gemeentemuseum Den Haag. Er klinken kreten van herkenning. ,,Dit is net als bij ons. Alleen veel groter.'' J.B.M. Janssen, hoofdconservator moderne kunst, laat zien dat de depots voor beelden vol zijn. ,,Als iemand wil dat er een nieuwe sculptuur komt dan moet hij een voorstel doen om iets anders af te stoten.''

Afstoten. Vervreemden. Of nog erger: ontzamelen. Er zijn tal van woorden die verhullen wat wordt bedoeld: het schenken (al of niet in langdurige bruikleen), vernietigen of verkopen van voorwerpen waarvoor musea geen belangstelling meer hebben. Vooral het laatste zorgt op gezette tijden voor opwinding. In 1989 deed R. Fuchs (toen directeur in Den Haag) dat met het plan twee Picasso's en een Monet te verkopen, en laatstelijk directeur C. Dercon van Museum Boijmans Van Beuningen, toen bekend werd dat hij een doek van Mark Rothko wilde verkopen tegen de zin van zijn staf.

In 1996 publiceerde de Rijksdienst Beeldende Kunsten (RBK) een Handreiking bij het afstoten van museale collecties. ,,Iedereen lapt die aan zijn laars of weet niet dat die bestaat'', zegt directeur J.L. Locher van het Gemeentemuseum Den Haag in het Tropeninstituut in Amsterdam, waar het congres maandag begon. Ook Dercon kende die richtlijnen blijkbaar niet. Locher: ,,Hij belde me met de vraag hoe het in Den Haag met de regelgeving zat. Ik heb hem verwezen naar die handreiking.'' Het Instituut Collectie Nederland (ICN), de opvolger van de RBK, onderzocht de beleidsplannen van honderd musea in Nederland. Daarvan bleken er zeventig bezig te zijn met een of andere vorm van afstoten. Het congres is bedoeld om draagvlak te creëren voor nieuwe regels.

Duidelijke regels werden ook urgent door de benoeming van R. van der Ploeg tot staatssecretaris van Cultuur. Hij heeft een vriend, vertelt hij in het Tropeninstituut, die een boekenplank heeft van slechts één meter. ,,Telkens als hij een nieuw boek wil kopen, moet er ander boek op de plank plaatsmaken. De gedachte is dat daar aan het einde van zijn leven de beste boeken op staan.''

Van der Ploeg zegt er meteen bij niet te weten of het in een museum ook zo moet. In het Gemeentemuseum Den Haag blijkt het principe echter op een veel grotere schaal al te worden toegepast. In de aula van het museum toont O.H. Mensink, hoofd sector collecties, een plattegrond van het gebouw. ,,Als er aan de voorkant iets in gaat, dan moet er iets anders uit'', zegt hij. ,,Zo hard is het natuurlijk niet maar het model van Van der Ploeg is goed toepasbaar.'' Het Gemeentemuseum is gestopt met het elders huren van depotruimte. Hele (deel-)collecties zijn weggegeven (in langdurige bruikleen) aan andere musea: affiches aan het Stedelijk Museum in Amsterdam, sierpapier aan het Rijksmuseum, klederdracht aan enkele regionale musea. Het museum kiest voor bruiklenen omdat dat het eenvoudigst is. Voor schenkingen moet de gemeente toestemming geven. Binnenkort is een aantal schilderijen aan de beurt. Die worden eerst aan andere musea aangeboden. Als niemand ze wil hebben gaan ze mogelijk naar de veiling.

Ondertussen wordt in Leiden, in Museum Boerhaave, een andere casus behandeld. Boerhaave heeft een uitgebreide collectie microscopen. Topstukken daarin zijn de microscopen die tussen 1665 en 1723 zijn gemaakt en gebruikt door Antoni van Leeuwenhoek. Het museum heeft er wel drie van. Maar Boerhave heeft geen microscoop van John Marshall, de Engelsman die rond dezelfde tijd ook microscopen maken. Daarom wil Boerhave nu een van zijn microscopen van Van Leeuwenhoek ruilen voor één van Marshall met het Science Museum in Londen.

Als musea topstukken aanbieden zorgt dat steevast voor opwinding – reden voor de congresorganisatoren om een workshop te wijden aan de vraag: hoe ga je om met de media? Maar wat de meeste musea willen afstoten zijn voorwerpen van lage waarde. ,,Een museum krijgt een boedel aangeboden, en accepteert die, want er zit mooi zilver bij'', zegt P.J.M. van Maris van Dijk van Sotheby's, op uitnodiging van de organisatie op het congres aanwezig. ,,Maar behalve zilver zit er in die collectie ook de zoveelste Fries staartklok en een kapot kussen.'' Musea bieden die dingen nu, op goede gronden, te koop aan, zegt Van Maris. Maar ze zouden dat beter in groepen kunnen doen. ,,Het taboe moet eraf. Voor het museum is die staartklok niet interessant, maar voor mensen is het leuk om iets `uit de kelder van het West-Fries Museum' te kopen.''

,,Ik denk dat musea met de helft van de dingen die ze hebben niks doen, en dat ze ook geen idee hebben wat ze daar in de toekomst mee zouden moeten doen'', zegt R.H.C. Vos, directeur van het ICN. Daarvoor was hij onder meer directeur van het Fries Museum. ,,Je wordt ineens gebeld door een notaris die zegt dat het museum in een testament staat en vraagt: wanneer kom je het halen. Ik vroeg dan altijd meteen: mag ik het verkopen?'' Als Vos voorwerpen tegenkwam die niet in het museum pasten, dan keek hij, in overleg met nabestaanden, eerst of andere musea geïnteresseerd waren. Als dat niet lukte, verkocht hij soms wat. ,,Ik geef toe dat het dan een feest is om er wat voor te krijgen.'' Maar om grote bedragen ging dat nooit: zo'n verkoop leverde duizenden, of hooguit enkele tienduizenden guldens op.

Dinsdagmiddag, aan het eind van de tweede congresdag, kunnen de deelnemers met het opsteken van groene en rode kaarten, hun mening geven. Voorwerpen die niet in de collectie passen mogen worden verkocht, vindt de meerderheid, maar eerst moet onderzocht worden of andere musea misschien interesse hebben. De opbrengst van een verkoop moet ten goede komen aan de collectie, vinden de aanwezigen, en niet aan de reparatie van een dak.

Na afloop van het congres krijgt iedere deelnemer een sleutelhanger: een doorzichtig plastic blokje met daarin een insect. Het blijkt te gaan om een `afgestoten' voorwerp van Museum Naturalis in Leiden. Een bijgevoegd papiertje vermeldt hoe de procedure is verlopen, precies volgens de concept-richtlijnen die het ICN de komende tijd verder uit zal werken.

Zie ook gesprek met Edy de Wilde in het CS van vrijdag a.s.