Zorgstelsel gaat opnieuw op de schop

Drie rapporten zetten de bijl in de wortels van het zorgstelsel. Opnieuw is marktwerking in de gezondheidszorg op de agenda gezet. Met een mogelijk grotere kans op succes.

De herfst van 1999 zal de gezondheidszorg waarschijnlijk nog lang heugen. Ruim tien jaar nadat W. Dekker, oud-topman van Philips, tevergeefs voor gereguleerde marktwerking in de zorgsector had gepleit, zijn het dezer dagen twee oud-ministers en een vroegere staatssecretaris die het opnieuw doen. En hun kans op succes lijkt aanmerkelijk groter dan begin jaren negentig die van Dekker - en in zijn kielzog staatssecretaris Simons (Volksgezondheid).

De afgelopen weken verschenen drie rapporten waarin de bijl aan de wortels wordt gelegd van het zorgstelsel. Eerst was het oud-minister van Sociale Zaken B. de Vries, die samen met vooraanstaande deskundigen pleitte voor de invoering van concurrentie. Om de stijgende medicijnkosten in de hand te krijgen kan niet langer worden volstaan met de huidige aanpak, was hun conclusie. In die aanpak probeert minister Borst (Volksgezondheid) het aanbod te reguleren. De Vries, die zijn rapport schreef op verzoek van de minister, draait het om. Niet de overheid moet het aanbod reguleren door vaste prijzen op te leggen. Nee, die centrale rol zou in handen komen van concurrerende zorgverzekeraars die - vanwege het daaraan verbonden risico - op zoek gaan naar aanbieders van hulp die deze tegen de beste prijs/kwaliteitverhouding kunnen leveren.

Vorige week was het aan Simons, inmiddels wethouder in Rotterdam, om in een gedachtenoefening bij de Max Geldens Stichting op een heel andere manier concurrentie in te voeren: door patiënt en huisarts centraal te stellen. De huisarts zou onder meer op basis van kwaliteit en prijs voor zijn patiënt de benodigde hulpverleners moeten gaan inkopen. En gisteren was het woord aan oud-minister J.G. Wijers (Economische Zaken) die op verzoek van de landelijke organisatie van zorgverzekeraars (ZN) naar de kosten van de medicijnen keek. Zijn advies vertoonde grote overeenkomst met dat van De Vries. Ook Wijers voorziet een centrale rol voor onderling concurrerende verzekeraars. En hij verwacht net als De Vries ook dat door concurrentie bij inkoop en distributie de prijzen omlaag kunnen en de distributie goedkoper wordt.

De zorgverzekeraars schaarden zich gisteren achter het advies van Wijers. Met volle overtuiging, aldus ZN-voorzitter H. Wiegel na afloop van de algemene ledenvergadering. En dat is volgens hem nodig omdat het van de verzekeraars een ingrijpende gedragsverandering vereist. Van `onderaannemers', zoals ze op dit moment door de overheid worden beschouwd, moeten het `ondernemers' worden die op hun prestaties kunnen worden afgerekend door hun verzekerden. Al was het alleen maar door de verzekeraars de vrijheid te geven zelf de omvang van de nominale, niet van het inkomen afhankelijke premie vast te stellen voor ziekenfondsverzekerden en ook in het ziekenfonds een eigen risico in te voeren, een voorstel van Wijers. De verzekerde moet wat te kiezen hebben.

Maar er zijn ook verschillen. De Vries wil het stelsel in één keer ingrijpend veranderen. Wijers pleit voor geleidelijke invoering. Hij vindt bijvoorbeeld dat de artsen moeten wennen aan de nieuwe, strakkere voorschrijfregels en aan het verplicht gebruiken van de computer daarbij. Wijers rekende gisteren voor dat zijn voorstellen alleen al voor de medicijnen leiden tot een besparing van 1,2 miljard gulden (op een uitgavenpost van in totaal 6,7 miljard gulden). Een conservatieve schatting. Want Wijers baseerde een groot deel van zijn rekensom op besparingen die alleen al bij twee medicijngroepen (cholesterolverlagers en maagzuurremmers) mogelijk zijn.

De verzekeraars vermeden gisteren zorgvuldig het woord `stelselwijziging', beladen als dit begrip sinds het fiasco van begin jaren negentig is. Maar ze ontkennen niet dat de aanbevelingen van De Vries en Wijers een stelselwijziging tot gevolg heeft. Volgens hen is het niet nodig een voor iedereen gelijke basisverzekering in te voeren, zoals de minister zelf twee weken geleden voorstelde.

Voor de zorgsector zal het de komende jaren wennen worden, als minister en parlement een deel van de wettelijke belemmeringen weghalen om verzekeraars de gewenste centrale rol te geven. Ze staan nu wel een stuk sterker dan tien jaar geleden. De kans dat sterke lobby`s concurrentie en de komst van nieuwe hulpverleners kunnen voorkomen, wat de thuiszorg vier jaar geleden nog lukte, wordt kleiner. Als de politiek met De Vries en Wijers aan de slag gaat kan straks wel eens blijken dat er ongemerkt een `blauwdruk' of `grand design'

    • Quirien van Koolwijk