Verblijfsvergunning

Het Clara Wichman-Instituut concludeert (NRC Handelsblad, 24 november), dat vrouwen met een vergunning tot verblijf willekeurig worden behandeld door het ministerie van Justitie als hun relatie met hun Nederlandse partner korter dan drie jaar duurt. Zij moeten dan het land verlaten. Uit het onderzoek blijkt echter ook dat maar liefst tachtig procent van deze groep uiteindelijk toch mag blijven. Volgens het Clara Wichman-Instituut zou dit duiden op ,,enorme discrepanties'' in de besluitvorming en een onzorgvuldige behandeling van de vrouwen.

Echter, niet de conclusie dat de rechtszekerheid in het geding is is opmerkelijk, doch de vaststelling dat vier van de vijf vrouwen juist wél mogen blijven. Het beleid van de IND op dit punt is erg streng. Zou het Clara Wichman-Instituut onderzoek hebben gedaan naar zaken van mannen, die door hun vrouw worden verlaten, dan zal zeker opvallen dat de score van de `blijvers' ver onder de tien procent blijft.

Het is nog steeds noodzaak dat deze beleidsregel bestaat, want het aantal schijnrelaties (waartegen de maatregel onder andere is gericht) is nog steeds zeer groot. Vrouwen misbruiken de regels niet minder dan mannen. Overigens valt niet in te zien waarom een buitenlander, na een meestal kort verblijf in Nederland, na een periode van drie jaar niet meer zou kunnen `aarden' in het eigen land.

    • M.J. van Basten Batenburg