Onderwijs

De suggesties die ons onderwijs weer op een hoger plan (kunnen) brengen, gedaan door de heer Heertje in NRC Handelsblad van 18 november, lijken me van een zó hoog abstractieniveau dat de alledaagse werkelijkheid volkomen uit beeld verdwijnt.

Neem zijn suggestie te doen bevorderen dat docenten weer gaan promoveren. Op zich zo gek nog niet, maar het probleem is wel dat de doorsnee-school niet zit te wachten op promovendi. Toen ik twintig jaar geleden probeerde een baan te vinden als leraar Engels, heb ik bewust moeten verzwijgen dat ik bezig was met een promotie-onderzoek, anders was ik zeker niet aangenomen. Ook heb ik nooit gemerkt dat mijn titel door de schoolleiding werd gezien als een stuk meerwaarde, iets waaraan je als school iets zou kunnen hebben. Ik heb integendeel alleen maar afgunst ondervonden op de titel an sich.

Heertje's suggesties de huidig volledig bevoegde docenten in het onderwijs te koesteren en er op te letten dat een opleiding voor een eerstegraads bevoegdheid duidelijker verschilt van die voor een tweedegraadsbevoegdheid zijn ook zo gek nog niet, maar weer, wél gespeend van werkelijkheidszin. Laat ik mijn eigen vak, Engels, eventjes als voorbeeld nemen. Wat doet een eerstegrader verschillen van een tweedegrader. Een eerstegrader concentreert zich op de taal als cultuuruiting, een tweedegrader op de taal als communicatiemiddel. Maar ja, wat is in het vers ingevoerde studiehuis bijna geheel weggedrukt? Juist ja, de literatuur, nou net dat wat een eerstegraadsstudie zo razend interessant maakt. Met andere woorden: als eerstegraders word je alleen maar gevraagd te functioneren op tweedegraadsniveau.

Mijn algemene bezwaar tegen Heertjes suggesties is niet alleen dat hun realiteitsgehalte zo laag is, maar ook dat ze gedaan worden door iemand die niet zelf in het middelbaar onderwijs werkzaam is of recentelijk is geweest.

    • Dr. B.K. van der Veen