Nota leidt niet tot consensus

Het kabinet heeft een flets-paarse Defensienota gepresenteerd, die slechts enkele oplossingen biedt voor de vele problemen waarmee de krijgsmacht kampt, vindt Harry van den Bergh.

De ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken hebben een Defensienota geproduceerd waarin een aantal nieuwe opvattingen staat, waarmee de krijgsmachtdelen voorlopig tevreden kunnen zijn. Zo kan de stammenstrijd de komende jaren gewoon doorgaan en is de financiering veiliggesteld door het uitstel van investeringen. De ministers hebben bovendien laten weten dat de Tweede Kamer aanzienlijke ruimte heeft voor bijstellingen, waarvoor overigens moeilijk een meerderheid te vinden is. Redenen voor tevredenheid? Ja en neen.

Vergroting van de paraatheid en inzetbaarheid van de Koninklijke landmacht is een hoofdpunt van beleid geworden. Dit valt te prijzen. De politieke invloed van Nederland hangt nauw samen met de mate waarin wij in staat zijn in een crisissituatie bij te dragen aan een militaire krachtsinspanning. Opvallend is dat het kabinet, na het verschijnen van het Duitse rapport van de Commissie-Von Weiszäcker, eindelijk de noodzaak inziet van een discussie met Duitsland over het Nederlands-Duitse legerkorps, wat een noodzakelijke voorwaarde is voor verdere opvoering van de paraatheid en inzetbaarheid. Pikant is ook dat de toon over de Europese Defensiesamenwerking aanmerkelijk positiever en constructiever is dan in de beleidsnota over dit onderwerp van enkele weken geleden, waarin nog de achterhaalde en visieloze opvattingen van de VVD overheersten.

De stammenstrijd tussen de krijgsmachtdelen zal de komende jaren dus gezellig verdergaan. De onderlinge rapportage wordt weliswaar verbeterd, maar ondanks de geruststelling van minister De Grave is er geen enkele reden om aan te nemen dat de centrale leiding zal verbeteren. Kern is dat de initiële voorbereiding van het beleid bij de afzonderlijke krijgsmachtdelen zal blijven berusten. Daarom is er nauwelijks reden om heldere beleidskeuzes te verwachten. De kaasschaaf blijft beleidsinstrument nummer 1.

De Grave en Van Aartsen wekken de indruk alle militaire opties, van collectieve verdediging tot vredesoperaties, als gelijkwaardig te beschouwen. Desondanks is van een sterkere centrale sturing geen sprake.

Politieke en maatschappelijke waardering voor Defensie-medewerkers dienen hand in hand te gaan met de broodnodige modernisering van het pakket arbeidsvoorwaarden over het gehele spectrum. De ambitie van de Defensienota is zeker niet zonder risico's, gezien de situatie op de arbeidsmarkt van dit moment. Een voorwaarde voor succes dient nu te zijn dat het collectief van belanghebbenden bij de krijgsmacht zich zelfbewust en assertief op de arbeidsmarkt opstelt.

Zeker als men ervan uitgaat dat op afzienbare termijn in de Europese samenwerking geïnvesteerd zal moeten worden, zit de financieringsparagraaf van de Defensienota vol risico's. Het meest wezenlijke punt is uiteraard het uitstellen van tal van investeringen tot een bedrag van ongeveer 3 miljard gulden. Het is nauwelijks te begrijpen dat bevelhebbers dit voor hun rekening nemen, maar klaarblijkelijk is dit de prijs voor het minimaal aantasten van de structuur van het totale bedrijf.

Het kabinet heeft een flets-paarse Defensienota geproduceerd. Ik twijfel er dan ook aan of dit de nota is die brede politieke consensus kan garanderen voor de belangwekkende en gevoelige taken van de krijgsmacht. Binnen twee à drie jaar zal er een Prioriteitennota van de Defensienota 2000 liggen.

Harry van den Bergh is voorzitter van de PvdA-commissie Defensie.