Kleine reünie

Al pratende vloog de tijd. 21 doden in drie uur. Allemaal bekenden. Het was gezellig. Even bijpraten. We hadden elkaar een eeuwigheid niet gezien. En wat een toeval: ik ging op bezoek bij een vriend van lang geleden, en daar zat een collega van nog langer geleden. Dertig jaar niet gezien, niets veranderd. Even onbewogen, als altijd, een echte toeschouwer. Bij andere kranten gewerkt dan ik. Ja, hij was ouder. Hij was 66 jaar.

,,Man, ik ben met pensioen.''

Ik geloofde het niet. Hij was nog dezelfde. Hij zag eruit alsof hij dertig jaar in de diepvries had gelegen en gisteren voorzichtig was ontdooid. Hij zag wat bleek. Deze ex-collega had zijn omgeving goed in de gaten gehouden. Hij wist precies wie dood was, wie kanker had, of nog actief was.

,,80 en tennist nog steeds. En hij lust zijn borreltje.''

,,Zo en Jan, die op buitenland zat? Hij kon zo goed schrijven maar je zag nooit wat van hem.''

,,Niet ouder geworden dan 45, dronk nooit, rookte niet, leverkanker.''

De een na de ander passeerde de revue. Echtscheidingen, dodelijke ongelukken. Herseninfarct, acute hartstilstand. Ach, in ieders leven gebeurt wel wat. De sfeer was gezellig. Wij leefden nog. ,,Ja'', zei mijn vriend: ,,als je op een morgen wakker wordt en het is wel heel erg stil om je heen, dan weet je dat je dood bent. Ha, ha.''

,,Zeg'', zei ik, ,,aan hoeveel doden zitten we nu? Over de twintig?''

,,Zeker weten.''

,,Wil je nog een whisky?''

,,Doe maar een kopje thee.''

,,En Joop?''

,,Vieze Joop?''

,,Ja, in zijn duistere kroeg werd nooit afgestoft, want dan riep je de Nigus af.'' De Nigus brengt ongeluk.

Ook Joop was heengegaan. Het gezellige café was door kwieke jonge mensen omgetoverd in een eetgelegenheid met veel licht. Zonder kakkerlakken die onzichtbaar voor de gasten in het halfduister op het kaasplankje achter de bar in tweeën werden gehakt. Tak, hoorde je dan en de barkeeper glimlachte afwezig, tak, tak, met het kaasmes. En zette dan doodgemoedereerd een schoteltje kaas op de bar.

De barkeeper was ook dood. Drank, stelden we vast. Het was een gezellige vent. Mensen als hij kwamen pas tot leven als het alcoholpromillage meer dan 2 bedroeg.

Het leek wel alsof de doden steeds sneller voorbijkwamen. Doden met hun bijzonderheden, onmogelijke vent, harde werker, altijd geldproblemen, dronk te veel, zat altijd bij café Modern, had een relatie met die van de VVD. ,,Ja, dat weet bijna niemand maar ze is als vroedvrouw begonnen.''

De gastvrouw zat doodstil op het puntje van haar stoel in haar stijlvolle appartement. Ze kende niemand van al die doden. Naar haar doden werd niet gevraagd.

Af en toe onderbrak ze de dodendans met de vraag of er nog iemand thee wilde.

De tijd vloog. We waren ooit twintig. Maar nu niet meer.

,,Smid?''

Dronk.

,,Heeft zich doodgezopen.''

,,En Hendrik de Jager?''

Ja, dat was een opmaakredacteur die de dupe werd van een lolletje. ,,Iemand van de zetterij had een gat tussen de overlijdensadvertenties opgevuld met de tekst: Hier had Uw advertentie kunnen staan.''

Ook Hendrik was dood. We lachten smakelijk. Destijds lachte niemand. De gastvrouw stond resoluut op. Haar gezicht stond niet helemaal vrolijk. Ze repte zich de kamer uit. ,,Ik ga even wat lekkers klaarmaken'', zei ze.

    • Fred Koning