IJzige kilte en precisie in Beuteners ruimte-illusies

De schilderijen van Jan Beutener (Maarssen, 1932) lijken op dozen, weergegeven op het platte vlak in licht en schaduw. Dozen, die precies de diepte suggereren van het beeldmotief dat er op voorkomt: een stoel, een tafel, of een trottoir evenwijdig aan het linnen en begrensd door een schutting. Het linnenoppervlak omvat als het ware het volume van het geschilderde onderwerp. Het verbaast dus niet dat Beutener ook letterlijk en nauwgezet lichtbruine kartonnen dozen geschilderd heeft: het schilderij als doos, en vice versa.

Ook al speelt Beutener met trompe l'oeil-effecten, toch is hij niet uit op een overtuigende realistische afbeelding. Zoals zoveel hedendaagse schilders zoekt hij naar een balans tussen de ruimte-illusie en het platte vlak. Het natuurgetrouw verbeelden van de werkelijkheid heeft in de twintigste eeuw zijn betekenis verloren, omdat die zichtbare werkelijkheid niet meer vanzelfsprekend is; het is eerder een bedrieglijk en zeer relatief gegeven. De geschiedenis van modernisme en abstractie heeft hieraan uitdrukking gegeven. Desondanks blijft het verlangen naar de herkenbare verbeelding van het zintuiglijk waarneembare bestaan.

Het Dordrechts Museum toont ruim vijftig schilderijen en voorstudies van Beutener uit de afgelopen dertig jaar. En dat is veel, want Beutener werkt langzaam, hij produceert zo'n twee à drie schilderijen per jaar. Het is een consistent oeuvre, zowel wat betreft onderwerpkeuze als de wijze van schilderen, zij het dat Beuteners toets in de laatste jaren iets opener en losser is geworden.

Door het motief een meubelstuk, een hoek van een interieur, en landschap bezien door een venster - te isoleren en zonder context, of onlogisch uitgesneden af te beelden, bereikt Beutener een vervreemding die abstraherend werkt. Het ovale houten tafelblad, met daarop één enkel achtergelaten mes, glijdt schuin het vlak in. Van de Drie cipressen (1995), staand vlak voor de gevel van een zonovergoten mediterraan huis, zijn er twee afgeknot door de rand van het schilderij, maar de derde radicaal op tweederde van de hoogte van het doek, vlak onder de gesloten luiken van een raam.

Het interessantst, in beeldend opzicht, is het Ontbijtje uit 1991/96 (135 x 90 cm). Het doek is verticaal in twee vlakken verdeeld, een lichtend roze en een donkergrijs vlak. Op het roze liggen een mes, een wit koffiekopje en een wit servet, beschenen door fel licht, de voorwerpen werpen donkere schaduwen. Op het donkergrijs zien we, in een lichter rozig grijs, de punt van een krant. Ondanks het zware contrast zijn beide kleuren, licht en donker, even ruimtelijk en hebben zij dezelfde intensiteit. Dit werk heeft een dubbelzinnigheid, een gelaagdheid, die aan de gewilde dubbelzinnigheid van een vreemd uitgesneden motief voorbijgaat.

Als geheel stelt de expositie teleur. De schilderijen zijn zó precies en afgepast, zowel van techniek als van onderwerp, dat het benauwend is. De interieurs zijn leeg en onbewoond, het gele bed waarop een man met de rug naar ons toe zit is keurig opgemaakt, koffiekopje en servet zijn ongebruikt. Zelfs de witte hoofdkussens in Afgelopen nacht zijn proper en onbeslapen, het moet een eenzame nacht zijn geweest. Er heerst een ijzige kilte, een grote afstand, in dit werk. Onduidelijk blijft overigens waarom sommige schilderijen uit meer (2 of 3) delen bestaan. De beeldende noodzaak ontgaat mij daarvan.

Formele kwesties gaan keer op keer met de schilder aan de haal. Dat gele dekbed is zo strak opgemaakt omdat niet het bed, maar het raster van horizontaal en verticaal gestikte naden het eigenlijke onderwerp is. Net zoals bij de hyperrealistische schutting met trottoir, waar het, niettegenstaande het afval langs de stoeprand, gaat om de horizontalen van de planken parallel aan het vlak en het exacte centrale verdwijnperspectief van de trottoirtegels. Dit is didactische schilderkunst. Ook al verwijst Beutener naar de wereld daar buiten, toch slaagt hij er niet in om die wereld, en daarmee een inhoud of betekenis, zijn werk binnen te halen.

Jan Beutener: Schilderijen 1969-1999. In het Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. T/m 30 januari Di zo 11-17 uur. Catalogus, 148 blz., ƒ75,-

    • Janneke Wesseling