`Iedereen heeft zijn beurt gehad'

Een voorhoede van de VN-vredesmacht is vanmorgen gearriveerd in Sierra Leone. Maar de terreur tegen burgers gaat door. Rondtocht langs kampen van rebellen, ontheemden en geamputeerden.

Commandant Blood baarde twee kinderen in haar tijd als rebel in de bush van Sierra Leone en is opnieuw zwanger. ,,Ik doodde vijfhonderd vijanden'', lacht ze, ,,ik was een goede killer.'' Haar al even jonge strijdmakkers beamen het. Black Killer mengt zich in het gesprek. ,,Ze sneed de ballen van haar slachtoffers af en at ze op'', pocht hij. ,,Kijk zo deed ze dat'', en hij doet alsof hij het wil demonstreren. De strijders van het Verenigde Revolutionaire Front (RUF) schaterlachen. Een jochie van een jaar of dertien steekt een grote joint op.

Majoor Stronger neemt het woord. ,,We hebben ons nooit tegen burgers misdragen'', brengt hij in. ,,We doodden alleen soldaten van de Nigeriaanse interventietroepen.'' Hakten ze handen en andere lichaamsdelen af? Nee, dat deden de rebellen nooit, verzekert hij. ,,Ik vocht voor mijn rechten. En om mijn land te bevrijden. Ik streed voor vrij onderwijs, vrije gezondheidszorg en vrije huisvesting.'' Iedere rebel in het demobilisatiekamp in Port Loko, ten oosten van de hoofdstad Freetown, geeft exact hetzelfde antwoord: ik vocht voor mijn rechten. Ze spreken als papagaaien, geïndoctrineerd, gedrogeerd.

Sinds enkele dagen melden zich honderden rebellen van het RUF bij het demobilisatiekamp in Port Loko, voor het eerst sinds de ondertekening van het vredesverdrag in juli. ,,Pappie kwam ons gisteren vertellen de wapens neer te leggen en naar dit kamp te gaan'', vertelt rebel Gunboat. ,,We volgen zijn bevelen op.'' `Pappie' is de troetelnaam voor de RUF-leider Foday Sankoh. Na weken van aarzeling lijkt Sankoh nu serieus te werken aan de ontwapening van zijn strijders. Het merendeel van rebellen in het kamp is beneden de twintig jaar en tientallen zijn jonger dan vijftien. ,,Ik was dertien en op weg naar school toen de rebellen me gevangen namen. Sindsdien vecht ik met hen mee'', zegt één van hen. ,,Nee'', corrigeert een grotere jongen hem, ,,we namen je niet gevangen, we adopteerden je.''

Op korte afstand van het demobilisatiekamp is een ander kamp, dat van de ontheemden door de oorlog. De 25-jarige Sarah was vijf maanden zwanger. Ze werkte op haar akker in een dorpje bij Port Loko toen een groep RUF-rebellen haar overviel. ,,Ze bonden een touw om mijn middel en sleepten me mee als een geit. Ze stalen al ons voedsel.'' Toen begon haar nachtmerrie. ,,Ik verloor mijn bewustzijn nadat de vijftiende rebel me had verkracht. Toen ik weer bijkwam, hoorde ik hun commandant zeggen: `Zo, iedereen heeft zijn beurt gehad.' Er waren er dertig in de groep.'' De RUF-strijders vertrokken en lieten Sarah alleen achter. Ze bloedde hevig en beviel die nacht, zonder enige hulp, van haar dode baby.

Muctar Gelloh verblijft in weer een ander kamp van slachtoffers, het kamp der geamputeerden in Freetown. Met acht anderen was hij onderweg naar zijn dorp toen de rebellen hen gevangen namen en naar hun hoofdkwartier leidden. Zes van hen werden op bevel van de commandant onmiddellijk onthoofd. ,,Hij gaf zijn strijders opdracht hun harten en levers uit de lichamen te snijden en te koken. Ik werd met mijn oom weggevoerd en aan een boom gebonden'', vertelt hij. ,,De rebellen waren high, hadden een vreemde blik in hun ogen en spraken zonder emotie.'' De volgende dag liet de commandant hem opnieuw roepen. ,,Ze hadden mijn studentenkaart gevonden. `Jij zal nooit meer schrijven of voor de regering werken', zei hij.'' Eerst hakten ze Muctars rechterhand af, toen zijn rechteronderarm en vervolgens het laatste stuk bij zijn schouder. Tenslotte zijn rechteroor. Zijn oom kreeg een zelfde behandeling waarna beiden het rebellenkamp mochten verlaten. Maar niet voordat ze een `tetanusinjectie' kregen: een paar steken met een geweer in de anus.

`De grofste schendingen van de mensenrechten ter wereld', noemt de Amerikaanse organisatie Human Rights Watch de gruweldaden van Sierra Leone. Sinds het uitbreken van de oorlog in 1991 kwamen volgens schattingen tussen de 20.000 en 50.000 burgers om, raakten 1,4 tot 2 miljoen mensen ontheemd, de helft van de bevolking, en ontvluchtten een half miljoen mensen het land. Bij de invasie door rebellen in januari van Freetown werden in zes dagen 7.000 stadsbewoners gedood en werden honderden de handen afgehakt `omdat ze op de regering hadden gestemd'. Op grote schaal plunderden de opstandelingen, met een vaste verdeelsleutel van de opbrengst voor commandanten en soldaten. Het vredesakkoord in juli tussen Foday Sankoh en president Tejan Kabbah maakte een einde aan de grootschalige gevechten maar de terreur tegen burgers gaat door, hoewel op kleinere schaal.

RUF-leider Fodoh Sankoh is een ongrijpbaar man. Hij weet van niets. ,,Misdaden tegen de bevolking, amputaties? Het zijn allemaal verzinsels'', betoogt hij. Enige minuten later in het gesprek neemt hij een andere houding aan. ,,Mijn strijders zijn jonge jongens, ze verliezen wel eens hun controle. Het is nu vrede in Sierra Leone en we moeten niet meer over het verleden praten.'' Dan barst hij opeens uit in een woedeaanval. ,,Pinochet arresteren in London. Wat een schande! Is dat een daad van vergiffenis?''

In het vredesakkoord tussen regering en rebellen staat algehele amnestie centraal voor iedereen die heeft gevochten. Alle strijders gaan vrijuit. Maar buiten Sierra Leone kunnen de rebellenleiders onder internationaal recht wel worden aangepakt, wegens misdaden begaan tegen de mensheid. Zoals ook de voormalige Chileense leider Pinochet buiten zijn vaderland niet veilig bleek voor de rechter. Dat baart Sankoh zorgen. ,,Hoe kunnen mijn commandanten naar het buitenland reizen?'' Hetzelfde probleem hebben ook de vier minister die namens het RUF zitting hebben in de regering, als onderdeel van het vredesverdrag.

Johnny Paul Koroma neemt een minder ontwijkende houding aan dan Sankoh over de misdaden. Hij was in 1997 negen maanden president van een junta die de burgerregering van Tejan Kabbah omver had gegooid en zijn regeringsleger een coalitie liet aangaan met het RUF. Totdat een West-Afrikaanse interventiemacht hen uit Freetown verdreef. Zijn soldaten zijn van al even grove misdaden beschuldigd als het RUF. Koroma toont zich sinds enkele maanden een wedergeboren christen. Hij bezocht het kamp der geamputeerden in Freetown en zocht vergiffenis bij een geestelijke.

,,Er is veel propaganda bedreven in deze oorlog'', zegt hij, daarmee elke verantwoordelijkheid ontkennend. ,,Laat de waarheid maar naar buiten komen. Ik ben voorstander van de waarheidscommissie.'' De oprichting van zo'n commissie, naar Zuid-Afrikaanse voorbeeld, is voorzien in het vredesakkoord. ,,Klote en nonsens'', noemt Sankoh die waarheidscommissie. Hij weigerde tot nu iedere medewerking.

Mensenrechtenorganisaties hebben de amnestie én de betrokkenheid van de VN bij het akkoord fel veroordeeld. Francis Okello, hoofd van de VN-operatie in Sierra Leone en in juli nauw betrokken bij het vredesoverleg, zegt dat een amnestie noodzakelijk was voor het bereiken van een akkoord. ,,De verantwoordelijken zullen hun misdaden nooit weg kunnen wissen. Over honderd jaar zullen de Sierra Leonezen nog over hun schande praten. Ze zullen nooit vrijuit gaan.''

    • Koert Lindijer