`Filmmuseum wil niet naar Rotterdam'

Het Filmmuseum in Amsterdam weigert op te gaan in het Centrum voor Beeldcultuur in Rotterdam. ,,We willen wel samenwerken, maar er moet een apart filmmuseum blijven bestaan'', aldus bestuursvoorzitter D. Istha.

De integratie was een voorwaarde voor de oprichting van het Centrum voor Beeldcultuur in een pakhuis op de Kop van Zuid. `De thans voorliggende plannen houden beleidsmatig, organisatorisch en financieel geen wezenlijke meerwaarde in en bieden onvoldoende garanties voor het zelfstandig voortbestaan van het Filmmuseum op langere termijn', aldus het Filmmuseum. Er zijn `onvoldoende gronden' om het Filmmuseum te verplaatsen uit Amsterdam, standplaats van `toonaangevende filminstellingen, filmbedrijven, filmmakers en opleidingen', aldus een persbericht.

Volgens Jeroen van der Meij, voorzitter van de ondernemingsraad van het Filmmuseum, is het nu onvermijdelijk dat directie of bestuur het veld ruimt. De directie was voorstander van integratie. Het bestuur is verantwoordelijk voor het lange termijnbeleid, en ,,wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen'', aldus Istha vanmorgen.

De Rotterdamse wethouder van kunstzaken Kombrink wil zo lang hij nog geen overleg heeft gehad met B&W en het ministerie van OC&W niet reageren. De directies van het Nederlands Foto Instituut en het Nederlands Foto Archief, beide in Rotterdam, waren vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar.

,,Het bestuur heeft een standpunt bepaald. Dat is iets anders dan een besluit nemen'', zegt Hans de Herder, directeur van het Nationaal Fotorestauratie Atelier in Rotterdam. ,,Daarnaast zegt het bestuur dat het museum niet moet opgaan in een Centrum voor Beeldcultuur. Dat is ook nooit de bedoeling geweest. In het beoogde centrum wordt samengewerkt door instellingen die hun zelfstandige taken behouden.''

Staatssecretsaris Van der Ploeg van OC&W probeerde deze week het Filmmuseum over de streep te trekken met de belofte van 1,7 miljoen gulden voor bepaalde publieksfuncties in Amsterdam, terwijl de rest van het museum naar het instituut in Rotterdam zou verhuizen. Vandaag wil Van der Ploeg nog niet reageren op het bestuursbesluit. Donderdag heeft hij overleg met de Tweede Kamer over het instituut.

Het Prins Bernhard Cultuurfonds (PBCf) is daarentegen gisteren juist weer teruggekomen op zijn eerdere besluit om het Wertheimerlegaat uit 1997, bestemd voor fotografie en groot 23 miljoen gulden, uitsluitend in Amsterdam te besteden. Het fonds wil nu verschillende initiatieven financieel ondersteunen. Bijdragen zullen gaan naar `het fotomuseum dat verzamelt, documenteert, op nationaal en internationaal niveau exposeert en aandacht schenkt aan alle fotografische genres van zowel professionele als amateurfotografie'.

Volgens PBCf-directeur J.H. Meerdink is voor verdeling gekozen ,,op grond van de omstandigheden'', want voorwaarde destijds voor besteding in Amsterdam was de mogelijke verhuizing van de nationale fotoinstellingen uit Rotterdam. Dit bleek politiek niet haalbaar. Staatssecretaris Van der Ploeg besliste intussen dat die instellingen in Rotterdam blijven, waar ze als fotomuseum onderdeel zullen vormen van het Centrum voor Beeldcultuur. Tegelijkertijd maakte ook Amsterdam zich sterk voor een eigen fotomuseum. Zodoende zullen diverse musea ontstaan, hetgeen een verdeling rechtvaardigt, aldus Meerdink. Hij benadrukt dat het PBCf-bestuur echter nog altijd de voorkeur heeft voor één fotomuseum: ,,voorlopig lijkt dit echter toekomstmuziek.''

Maximaal twintig procent van het Wertheimer-vermogen mag eenmalig worden geïnvesteerd in inrichtingskosten van voorzieningen op het gebied van de fotografie. Deze bestedingen kunnen zowel in Amsterdam als in Rotterdam gedaan worden. Van het resterende vermogen zal alleen de jaarlijkse renteopbrengst worden gebruikt. Het PBCf-bestuur zal daartoe op korte termijn een Wertheimer Stichting oprichten die de opbrengsten van het legaat moet beheren.