Dierentuin zonder hek

Je vriendjes staan buiten voor de deur terwijl jij boven zit en je huiswerk maakt. Wanneer de voordeur is opengegaan, hoor je stemmen in de gang. ,,Mag hij buiten spelen, mevrouw?!'' Even later gedempt gejoel in de straat en het geluid van een stuiterende bal.

Zullen de kinderen van nu later nog wel zulke herinneringen hebben? Staan er nog vriendjes buiten je naam te roepen? Wordt er eigenlijk nog wel buitengespeeld? Spelen kinderen nog tikkertje of verstoppertje, steppen ze nog urenlang door de stad, doen ze nog aan balletje trap, kastibal of aan stoepranden?

Kastibal was geen balspel, het werd gespeeld met stokjes van verschillende grootte en was net als hinkelen, touwtjespringen en stoepkrijten typisch iets voor meisjes. Alles met de bal was voor jongens. Bijvoorbeeld stoepranden. Armen achter het hoofd, bal in de nek en gooien alsof je een uitbal bij het voetbal neemt! Voor stoepranden was slechts nodig: een bal, een tegenstander en twee stoepranden. Wie de bal zo tegen de stoep van de tegenstander wist te gooien dat hij terugstuiterde, liet de tegenstander voor joker staan en mocht nogmaals gooien. Stoepranden was een mooie en simpele sport.

In veel tuinsteden en uitbreidingswijken is de stoeprand verdwenen ten gerieve van tuin en erf. In de stad hebben geparkeerde en rijdende auto's het stoepranden onmogelijk gemaakt. Exit stoepranden. En de andere straatspelen? Volgens Cees Kramer, woordvoerder van de Nederlandse unie van speeltuinorganisaties (Nuso), spelen kinderen nog steeds buiten, zij het minder dan vroeger en minder op straat. Op de site van de Nuso luidt ene Ton Huiskens in een nieuwsbrief de alarmbel over spelen op straat. Grote kinderen met hun `dreiging van geweld' eisen hun territorium op. Zijn hartekreet luidt: ,,Meisjes moeten weer durven hinkelen, rolschaatsen, giebelen op het plein. Jongens klein en groot moeten er kunnen rennen, hangen en voetballen.'' Wil dat kunnen, dan moeten ouders, omwonenden en vrijwilligers de handen ineenslaan.

Het beeld van de straat als een dierentuin zonder hekken heeft geleid tot herontdekking van de speeltuin. Deze plek, met een groot hek er omheen en met een toezichthouder erbij, is een veilig alternatief voor straat en trottoir. Uiteraard brengen ouders hun kinderen met de auto naar de speeltuin, want het verkeer is te gevaarlijk om kinderen aan bloot te stellen.

Was de speeltuin eerst – volgeplempt met wipkippen, schommels en zandbakken – bedoeld voor de allerkleinsten, ook oudere kinderen weten hem nu te vinden. Deze jongeren die, net als vroeger op straat bij elkaar vertier zoeken, heten nu `hangjongeren' en ten gerieve van deze `grotere kinderen' worden bij de speeltuinen ook plekken voor voet- en basketbal ingeruimd.

Wat deden wij trouwens toen we het stoepranden ontgroeiden en hangjongeren avant la lettre werden? Op daken klimmen van schoolgebouwen en kerken, in bunkers stenen naar elkaar gooien en ruiten ingooien van leegstaande gebouwen. Hadden we een officiële hangplek gehad, dan waren we misschien nooit jong geweest.

HANS MOLL