De blauwe periode van de smurfen

`Strips hebben sinds kort een literaire waarde,' stelt een poppetje ter grootte van een luciferskop. Ze zijn `niet langer alleen voor kleuters, pubers en mensen met een IQ van beneden de 10. [...] Strips zijn namelijk kunst.' Ondanks de miniscule afmetingen straalt het enthousiasme en de dadendrang van het poppetje af. Maar een soortgelijk figuurtje, met een zwarte streep op zijn rug, roept: `Ja dag! Hou je grootje voor de gek! Dan had Peyo zeker ook een blauwe periode?' Maar nee: de Smurfen zijn nou juist weer géén kunst.

In Zone 5300, het unieke Nederlandse stripblad voor volwassenen, geeft striptekenares Maaike Hartjes met verfrissende ironie commentaar op de ontwikkeling en de emancipatie van de hedendaagse strip. Het poppetje is zij zelf. Het poppetje met de streep is haar vriend Mark. Hartjes maakt met Maaike's Dagboekje een autobiografische strip over haar dagelijks leven, haar dromen, angsten en ambities, net als collega Barbera Stok die een album uitgaf bij de literaire uitgeverij Nijgh en Van Ditmar.

Nog voordat je je kunt gaan afvragen of het maken van zo'n strip wellicht typisch vrouwelijk is, onthullen Hartjes' poppetjes hun `ware aard'. Eigenlijk zijn Maaike en Barbera mannen, beweren de priegelige poppetjes, maar ze kwamen niet aan de bak als tekenaar. Met een paar nepborsten wel, en met een hoop kletspraat over `de vrouwelijke strip.' Hartjes' alter ego zit wijdbeens te roken, als een echte man. Al even overtuigend komt `Bart' binnensjokken, als zo'n hoekige slungeljongen die stripbeurzen afloopt met een linnen draagtas.

Maaike's Dagboekje is een van de strips die Zone 5300 de moeite waard maakt. Het tweemaandelijkse blad, dat sinds kort in kleur verschijnt, biedt een keur aan strips en stijlen. Niet alle strips hebben als inzet grappig te zijn. Zone 5300 is er ook voor het poëtische beeldverhaal, voor maatschappijkritiek of voor `clueloze' vertellingen, waarin woord en beeld elkaar aanvullen om een duistere sfeer te scheppen. Zone 5300 biedt zo ongeveer alles wat op stripgebied mogelijk is, behalve grappen voor kinderen. Van uitbundige geschilderde, expressionistisch aandoende strips tot eenvoudig opgezette `klare lijn'-figuren.

Vijf jaar geleden kwam Zone 5300 voort uit Barwoel, een in eigen beheer uitgegeven blaadje van studenten van de Rotterdamse kunstacademie. Het blad lijdt nog steeds enigzins aan preken voor eigen parochie. Vooral de geschreven teksten zijn niet altijd even goed te volgen voor niet-ingewijden. De columns zijn veelal te persoonlijk om te boeien. In een vaste rubriek interviewt ene Biemans, een kunstenaar uit Rotterdam, tekenaars uit de eigen Zone-stal. Van de interviews word je nauwelijks iets wijzer over de drijfveren van die mensen. Biemans noteerde in de vorige Zone dat tekenaar Djanko `wat je noemt een prettig mens' is, in het nieuwste nummer meldt hij dat Jean Marc van Tol `houdt van het fantastische medium van beeld en tekst.' Ten slotte is er in Zone 5300 soms sprake van meligheden die de teksten er leesbaarder noch geestiger op maken: `Net toen wij het in deze rubriek wilden hebben over de enorme hoeveelheid Opgedrongen boekies die hier ter redactie bezorgd werden door Michiel van de Pol (nou ja, eigenlijk door de postbode, maar u begrijpt ons wel), [-].'

Zone 5300 lees je voor de strips. Voor Spekkie Big bijvoorbeeld, het warhoofdige varkentje met een grijns vol brokkelige tanden van de jonge tekenaar Marc van der Holst. Voor het onvermoeibaar plaatjes draaiende hoekige duo in Singlemania van Dorrenboom en Jonker. Voor de cartoons van Matthias Giesen, of voor Maaike Hartjes natuurlijk.

Zone 5300, jaargang 6, november/december 1999. Uitgeverij Stichting Zone 5300. Verschijnt zes keer per jaar. ƒ6,95.

    • Judith Eiselin