Dansmarieke onttroont prins

Een carnavalsprinses moet kunnen. Het Diepe Zuiden onttrekt zich aan de greep van de katholieke carnavals-regenten. De laatste emancipatiegolf onder de grote rivieren. ,,Wij laten ons niet apart zetten''.

,,Ik wil geen oorlog'', zegt het Maastrichtse CDA-raadslid G. Roomans. ,,Maar het is hoog tijd dat vrouwen serieus genomen worden bij de organisatie en het bestuur van het carnavalsfeest in deze stad. Vrouwen kunnen meer dan opdraven als dansmariekes vanwege een paar mooie benen.''

Sinds Roomans begin deze maand met zeven andere vrouwelijke Maastrichtse raadsleden een oproep deed om in de nieuwe eeuw maar eens een vrouw uit te roepen tot stadsprins is het onrustig in de stad. Scheldpartijen, een record aantal ingezonden brieven in de krant en een gekrenkte stadscarnavalsvereniging De Tempeleers die al aankondigde de tradities `tot de laatste druppel bloed' te zullen verdedigen.

Onlangs, op de jaarvergadering van De Tempeleers, mochten de vrouwelijke raadsleden hun standpunt uitleggen. ,,Ik schrok van de reacties'', zegt Roomans. ,,Ik werd uitgefloten en weggehoond. Ook door de vrouwen in de zaal. Dat deed bijzonder veel pijn.'' Volgens prizzedent W. Fischer van De Tempeleers overdrijft Roomans. ,,De dames zijn helemaal niet onheus bejegend. Ach, er wordt altijd wel iets geroepen. Ook bij minder heikele thema's''.

De Tempeleers zien zich als erfgenamen van de Momus-sociëteit, een amusementsclub voor gegoede heren uit de vorig eeuw. De sociëteit had zoveel geld dat ze aan het Vrijthof een monumentaal sociëteitsgebouw kon neerzetten van 11 bij 11 bij 11 meter. De Momus-heren lieten zich elk carnavalsfeest in hun rokkostuums in 11 koetsen door de stad rijden.

De Tempeleers lopen nog steeds in rokkostuum. Deze herenclub, in november 1945 opgericht door de laatste leden van de Momus-sociëteit, wordt door veel Maastrichtenaren gezien als een elitaire vereniging die zichzelf in stand houdt door coöptatie uit een kleinburgerlijke milieu.

De conservatieve opvattingen van De Tempeleers zijn nooit veranderd. In 1985 haalden ze al de landelijke pers met uitspraken dat homo's, samenwonenden en vrouwen geen prins konden worden. Het ,,blazoen van de prins'' moest ,,blank'' blijven. Prizzedent Fischer, nu: ,,Het kan niet dat anderen voor ons bepalen hoe onze vereniging er uit ziet. De status van deze stad op carnavalsgebied - een voorbeeld voor heel carnavalvierend Nederland - is bovendien gecreëerd door De Tempeleers. Trouwens, elders in Limburg heb je vrouwencarnavalsverenigingen. Waarom zou dat niets voor Maastricht zijn?''

Raadslid Roomans, boos: ,,Wij willen niet apart gezet worden.''

De Tempeleers, en veel andere verenigingen, zijn ook behoudend in hun toelating van kritiek en spot in optochten. Ook al is carnaval juist bedoeld om met alles en iedereen de draak te steken. Vooral met autoriteiten. Een karikatuur van de omstreden bisschop Gijsen was echter taboe. Met corrupte politici mocht niet ook gespot worden en een parodie op een in Limburg ontdekte wenende madonna werd geweerd. De Tempeleers willen, volgens hun statuten, carnaval ,,op een hoger peil brengen'' en hebben zorg voor ,,het samenhorigheidsgevoel in alle geledingen van de Maastrichtse bevolking''.

Dat samenhorigheidsgevoel is weg. Afgemeten aan de inhoud en het aantal ingezonden brieven in Dagblad De Limburger heeft een goed deel van de stad een hekel aan het gezelschap. Niet aan carnaval. Dat is onder de grote rivieren hét volksfeest. Hoe zuidelijker, hoe omvangrijker. Aan het einde van de winter verlamt carnaval het openbare leven en tovert het feest Maastricht om tot het Rio van Nederland.

,,Carnaval is een toeristische trekker. Het is geen zuipfestijn zoals in de rest van Nederland wel gedacht wordt'', zegt de uit Zutphen afkomstige W. de Jong, directeur van de VVV Maastricht. De Jong juicht het initiatief van de vrouwelijke raadsleden toe. ,,Bravo dames, chapeau bas, heb ik geroepen. Dat is me niet in dank afgenomen door De Tempeleers. De vereniging houdt krampachtig vast aan oude tradities. Maar tijden veranderen. Vroeger deelde de VVV folders uit, nu hebben we Internet.''

De Maastrichtse Beppie Kraft, zangeres van de carnavalskraker `Iech höb gedruimp vaannach ich waor de prinses', zegt: ,,Ooit moet er een prinses komen, maar op deze manier niet. Al die ruzies. Het wordt van beide kanten veel te serieus genomen.''

,,Toch gaat het om veel meer dan alleen de vraag: prins of prinses'', meent L. Meisen, drager van de hoogste Limburgse carnavalsonderscheiding, de Orde van de Gulden Humor, en bewaker van het Limburgs erfgoed. Hij constateert een kloof tussen veel carnavalsverenigingen en de bevolking. ,,De vraag is of de verenigingen niet de aansluiting verliezen met de ontwikkelingen in de samenleving.''

W. Leentjens, voorzitter van de Samenwerkende Limburgse Carnavalsverenigingen, kent verenigingen waar vrouwen en mannen gelijk zijn. Leentjens: ,,Toch bestaat bij ons zorg dat verenigingen de aansluiting bij de maatschappij verliezen. Wij moeten niet de pretentie hebben dat wij willen voorschrijven hoe carnaval gevierd moet worden. In de jaren vijftig liepen verenigingen voorop, nu niet meer. Ik heb geen bezwaar tegen een carnavalsprinses. Je moet je ogen open houden voor veranderingen.''

Limburgers hebben steeds minder behoefte aan leidende figuren met carnaval. Wie er prins is, zal menigeen een zorg zijn. De carnavalsvierders ontworstelen zich aan de greep van de regenten van het van oorsprong katholieke carnaval. De Tempeleers raken hun zeggenschap kwijt, zoals eerder de katholieke kerk en de katholieke bestuurders hun zeggenschap verloren.

Maastricht kan zonder De Tempeleers. Toen zij tijdens de Golfoorlog besloten dat het goed voor Maastricht was om geen carnavalsoptocht te laten trekken, pikte de stad dat niet. Een comité, dat zich `Vollek vaan Mestreech' noemde, organiseerde een bonte optocht. De Tempeleers hadden met hun prins Rob vanaf een balkonnetje het nakijken.

    • Joep Dohmen