Het nieuws van 30 november 1999

TAGLIATELLE MET PADDESTOELEN-UISAUS

Er is onlangs een `nieuwe' oude paddestoel op de markt gekomen. De agaricus arvensis – bekend als de weidechampignon, akkerchampignon of soms anijschampignon – wordt door verschillende champignon/paddestoelenkwekers gekweekt en onder de naam akkerpaddestoel verkocht. Deze paddestoel is familie van de agaricus bisporus, de commercieel gekweekte witte champignon die in iedere supermarkt en bij elke groenteboer verkrijgbaar is. De akkerpaddestoel in zijn jonge vorm ziet er prachtig uit met zijn vrij kleine, dichte en wat langere witte hoed op een korte steel met een roze lamellen. Hij is heerlijk van smaak en geur – in de geur zit een zweem van anijs. Doe de uien in een pan, strooi er de suiker en wat zout en peper over en giet er net zo veel koud water over dat ze onderstaan. Leg op de pan een cartouche (een cirkel uitgeknipt vetvrijpapier van hetzelfde formaat als de pan) met een gaatje in het midden zodat de stoom kan ontsnappen), zet op een laag vuur en laat zachtjes koken tot het water verdampt is. Doe de 50 g boter in de pan en fruit er de uitjes lichtjes in tot ze volledig gaar zijn. Schep er de bouillon door en laat even doorwarmen. Veeg de paddestoelen schoon en snijd grote exemplaren doormidden. Verhit de 30 g boter met de 2 eetlepels olijfolie in een koekenpan op een matig vuur. Doe er de knoflook in en roerbak die in circa 30 seconden goudgeel. Schep er de paddestoelen door, bestrooi met zout en peper en bak ze onder regelmatig omscheppen bijtgaar. Schep er de geglaceerde uitjes met het vocht door en laat alles doorwarmen. Voeg de peterselie toe en schep weer goed om. Proef de saus en breng hem zo nodig op smaak met zout en peper. Kook intussen de tagliatelle bijtgaar in een ruime pan gezouten kokend water. Verdeel de pasta over 4 voorverwarmde borden, schep er de paddestoelensaus over en geef er de geraspte pecorino romano apart bij.

De Haagse Staat

PRIJS VOOR BESCHEIDEN POLITICUS...

De voorzitter van de Tweede Kamer, Jeltje van Nieuwenhoven, deed vorige week een ludieke oproep aan de parlementaire pers: kies, naast de beste politicus van het jaar, ook de beste backbencher. Met dit uit het Britse Mother of all Parliaments overgewaaide begrip bedoelt ze Kamerleden ,,die niet de behoefte hebben steeds weer op de voorgrond te treden, maar achter de schermen bijzonder veel en constructief werk verrichten''. Na deze uitverkiezing kan deze parlementariër volgens Van Nieuwenhoven ,,dan zijn backbencherschap van zich afwerpen''.

Van Nieuwenhoven deed haar oproep bij de presentatie van het Jaarboek parlementaire geschiedenis 1999, een initiatief van het Nijmeegse Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Ze werd geïnspireerd door een artikel in het jaarboek over de negentiende-eeuwse parlementariër Lodewijk Caspar Luzac, die met Thorbecke een belangrijke rol speelde bij de grondwetsherziening van 1848. Luzac zat twintig jaar in de Kamer en werd in zijn tijd alom gerespecteerd wegens zijn bescheidenheid en zijn grondige bijdragen aan het parlementaire debat. Maar toch raakte hij, na een mislukt ministerschap, volstrekt in de vergetelheid. Tijdens zijn leven was Luzac al een politicus die de publiciteit schuwde: ,,De couranten artikels doen mij weinig genoegen.''

Van Nieuwenhoven onderscheidt verschillende typen backbenchers: oud-fractievoorzitters en oud-bewindspersonen die de luwte hebben opgezocht, en Kamerleden van grote fracties die een bescheiden en soms helemaal geen portefeuille hebben. Ze doelt vooral op hardwerkende, `bescheiden' politici van het type-Luzac. Ze zijn grote specialisten op een bepaald gebied, dan wel nauw betrokken bij hun regionale achterban. Ze voeden de eerste woordvoerders en de fractievoorzitter met kennis, terwijl die in grote debatten en de publiciteit met de eer gaan strijken. En ze houden zich intensief bezig met hun taak als medewetgever, ,,een discipline die zeer nauw luistert, arbeidsintensief, taai en langdurg kan zijn''.

...EN DE WINNAAR IS GEWORDEN...

Wie van de huidige Kamerleden zou in aanmerking komen voor deze eer? De afvallers zijn meteen duidelijk: de kleine groep prima donna's die regelmatig het nieuws weet te halen: Boris Dittrich (D66), Rob Oudkerk (PvdA) en Wim van de Camp (CDA), bijvoorbeeld. Ook de kleine fracties vallen af, want alleen grote fracties kunnen zich de luxe van backbenchers permitteren. Maar dan nog kan vrijwel elk Kamerlid in principe winnen. Voor het overgrote deel van de Kamerleden geldt dat ze onder Van Nieuwenhovens definitie vallen, of ze dat willen of niet. Ze doen hun werk – het doorploegen van duizenden brieven, nota's en wetsvoorstellen – veelal buiten het licht van de publiciteit. Alleen wie een mediagenieke portefeuille heeft, zoals asielzoekers of het EK-voetbal, haalt met enige regelmaat de pers. Ook andere factoren bepalen de informele pikorde in het parlement, zoals het voorzitterschap van belangrijke Kamercommissies (Onderwijs, Financiën) of het lidmaatschap van het fractiebestuur. Maar bekend word je daar niet mee.

Toch zijn ze er wel, vaak wat oudere Kamerleden, die bewust hebben gekozen voor een rol op de achtergrond. ,,Niemand kiest er bewust voor backbencher te worden'', zegt Michiel Patijn (VVD). ,,Maar ik heb er wel bewust voor gekozen niet op de frontbench te gaan zitten. Ik voel me meer thuis in bestuur en wetgeving dan in day-to-day politics.'' Patijn is coördinator justitie en wetgeving binnen de VVD-fractie. ,,Veel wetgevende en controleprocessen zijn saai en taai. Maar het moet wel zorgvuldig gebeuren.''

Ander voorbeeld: de oud-hoogleraar economie Henk de Haan bij het CDA. ,,Negentig procent van wat je doet, is gewoon het technisch volgen van de regering'', zegt hij ,,Ik begrijp best dat dat nooit de krant haalt. Als ik niet zelf in de Kamer zou zitten, zou me dat ook niet interesseren.'' De Haan zegt niet veel bezig te zijn met de vraag hoe vaak hij de krant haalt. ,,Maar ik kan me die arrogante houding veroorloven, omdat ik niet meer vooruit hoef in de politiek. Jongeren kunnen zich dat niet permitteren.'' Dat geldt ook voor Wouter Gortzak van de PvdA. ,,Ik ben een opgewekte backbencher. Toen ik werd gevraagd voor de Kamer heb ik meteen gezegd dat ik niet voorop wilde lopen. Maar ik kom zeker niet in aanmerking voor een prijs. Ik sus weleens een ruzie in de fractie. Maar verder is mijn invloed, voor zover ik kan vaststellen, nul.''

...SPREEK NIET VAN `BACKBENCHER'

De meeste Kamerleden willen niet graag als backbencher worden betiteld. In politiek-Den Haag geldt het als een negatief begrip, dat suggereert dat je niet echt meetelt. Wie wil daarin uitblinken, hoe sympathiek de suggestie van Van Nieuwenhoven ook wordt gevonden? ,,Het is toch een beetje het kiezen van de beste spits van het slechtste elftal'', zegt A. Dunning, oud-voorzitter van de PvdA-selectiecommissie bij de vorige verkiezingen.

De Britse term is bovendien ook niet direct toepasbaar op de Nederlandse verhoudingen. ,,Het is een vergelijking die volstrekt mank gaat'', aldus Peter Maas, oud-hoogleraar parlementaire geschiedenis in Nijmegen. ,,Bij fracties in Nederland is de pikorde lang niet zo sterk als in Engeland.'' In Engeland zijn de kabinetsleden tevens lid van het parlement. Tot de `frontbench' behoren alleen de parlementsleden die lid zijn van het kabinet. De rest behoort tot de `backbenches'. Dat zijn er honderden, want het Britse House of Commons is ruim drie keer zo groot als de Tweede Kamer.

Backbencher heeft in de Britse verhoudingen ook geen negatieve connotaties. Iemand kan op de achterste bankjes zitten, zoals oud-premier Edward Heath, en toch een prominent parlementslid zijn. Het wil ook niet zeggen dat een volksvertegenwoordiger onbekend is. Engeland kent het districtenstelsel en leden van de Commons zijn in ieder geval in hun eigen district bekend. Daarnaast komt de Nederlandse parlementariër zeker op zijn eigen terrein, hoe bescheiden ook, af en toe aan het woord. In het Britse parlement is dat aanzienlijk minder vanzelfsprekend. Een van de voorgangers van Van Nieuwenhoven, Dick Dolman, wist het al: ,,Hear hear is het machteloos gemompel van hen die tot horen veroordeeld zijn.''

Hoogleraar Maas ziet weinig in het idee van Van Nieuwenhoven. ,,Zo'n prijs leidt nergens toe. Na een dag beroemdheid is het voor zo'n uitverkoren Kamerlid: terug naar de backbench.'' De anonimiteit van de meeste Kamerleden is geen nieuw fenomeen. Van KVP-leider Romme is de anekdote bekend dat hij, tijdens de maidenspeech van een Kamerlid, aan AR-leider Schouten vroeg: ,,Die krullebol daar, is dat er een van jou of van mij?'' Maas: ,,Zo gek veel is er inmiddels niet veranderd. Van Nieuwenhoven zou beter een prijs kunnen uitloven voor het beste initiatiefwetsvoorstel.''

Een radiohemel op aarde

De op 20 januari 1965 in Palm Springs USA overleden deejay Alan Freed mag dan de twijfelachtige eer hebben gehad de eerste radio- plaatjesdraaier te zijn geweest die zich liet omkopen door platenmaatschappijen, voor de rest was er vrijwel niets op hem aan te merken. Z'n bekendheid had hij ook niet verkregen door drie dagen lang de NCRV vol te kletsen of telefoonspelletjes voor hush-puppies te leiden. Nee hoor, meneer Freed was niet alleen de uitvinder van de term Rock & Roll, maar liet en passant op niet geringe radio-zenders als WJW in Cleveland en (later) WINS in New York City ook nog goed en duidelijk weten, dat de toendertijd populaire teener-muziek niet meer en minder was dan een slap aftreksel van zwarte muziek zoals Jazz en Rhytm & Blues. Freed beperkte zich dan ook echt niet tot plaatjes draaien die hem door een zendercoördinator voorgeschoteld werden maar gebruikte zijn populariteit voor fabelachtige live-concerten die alle muzikale grenzen en andere taboe's doorbraken. Zo opende hij zijn live Rock & Roll Dance Party's (want zo heette zijn programma) meestal met een eigen fenomenale Big Band waarin, geloof het of niet, in de saxsectie Al Sears, Sam `The Man' Taylor en Red Prysock de tenor-sax solo's speelden. En dan niet elk een solootje op een soort `Wie van de Drie' tune. Nee, alle drie sax-`War Lords' tegelijk en meedogenloos tegen elkaar in met met bloedstollende `vier om viertjes' (maten!) in rietblazers- klassiekers als Let's Face it!, Pretzel en niet te vergeten Push it! van de hand van Alan Freed zelf, die ook een blauwe maandag leider van de Sultans of Swing in Ohio geweest was.