Weinig speelruimte voor spilfiguren

Europees commissaris Pascal Lamy, Amerikaans handelsvertegenwoordigster Charlene Barshefsky en WTO-topman Mike Moore zijn deze week hoofdrolspelers bij de ministersconferentie van de WTO. Hun bewegingsvrijheid om tot een akkoord te komen over een agenda voor een nieuwe handelsronde is beperkt. Drie portretten.

P. Lamy

Taaie Franse manager

In Brussel werd enkele maanden geleden door sommigen geglimlacht na de `zet' van voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie om juist een Fransman te benoemen als commissaris voor buitenlandse handel. Frankrijk staat immers niet bekend als land dat erg voor handelsliberalisering is geporteerd.

Toch geldt de Franse socialist Pascal Lamy zeker niet als een protectionist. Integendeel, hij was volgens ingewijden degene die in 1993 zijn Franse chef Jacques Delors, destijds de voorzitter van de Europese Commissie, bewoog tot een inschikkelijker opstelling in de Uruguayronde. Pascal Lamy moet in de ogen van Prodi als Fransman bij uitstek geschikt zijn om een wereldhandelstekort aan zijn landgenoten te verkopen.

Lamy, opgeleid aan de École Nationale d'Administration waar de Franse ambtelijke elite studeerde, zal in elk geval door de Fransen minder worden gewantrouwd dan zijn Britse voorganger, sir Leon Brittan. Maar net als Brittan ziet Lamy handelsliberalisering als een `win-win-situatie'.

Hij heeft te maken met opvattingen van EU-lidstaten die nogal uiteenlopen. Zijn onderhandelingsmandaat voor Seattle kwam dan ook op nogal moeizame wijze tot stand. Lamy gaf al eerder aan dat hij op het gebied van de landbouw – waar de EU onder druk staat van de VS en andere landen om de exportsubsidies te verlagen – de steun aan de boeren wil loskoppelen van de productie. Zo komt de EU enigszins aan de Amerikaanse bezwaren tegemoet.

Tegelijkertijd kiest Lamy voor een ,,offensieve'' opstelling door de Amerikanen onder ogen te brengen dat zij sinds enige tijd hun boeren op ongeoorloofde wijze met subsidies en exportkredieten ondersteunen. En op het gebied van voedselveiligheid – hormoonvlees, genetisch gemanipuleerde organismen – gaat hij ook de confrontatie met Washington aan door een importstop uit ,,voorzorg'' geoorloofd te vinden. Lamy geldt als een crisismanager die onder grote druk kan presteren. Als loper van marathons beschikt hij bovendien over een groot uithoudingsvermogen. Tot voor kort was hij tweede man bij de staatsbank Crédit Lyonnais, waar hij door de Franse overheid was benoemd om na een leningenschandaal orde op zaken te stellen.

C. Barshefsky

`Harde' gezante van VS

Europees commissaris Pascal Lamy, Amerikaans handelsvertegenwoordigster Charlene Barshefsky en WTO-topman Mike Moore zijn deze week hoofdrolspelers bij de ministersconferentie van de WTO. Hun bewegingsvrijheid om tot een akkoord te komen over een agenda voor een nieuwe handelsronde is beperkt. Drie portretten.

Charlene Barshefsky houdt er niet van om `hard' genoemd te worden. ,,Als ik een man was, zou men dat woord niet gebruiken'', pleegt ze te zeggen. Toch noemt iedereen de speciale Amerikaanse handelsvertegenwoordigster `hard', en met recht. Als kind van Poolse en Russische immigranten die nauwelijks Engels spraken, leerde ze in Chicago al vroeg voor zichzelf te knokken. In 1993 werd ze assisent van handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor, die ze drie jaar later opvolgde. Daarvoor had ze in Washington een uitstekende reputatie opgebouwd als advocaat, gespecialiseerd in handelskwesties, bij het gerenommeerde kantoor Steptoe & Johnson.

De 49-jarige moeder van twee dochters, die oogt als een gevorderde studente, heeft de afgelopen zes jaar meer dan 260 handelsakkoorden voor de VS afgesloten. En altijd ging ze tot het uiterste. Alleen al met Japan ging het om een dertigtal. Haar grootste succes was ongetwijfeld het recente akkoord met Peking, dat de weg moet vrijmaken voor de Chinese toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Ze gaf blijk van politiek inzicht door in het laatste stadium van de onderhandelingen de belangrijkste economisch adviseur van het Witte Huis, Gene Sperling, naar Peking te halen. Daarmee gaf ze niet alleen een signaal aan de Chinezen. Ze gunde ook de eer van het belangrijke akkoord aan president Clinton, die in april een door Barshefsky bereikt compromis met Peking nog had afgewezen.

Barshefsky staat deze week als gastvrouw van de WTO-ministersconferentie in Seattle ongetwijfeld voor de moeilijkste opgave uit haar carrière. Ze moet nu bewijzen niet alleen in bilaterale onderhandelingen tot resultaat te kunnen komen, maar ook de flexibiliteit te bezitten om op een multilateraal formum een akkoord te bereiken. De uiteenlopende standpunten over zaken als landbouw, voedselveiligheid, arbeidsnormen en milieu maken dat bij voorbaat moeilijk. Bovendien moet ze zowel rekening houden met een weinig tot handelsliberalisering geneigd Congres als met de presidentiële ambities van vice-president Gore, die de steun nodig heeft van de protectionistisch ingestelde Amerikaanse vakbeweging.

M. Moore

Self-made bestrijder armoede

Europees commissaris Pascal Lamy, Amerikaans handelsvertegenwoordigster Charlene Barshefsky en WTO-topman Mike Moore zijn deze week hoofdrolspelers bij de ministersconferentie van de WTO. Hun bewegingsvrijheid om tot een akkoord te komen over een agenda voor een nieuwe handelsronde is beperkt. Drie portretten.

Directeur-generaal Mike Moore (50) van de WTO liep als Nieuwzeelandse vakbondsactivist zelf vaak mee in demonstraties. In Seattle is de organisatie waaraan hij sinds september leiding geeft, zelf het mikpunt van betogingen.

Waarschijnlijk is Moore's vakbondsverleden er de oorzaak van dat hij openstaat voor kritiek op de globalisering en de WTO. ,,Bepaalde kritiek is gerechtvaardigd'', zei hij onlangs.

Zo aarzelt hij niet steeds weer een beroep te doen op de industrielanden en de opkomende economieën om verder te kijken dan hun eigen belangen en de arme landen in staat te stellen ook van handelsliberalisering te profiteren. Moore pleitte tot nu toe vergeefs voor het schrappen van alle importtarieven voor de 48 armste landen.

Ook moet volgens Moore de WTO-transparanter worden. Te denken valt volgens zijn woordvoerder aan het openbaar maken van bijeenkomsten van de arbitragepanels, die zich buiten over handelsconflicten tussen WTO-lidstaten.

De opvattingen van Moore, die in 1990 korte tijd premier van Nieuw Zeeland was, hebben volgens degenen die hem kennen te maken met de armoede uit zijn jeugd. Hij werkte ooit als metselaar en drukker. Als lid van de Labour Partj wilde hij volgens eigen zeggen aanvankelijk ,,het systeem vernietigen'' dat verantwoordelijk was voor de armoede van zijn eigen familie. Toch huldigde hij al spoedig meer gematigde opvattingen. Als self-made man werkte Moore zich omhoog.

Moore was minister van handel 1984 tot 1990) en zette zich in die functie sterk in voor handelsliberalisering. Hij was de inspirator achter de Cairns-groep van landen met een grote landbouwexport, die al jaren protesteren tegen de Europese landbouwsubsidies.

Aan Moore's verkiezing tot directeur-generaal van de WTO ging een lange en bittere strijd vooraf met de Thaise tegenkandidaat, vice-premier Supachai, die bij wijze van compromis in 2002 het tweede deel van de ambtstermijn zal vervullen.

Moore zou in Seattle graag de rol van bemiddelaar en verzoener spelen, maar heeft zelf al aangegeven dat de 135 WTO-lidstaten zelf de afloop van de ministersbijeenkomst bepalen.