Terug na een seizoen vol kommer en kwel

Na een seizoen om zo snel mogelijk te vergeten is veldrijder Richard Groenendaal terug aan de top. `Ries' was gisteren niet de meest gelukkige renner in het bos van Gieten, maar ondanks een derde plaats wel de sterkste.

Handenwrijvend ziet Reinier Groenendaal vanuit de pitstraat in het bos van Gieten hoe zijn zoon halverwege de Superprestige-wedstrijd de vier man sterke kopgroep aanvoert. Richard is na een mislukt seizoen terug aan de top, maar zijn vader wil de dag niet prijzen voor het avond is. ,,Vorig jaar om deze tijd had hij al vier zeges te pakken, nu twee'', relativeert de oud-veldrijder.

Richard Groenendaal (28) beleefde vorig jaar het slechtste seizoen uit zijn carrière. In de eerste wedstrijden zag het er toen nog goed uit voor Groenendaal, maar in de laatste maanden van het seizoen speelde hij een figurantenrol. In zijn ploeg Rabobank schitterde de jonge Sven Nijs. De Belgische belofte was en is nog steeds Groenendaals voornaamste concurrent.

,,Hij was toen niet helemaal gezond'', zo blikt Reinier Groenendaal (48) terug op de tweede helft van het vorige seizoen. ,,Hij werd geplaagd door een virusinfectie, wilde te snel terugkomen en verloor zijn zelfvertrouwen. Op een gegeven moment reed hij alleen maar tegen zichzelf. Hij was moe, bij alles wat hij deed.'' Dat mag zijn Richard dit seizoen niet overkomen: over twee maanden staat in zijn woonplaats Sint-Michielsgestel het wereldkampioenschap veldrijden op het programma.

,,Ik had zoiets zelf nooit meegemaakt'', zegt Groenendaal senior, die in zijn tijd als crosser ware veldslagen leverde met Hennie Stamsnijder. ,,Ik had natuurlijk wel eens een mindere periode, maar dat was nooit zo langdurig; één of twee weken, dan was ik er weer bovenop. Het gekke was dat het bloed van Richard aan het eind van het vorig seizoen heel goed was, beter dan nu. Zijn hematocrietwaarde was toen heel hoog, maar hij kwam niet vooruit. Nu heeft hij een superlage waarde en rijdt hij wel goed.''

Als Reinier Groenendaal de smalle pitstraat oversteekt om naast het lint zijn zoon aan te moedigen, klinkt het `Rein, pas op!' uit voornamelijk Belgische kelen. Snel doet de Brabander een paar stappen achteruit, waardoor hij nog net een botsing voorkomt met wereldkampioen Mario de Clercq, die in de materiaalpost zojuist op een nieuwe fiets is gestapt.

Vorig jaar was er van alles mis met Richard, vervolgt de vader annex coach van de renner. ,,Hij reed bijvoorbeeld in de trainingen drie dagen goed en op de laatste dag zelfs super. Als ik 55 reed op de scooter en we gingen lichtjes bergop, dan kwam 'ie nog langszij. Een dag later reed hij alleen en haalde hij nog geen 25 kilometer per uur.''

In de loop van vorig seizoen maakte Groenendaal het zichzelf vaak lastig door slecht van start te gaan. Daardoor moest hij veel terrein prijsgeven op zijn concurrenten en kostte het hem veel moeite om via inhaalmanoeuvres terug te komen op de plaats waar hij al jarenlang zijn vaste plaats had; aan de kop van het veld. Pa zag zijn zoon veelvuldig maar wat aanmodderen. ,,Dan reed `ie een snelle ronde en in de volgende ronde kwam hij niet vooruit, alsof er iemand met een touw aan zijn fiets hing.''

Voor de laatste ronden in Gieten begeeft Reinier Groenendaal zich naar een plek waar hij het grootste deel van het parkoers kan overzien, niet ver van de pitstraat. Met vijfduizend toeschouwers ziet hij zijn zoon met een riante voorsprong de laatste ronde ingaan.

Na bijna een uur lang door rul zand en zachte bosgrond te hebben geploegd, beklimt Groenendaal met een geslonken voorsprong voor de laatste keer het heuveltje waar zijn vader hem aanmoedigt. ,,Kom op Ries.'' Tegelijkertijd ziet pa wat de tv-camera's ontgaat. ,,Lekke band, kut!'' Via de struiken trekt de oude Groenendaal een sprintje naar de materiaalpost, waar hij net op tijd zijn zoon de reservefiets in diens handen drukt. Sven Nijs en wereldkampioen De Clercq glippen op dat moment aan de andere kant van het lint langs de Nederlander. Groenendaal komt de Belgen niet meer voorbij en wordt derde.

,,Ik heb al zoveel meegemaakt'', relativeert Groenendaal even later achter de streep. ,,Dit kan er nog wel bij. Maar je kunt zoiets beter hebben in de eerste ronde dan in de laatste.'' Winnaar Nijs trekt de juiste conclusie. ,,Ik was de gelukkigste, niet de sterkste.'' Dat was Groenendaal. ,,Ik kan weer goed meedoen'', zegt hij bescheiden. Wie denkt dat de renner geobsedeerd is door het wereldkampioenschap in zijn woonplaats heeft het mis. ,,Ik zet niet alles op het WK. Daar kan ik ook lek rijden.''

    • Ward op den Brouw