Sisi aan zee

Keizerin Elisabeth van Oostenrijk zou zich verre hebben gehouden van het musical-spektakel `Elisabeth' in het Circustheater in Scheveningen. Want de échte Elisabeth hield niet van drukte en zocht in Nederland graag de eenzaamheid van de vloedlijn.

Twee keer in haar leven – in 1884 en 1885 – verbleef Elisabeth enkele weken in Nederland, waar ze verslingerd raakte aan de Noordzee. Dat blijkt uit de gedichten die ze bij haar tweede bezoek in maart 1885 aan het papier toevertrouwde. Deze Nordseelieder zijn met de andere gedichten van de keizerin opgenomen in Kaiserin Elisabeth. Das Poetische Tagebuch, geschreven door haar biografe Brigitte Hamann. Uit poëtisch oogpunt stelt het weinig voor, maar interessant is dat deze gedichten zich laten lezen als een dagboek van Sisi's gevoelsleven. Dankzij deze unieke bron kunnen we vrij precies de gemoedstoestand van de keizerin in die periode reconstrueren. Uit de berichten in de Nederlandse pers blijkt hoe dicht Elisabeth in haar poëzie bij de werkelijkheid bleef.

De keizerin van Oostenrijk arriveerde op 27 februari 1885 's morgens vroeg per trein in Amsterdam. Ze reisde incognito als gravin Von Hohenembs, maar iedereen wist wie ze was. Ze kwam voor een massagekuur bij de society-arts Johann Georg Mezger, die ze direct na aankomst bezocht in het Amstelhotel. Diezelfde dag nog reisde ze per trein door naar Zandvoort. Ze haastte zich naar haar geliefde Noordzee, die ze kende van haar bezoek in het voorjaar van 1884.

Du meine Augenweide

Du meines Hierseins Glück,

Früh meine erste Freude

Und nachts mein letzter Blick!

Zo beschreef Elisabeth in een van de eerste strofen van haar Nordseelieder de hernieuwde kennismaking. De zee was haar ogentroost en hartsgeluk. Ze zou het liefst van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in de nabijheid van de golven zijn. De keizerin nam in Zandvoort haar intrek in de Villa Paula op de toenmalige Noordboulevard. ,,Het verblijf aldaar schijnt de gravin bij voorkeur te verkiezen'', meldt het Algemeen Handelsblad van 1 maart 1885. ,,Zij doet er wandelingen door de duinen en langs het strand.'' Op zondagmiddag zag ze er de Zandvoortse vissers en hun verloofden stijfgearmd flaneren.

Die Fischer geh'n am Strand herum

Im feschen Sonntagsschmuck,

Und kosen, Liebchen fest am Arm,

Mit Blick und Händedruck.

Voor Elisabeth zelf was dit eenvoudig geluk niet weggelegd. Ze was weliswaar getrouwd met de keizer van Oostenrijk, maar haar ware liefde was deze brave man zeker niet. Haar reis naar Nederland was een van de vele tochten die de keizerin ondernam om het Weense hof en haar echtgenoot te ontlopen. Elisabeth was voortdurend op de vlucht en tijdens haar verblijf in ons land ging ze zich steeds ellendiger voelen. Ze voelde zich als de meeuwen van het Noordzeestrand.

Eine Möve bin ich von keinem Land,

Meine Heimat nenne ich keinen Strand,

Mich bindet nicht Ort und nicht Stelle;

Ich fliege von Welle zu Welle.

Elisabeths belangstelling voor de zee ontging ook de Nederlandse pers niet. Het Algemeen Handelsblad van 24 maart 1885: ,,In Zandvoort, waar de gravin Von Hohenembs het liefst vertoeft, is haar grootste vermaak lange wandelingen te doen langs het strand, terwijl de zee haar zijn eeuwig lied voorzingt. Na het middagmaal doet zij geregeld tot het invallen der schemering een wandeling langs de zeekant en zelfs geen wind of weer kan haar daarvan weerhouden.''

Allabendlich treibt's mich hinaus,

Ich muss die Sonne seh'n

Die glückliche, beneidete,

Im Meere untergeh'n.

De keizerin benijdde de zon omdat die in de zee kon ondergaan. Wat de kranten in 1885 niet wisten was dat Elisabeth op haar lange wandeltochten ook gesprekken voerde met de meeuwen. In haar gedichten lezen we hoe de zee haar riep.

Du willst mich wiegen, schaukeln,

Dein Arm ist ja so weich,

Bis endlich du mich dennoch

Ziehst in dein nasses Reich.

Gelukkig voor de Nederlandse autoriteiten kwam het niet tot deze vereniging van de Noordzee en Sisi. Volgens Hamann ontstonden de gedichten aan het begin van een kritieke fase in het leven van de keizerin. Haar legendarische schoonheid was verbleekt en ze had allerlei kwalen. De lange strandwandelingen maakten haar steeds melancholieker. Tot opluchting van haar dochter Marie Valerie verliet Elisabeth op 2 april 1885 vrij plotseling ons land. In Heidelberg voltooide ze haar Nordseelieder.

Allein, allein am weiten Strand,

Vor mir die hohen Wogen

Und hinter mir das Dünenland

In weichen, sanften bogen

    • Niels Wisman