Oorlog en nog eens oorlog in documentaires

,,Van de Berlijnse muur is nog maar zo weinig over dat alleen een Hollywoodfilm nog een indruk kan geven van hoe het geweest is'', zegt een voormalig lid van de Stasi in Nach dem Fall, een documentaire van Frauke Sandig en Eric Black over de Muur.

Het is het probleem van veel historische documentaires. Van het onderwerp bestaat bijna niets meer, niet in het echt en ook niet op film. Er heeft geen vlieg op de wand van de eerste Sputnik gezeten en van Jean Genets bezoek aan Chatila bestaan voorgoed geen beelden meer. Filmmakers moeten hun toevlucht nemen tot de bekende talking heads, tot reconstructies en hoop op een vondst in een archief.

In The Red Stuff van Leo de Boer, een van de twee Nederlandse documentaires die opgenomen zijn in de filmcompetitie, vertellen kosmonauten over de gloriedagen van de Russische ruimtevaart. Hun woorden worden afgewisseld met propagandamateriaal en onbekende archiefbeelden. Bijzonder zijn de beelden van de poging tot reanimatie van drie kosmonauten die bij hun terugkeer naar de aarde zonder zuurstof kwamen te zitten. De Israëlische regisseurs Dan Setton en Tor Ben-Mayor beschikten voor Kapo nauwelijks over historisch beeldmateriaal. De film gaat over de joodse kapo's in de concentratiekampen, die door de Duitsers met een deel van de macht over het gros der gevangenen opgezadeld werden. De makers kozen ervoor om over de joodse kapo's, een onderwerp zo pijnlijk dat het nooit veel aandacht heeft gekregen, een aantal bekende beelden over de kampen op te nemen, in de hoop dat mensen er met deze nieuwe informatie anders naar zouden kijken.

Schrijnend is het ontbreken van filmbeelden in The Cry From The Grave, de documentaire van Leslie Woodhead over de val van Srebrenica die vrijdag op het festival in première ging en zaterdag op de BBC werd vertoond (de NPS volgt op 6 december). De vluchtelingen op de Nederlandse compound in Potocari zijn door Nederlandse soldaten uitgebreid gefilmd, maar niet is vastgelegd dat er om de hoek mannen werden geëxecuteerd. Woodhead maakte van het verhaal van één man een reconstructie.

Heddy Honigmann zocht in Crazy, de tweede Nederlandse film die meedingt naar de Joris Ivens Award, een andere oplossing. Zij maakte voor een deel gebruik van dezelfde videobeelden als Woodhead, maar uit de vele gezichten van de vluchtelingen pikte zij er een paar. Terwijl een soldaat over het horen van een verkrachting vertelt, zoomt Honigmann in op een vrouwengezicht. Van Honigmann mogen wij denken dat het deze vrouw is die verkracht wordt, zei ze na de première in de dagelijkse talkshow op het IDFA. Voor het overige is Crazy een film waarbij je het gebrek aan beeldmateriaal niet als een gemis ervaart. Integendeel, de gezichten van de Nederlandse VN-militairen die luisteren naar muziek die voor hen belangrijk was tijdens hun uitzending, zijn wonderlijk aangrijpend.

Bij de première van Crazy op zaterdagavond in City 1 kregen bezoekers een papier in de handen gedrukt dat nog eens bevestigde dat er tijdens dit IDFA veel documentaires over oorlog gaan. Het publiek werd uitgenodigd voor het debat `The Battlefield' op zondagmiddag in De Balie, waaraan filmmakers en een paar politici deelnamen. ,,Wij stemmen allemaal voor regeringen die niet accepteren dat onze broers en zusters thuiskomen in bodybags. Dat betekent dat we dan ook de hypocriete en onmogelijke opdracht aan de VN accepteren. Als we dat niet willen, moeten wij van mening veranderen'', zei Woodhead daar. In De Balie werd ook de oprichting van het Srebrenica-Comité 242 bekend gemaakt, een initiatief van het IKV (Interkerkelijk Vredesoverleg) dat zich bekommert om de nabestaanden en ijvert voor een parlementaire enquête.

Ondanks de verschillen tussen films als Crazy en A Cry From the Grave hebben documentaires over oorlog ook iets gemeen. Het gewone leven wordt erin gestandaardiseerd. Van rouwende vrouwen neem je vanzelf aan dat ze gelukkig getrouwd zijn, van verbijsterde kinderen dat ze van hun ouders houden, van jonge stellen dat ze samen een heel leven voor zich hebben - veronderstellingen die in veel andere documentaires op het IDFA onderuit worden gehaald. Maar het is waarschijnlijk onmogelijk om je aan deze vereenvoudiging te onttrekken.

Tegenover het abnormale van de oorlog stelt men automatisch banaal geluk. Het contrast wordt op de spits gedreven in Angelos' Film van Péter Forgács, een specialist in found footage films. De films van Angelos Papanastassiou werden tijdens de Neurenberger Processen gebruikt als bewijsmateriaal voor de misdaden van de nazi's in Griekenland. Maar Papanastassiou filmde met dezelfde camera ook het opgroeien van zijn tijdens de oorlog geboren zoontje. Fórgacs heeft de twee soorten film door elkaar heen gemonteerd. Oorlog en geluk worden fel tegen over elkaar gezet.

T/m 2/12 in City Theater, De Balie en Filmmuseum, Amsterdam. Info: 020-6261939

    • Bianca Stigter