`Moderne muziek raakt mijn denken'

Vrijdag speelt het Residentie Orkest onder leiding van Jac van Steen de wereldpremière van `Noises in the night', het eerste orkestwerk van componist en violist Marijn Simons (16), die het werk in opdracht van het orkest componeerde.

Een wonderkind, de nieuwe Mozart. Alle denkbare superlatieven zijn losgelaten op het kunnen van de zestienjarige Limburgse componist/violist Marijn Simons. ,,Het doet me weinig'', zegt hij. Zolang hij zich kan herinneren, waren vioolspelen en componeren aan de orde van de dag. Wat anderen bijzonder vinden, is voor Simons een levenslang ingesleten ritme. ,,Muziek was altijd het belangrijkste voor me. Ik ben nooit anders geweest.''

Enkele jaren geleden was Marijn Simons op de televisie te bewonderen in een aan hem gewijde documentaire van de AVRO. Een keurig jongetje, dirigerend voor zijn stereoapparatuur. ,,Hier moeten de strijkers anders klinken!" oordeelde hij gedecideerd. Maar toen was hij zelf als violist al enige tijd solistisch werkzaam, en had dus meer recht van spreken dan zijn onschuldige boerenkieltje deed vermoeden. Inmiddels treedt Marijn Simons ongeveer dertig keer per jaar op als solist, is hij de enige leerling van de in moderne muziek gespecialiseerde vioolgrootheid Saschko Gawriloff en stromen de compositieopdrachten gestaag binnen.

Simons volgt compositielessen bij Daan Manneke aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, maar inmiddels meer voor een `second opinion' over zijn stukken dan voor inhoudelijke sturing of het basale oefenwerk. ,,Een kritisch oog is heel belangrijk bij je ontwikkeling als componist. Belangrijker dan wat je feitelijk leert. Componeren kun je niet leren. Je kunt je wel technieken eigen maken door stukken te analyseren, maar dat is de basis, niet de essentie.''

Waarom wordt een vierjarige componist? Hoe schrijft een tienjarige een strijkkwartet? De zestienjarige weet het niet meer. Zijn vader gaf gitaarles, en Simons vermoedt dat de stimulans van huis uit een rol heeft gespeeld. Maar de werkelijke gedrevenheid komt uit hemzelf. ,,Ik was altijd met muziek bezig, en zal dat ook altijd zijn. Schoolkennis, diploma's: wat moet je ermee? Ik heb alleen een zwemdiploma. Ik ga momenteel wel naar school, maar alleen voor Engels en Duits. De rest heb ik niet nodig. Ik begrijp het ook als mensen me vragen of ik een `normaal leven' niet mis. Hoezo? Dit ís voor mij een normaal leven.''

Vioolspelen en componeren kunnen voor Marijn Simons niet zonder elkaar bestaan, en in die onmisbare wisselwerking schuilt tegelijkertijd de sleutel tot zijn internationale succes. Als uitvoerend én scheppend musicus, vermoedt hij. ,,Mijn ervaring als componist helpt me als violist, omdat ik begrijp hoe een partituur is opgebouwd. En omgekeerd geldt hetzelfde. Omdat ik zelf optreed als solist, weet ik hoe belangrijk het is muziek te componeren die niet alleen werkt op papier, maar ook op het podium.''

Veel van de titels op Marijn Simons' opuslijstje dragen Engelstalige titels, en ook de klank van veel van zijn werken bezit een Amerikaans geluid. Simons erkent dat, maar heeft geen verklaring. ,,Ik hou me niet bezig met de oorzaak van de kenmerken van mijn muziek. Mijn muziek werkt ook vaak komisch, maar daar kan ik evenmin iets aan doen. Ik schrijf nu eenmaal zo. Het is moeilijk om als componist iets zinnigs te zeggen over je eigen stijl. En ik ben nog steeds jong, vergeet dat niet! Dat maakt dat ik nog erg bezig ben met het verwerken van de invloeden van andere componisten. Maar het is ook goed en belangrijk als hedendaags componist te experimenteren met stijlen. Als je in de tijd van Mozart een middelmatig componist was, kon je varen op je vakkennis van harmonieleer, instrumentatie en melodieleer. Maar tegenwoordig heb je een hoop fantasie nodig om tot een goed resultaat te komen.''

Met Capriccio for Stan and Ollie (1996) en het vioolconcert Cuddly Animals (1997) die samen met zijn Tweede strijkkwartet onlangs zijn verschenen op cd (Et'cetera KTC 1219), eerde Marijn Simons de knuffels en de helden van zijn kindertijd. Voor Noises in the Night (1999), dat hij in opdracht van het Residentie Orkest componeerde, dienden drie indianenlegendes als inspiratiebron. Simons: ,,Na het lezen van een boek over indianen, bedacht ik me dat hun legendes interessant materiaal voor een compositie zouden kunnen opleveren. Ter voorbereiding op Noises in the night ben ik me toen ook in de rituele indiaanse volksmuziek gaan verdiepen. Maanden achtereen heb ik naar die muziek geluisterd. De ritmiek, dat totaal andere gevoel voor tonaliteit: ik vond het fascinerend. Pas toen die klankwereld me zo eigen was geworden dat ik zelf een authentiek klinkend thema kon schrijven, ben ik met het componeren aan Noises in the Night begonnen. En het resultaat is heel interessant! De Amerikaanse musicoloog Christopher Haily vertelde me dat er nog nooit op deze manier indiaans georiënteerde Westerse muziek is geschreven. Hij noemde mijn stuk `The Native American Symphony'. Na de wereldpremière bij het Residentie Orkest, volgen ook uitvoeringen in Mexico, Italië, Australië en in Amerika door het Los Angeles Philharmonic Orchestra onder Esa Pekka Salonen.

,,Vaak hoor je zeggen dat moderne componisten niet goed liggen bij het publiek, maar dat is onzin. Het gaat erom hóe je de muziek vertolkt. Als je een goed modern werk met dezelfde overtuiging brengt als een sonate van Beethoven of Brahms, maakt het voor het publiek niets uit. Ik heb ooit het Tweede vioolconcert van Darius Milhaud gespeeld in Palermo. Een musicus reageerde verbijsterd. `Wat?! Speel jij Milhaud híer?! Dit publiek wil alleen maar operavirtuositeiten!' Maar het werd een groot succes, omdat ik er zelf helemaal achter stond. Moderne muziek raakt het dichtst aan mijn eigen muzikaal denken, en dus voel ik me er als violist ook meer in thuis dan in het ijzeren repertoire. Maar bij dertig soloconcerten per seizoen ligt wel de grens. Ik ben en blijf in de eerste plaats componist!''

Residentie Orkest o.l.v. Jac van Steen. Marijn Simons: Noises in the Night; Igor Stravinsky: Vioolconcert in D, m.m.v. Marijn Simons (viool). 3/12 Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. Res.: (070) 360 9810

    • Mischa Spel