Millinxbuurt

BURGERS MOETEN tweevoudig beschermd worden. Ze willen allereerst gevrijwaard blijven van criminelen en andere straatschenders die de openbare veiligheid ondermijnen. Maar uiteindelijk moeten ze er ook van op aan kunnen dat hun eigen overheid haar geweldsmonopolie niet misbruikt. De eerste wens eist actief optreden van politie en justitie. De tweede vergt juist terughoudendheid en rationaliteit van dezelfde overheid.

De actie van de Rotterdamse politie vrijdagavond in de Millinxbuurt voldoet aan de opdracht om de bewoners niet uit te leveren aan het recht van de sterkste. In de saneringswijk domineert het drugsmilieu, van gebruiker tot dealer. De gewone bewoners zijn daarvan, zoals altijd, het slachtoffer. Elke week worden er wel twee gewelddelicten gemeld. Vaak zijn daarbij vuurwapens in het spel. Om duidelijk te maken dat de politie daarvan genoeg heeft, sloten honderdvijftig agenten de wijk vrijdag af. Alle in- en uitgaande passanten konden zo gecontroleerd worden. Daarbij werden 31 arrestaties verricht, twaalf verboden messen en vijf vuurwapens in beslag genomen. De meeste bewoners reageerden opgelucht, met uitzondering van de straatschoffies die door de drugsterreur hun eigen rijk alleen hebben en ook anderszins niets van de politie moeten hebben. Het is een bekend patroon. De meeste burgers, die proberen vreedzaam door het leven te gaan, hebben er geen bezwaar tegen als ze vanwege de overheid worden gecontroleerd. Wie niets op zijn kerfstok heeft, heeft immers niets te duchten. In die zin heeft de politie met haar actie gedaan waarom de bewoners van de Millinxbuurt vroegen.

Critici hebben de actie in de Millinxbuurt als `razzia' bestempeld. De voorzitter van de Coornhertliga heeft zelfs gerefereerd aan de Tweede Wereldoorlog. Ook op zulke reacties kun je in Nederland helaas de klok gelijk zetten. Wie het politie-optreden alleen maar in historische analogie naar bezetting en collaboratie wil beoordelen, verliest de hedendaagse realiteit uit het oog en zal dus niet meer gehoord worden.

DE KERN VAN de zaak is echter een andere omdat het onderliggende motief voor de actie in Rotterdam verder reikt. Het ging politie en justitie niet louter om te voorkomen dat deze wijk binnenkort een `no go area' wordt. Men wil meer: proefprocessen uitlokken in de hoop dat zo de interpretatie van de vuurwapenwet kan worden opgerekt, respectievelijk gewijzigd. Daarom staan er meer van dit soort acties op de rol in de rest van Nederland. Nu biedt de wet alleen mogelijkheden tot fouilleren als er een redelijk vermoeden bestaat dat er een misdrijf aan de orde is. Dat vermoeden is afhankelijk van de verdachte en individueel van aard. Collectief fouilleren staat derhalve op gespannen voet met de wet. Als de rechter inzake de Millinxbuurt `ja' zegt, is het doel bereikt. Zegt hij `nee' dan krijgen regering en parlement het op hun bord.

Politie en justitie beramen hun acties dus niet alleen ter wille van een praktisch doel in een concrete buurt maar nadrukkelijk ook om de wetgever voor voldongen feiten te plaatsen. Al verliezen we straks bij de rechter, in Den Haag winnen we toch, is kennelijk de strategie. Dat nu gaat een stap te ver. Er zijn genoeg middelen om de wetgever met minder spectaculaire acties te beïnvloeden.