Majesteit

Het heeft me altijd leuk geleken om de koningin op bezoek te krijgen, maar ik kan voortaan toch maar beter doen alsof ik niet thuis ben.

Ik durf niet meer. Veel te bang dat mijn gastvrijheid met een lawine van verwijten wordt afgestraft. Ik sta nog met veel moeite die gigantische dameshoed in mijn veel te kleine garderobekast (waarin ook de kattenbak, en de kat is helaas `net geweest') te proppen, als de koningin me met meer affectatie dan affectie vanuit de hal toeroept: ,,U bent toch die kaerel van die snertstukjes op de Achterpagina? Kunt u niks anders?''

Het ijs is dan weliswaar meteen gebroken, maar hoe valt het wak tussen koningin en onderdaan daarna nog te overbruggen?

Zo moeten ook die Nederlandse hoofdredacteuren zich voelen, die zaterdag op hun 40-jarig bestaansfeest in Amsterdam de koningin mochten ontvangen. Het had zo'n ontroerende toenadering kunnen worden. Al die hoofdredacteuren op hun paasbest, en daarnaast het puikje van hun discipelen, die ooit als jong journalist de aanmoedigingsprijs Het Gouden Pennetje hadden gewonnen. Deze (ex-)jongeren boden de koningin een boekwerk aan en mochten zich daarna even met haar onderhouden.

Toen moet de koningin zijn losgebarsten. Dat anno 1999 de leugen in de Nederlandse kranten regeert, dat de journalisten minder deskundig en zorgvuldig zijn dan twintig jaar geleden, dat de serieuze pers zich steeds meer interesseert voor de persoonlijke besognes van de leden van het Koninklijk Huis, kortom, dat het Financieel Dagblad nog de enige goede krant van Nederland is.

Mijn eetlust zou meteen danig bedorven zijn geweest, maar de hoofdredacteuren schijnen daarna gewoon doorgedineerd en doorgedanst te hebben. Wél hebben ze tussen de gangen door nog heel wat met elkaar afgediscussieerd over de vraag of die woorden van de koningin eigenlijk wel fit to print waren. Want het blijven brave jongens (en een paar meisjes), die hoofdredacteuren van Nederland – veel braver en zorgvuldiger dan de koningin beseft.

Ik heb heel wat hoofdredacteuren in mijn journalistieke loopbaan versleten, en als ik één gemeenschappelijke beleidslijn namens hen mag formuleren, dan luidt die: voorzichtig met het koningshuis. Het is nog het enige taboe voor de vaderlandse pers. Er is veel veranderd sinds de jaren vijftig, toen de hoofdredacteuren alleen al bij het horen van de naam Greet Hofmans sidderend achter hun schrijfmachine dekking zochten. Seks mag, nee moet, in de kranten van 1999, autoriteiten worden indien nodig keihard aangepakt, maar het koningshuis, nee, jongens asjeblieft, laten we terughoudend blijven.

Het is dan ook met de nodige schroom dat ik mij tot de koningin wend met de ongelogen woorden: ,,Majesteit, u weet niet wat u zegt.''

    • Frits Abrahams