Maatregelen in de Defensienota 2000

In de Defensienota 2000 worden vandaag onder meer de volgende voorstellen voor de drie krijgsmachtdelen gedaan:

De marine gaat terug van 16 naar 14 fregatten. De Orion-patrouillevliegtuigen gaan terug van 13 naar 10 en de mijnenjagers van 15 naar 12. De onderzeedienst houdt zijn vier Walrus-onderzeeboten. Er is nog geen besluit gevallen over de eventuele opheffing van vliegbasis Valkenburg. Er wordt een tweede amfibisch transportschip aangeschaft. De (22) Lynx-helikopters worden vervangen door 20 NH-90's. De mariniers krijgen er 300 man bij voor een extra bataljon (vanaf 2001). Dat laatste gaat ten koste van de marinierseenheid op de Antillen, waarvan de taak door andere marinierseenheden wordt overgenomen.

De landmacht krijgt 1.500 manschappen extra, waarvan 200 bij de genie. Het grootste deel van het extra personeel (ongeveer 1.000 man) zal bestaan uit extra infanteristen, waardoor elk van de drie gemechaniseerde brigades van de landmacht voortaan kan beschikken over een paraat bataljon pantserinfanterie van vier compagnieën. In totaal beschikt de landmacht straks over 21 parate bataljons. Drie reserve tankbataljons worden opgeheven, overtollige Leopard-tanks (136) worden verkocht.

De luchtmacht verliest een F-16-squadron (18 toestellen) op de basis Volkel, waarmee het aantal jachtvliegtuigen van 108 tot 90 vermindert. De tactische helikoptergroep wordt met 300 man versterkt. Ter vervanging van 27 Bölkow-helikopters en 4 Alouette-helikopters worden 14 of mogelijk 16 lichte heli's aangeschaft. Het luchtmachtsquadron op de Antillen wordt opgeheven. Twee Fokkers F-27 worden verkocht.