LASAGNE CON RAGÙ DI LEPRE

Gebruik voor een lasagne nooit lasagnevellen die zonder voorkoken de ovenschaal in kunnen. Dat worden taaie schoenzolen omdat het deeg niet voldoende vocht ter beschikking staat om zich vol te zuigen. Kook dus gewone gedroogde lasagnevellen in kokend en gezouten water bijtgaar. Maak daarbij gebruik van een lasagne-stapelaar (verkrijgbaar in keukenwinkels) waarmee 9 of 12 deegvellen tegelijk gekookt kunnen worden. Dompel na het koken de lasagne-stapelaar in een bak met koud water, neem de pastavellen eruit en leg ze tot gebruik naast elkaar op een vochtige theedoek. Maak intussen de bechamelsaus. Smelt 90 gram van de boter in een pan, roer de bloem erdoor en laat de roux 3 minuten garen op zeer laag vuur. Giet er van het vuur af 9 dl melk bij en breng alles kloppend met een garde aan de kook tot een gladde saus is verkregen. Voeg laurier toe en laat de bechamel op laag vuur 20 minuten garen, onder nu en dan omroeren. Verdun de saus op het laatst zonodig met de rest van de melk, voeg de room toe en breng de bechamel op smaak met zout en nootmuskaat (verwijder de laurier). Verwarm de hazensaus en bind het weinige stoofvocht naar behoefte met wat van de aangemaakte maïzena. Bestrijk de bodem van een ovenschaal met enkele eetlepels saus, leg daarop een aaneengesloten laag van 3 lasagnevellen, bestrijk die met een soepopscheplepel ragù, strooi er 1 1/2 eetlepel parmigiano over en lepel daar royaal maar niet `dekkend' bechamel overheen. Maak op deze manier nog 2 lagen. Gebruik de laatste lasagne-vellen om af te dekken en giet de resterende bechamel er in een dekkende laag overheen. Bestrooi met 2 eetlepels parmigiano en leg hier en daar een klontje boter. Bak de lasagne 45 minuten in een voorverwarmde oven (200° C) en laat hem 10-15 minuten rusten in de uitgedraaide oven alvorens te serveren.

    • Florine Boucher