Kleur in de media

De manifestatie, afgelopen vrijdag, heette `Meer kleur in de media', en de titel werd waargemaakt, zij het letterlijk: zoveel kleurlingen heb ik in het mediapark van Hilversum nog nooit bij elkaar gezien. Honderden zwarte, bruine, gele en beige mensen van in de twintig, met mooie gezichten en prachtige lichamen en de diploma's van de massacommunicatie- en journalistiek-opleidingen op zak, liepen in de grote, duistere studio zichzelf te presenteren: hier zijn we, de sterren van de toekomst. De presentatoren en de interviewers, de tv-persoonlijkheden, de Bekende Nederlanders in spe.

Er waren ook een paar blanken, maar zij waren een heel stuk ouder: net-coördinatoren, eindredacteuren, directeuren, degenen dus die mensen aannemen en ontslaan. Die dromen waarmaken of levensplannen in de war sturen. Zelden viel het onderscheid tussen macht en onmacht zo goed samen met kleur.

Toch had het niets van een slavenmarkt. Psychologisch gezien was het juist andersom: de kleurlingen straalden ambitie uit, en ook een flinke dosis verongelijktheid, terwijl de blanke omroepfunctionarissen wegdoken in het donker, met een kop koffie en een blik vol schuldgevoel.

Dat kwam door wat in de manifestatie besloten lag. `Meer kleur in de media' leek vooral betrekking te hebben op de kleur van de hoofden die we op televisie zien. Die kleur is overwegend blank, dat zal iedereen toegeven. Daar zit iets oneerlijks in, ook dat zullen weinigen tegenspreken. Zoals in elke bedrijfstak moet ook in die van de media sprake zijn van een weerspiegeling van de bevolkingssamenstelling; dat heeft niets met moraal, en alles met economische rechtvaardigheid te maken. Zoals vrouwen indertijd hun evenredige aandeel in de arbeidsplaatsen opeisten, zo eisen nu de allochtonen hun aandeel op.

Inzet daarbij is het lichaam. Vrouwen hadden hun vrouwelijkheid, kleurlingen hebben hun gekleurdheid. Maar er is een verschil, een kleine, rekenkundige kwestie. De berekening van het vrouwelijke aandeel is een heel stuk eenvoudiger. Dankzij de toverkracht van de natuur vormen vrouwen de helft van de bevolking. Als niet de helft van de hoofden op televisie uit vrouwen bestaat, is er iets mis. Bij kleurlingen ligt het ingewikkelder. Een op de 7,4 interviewers en presentatoren op tv zou allochtoon moeten zijn en ga dat maar eens turven.

Maar de omroepbazen weten natuurlijk dat bij de televisie te weinig kleurlingen werken en de kleurlingen in de studio wisten dat de bazen dat weten. Hoe dat te veranderen? Zoals vrouwen aanvankelijk te horen kregen dat ze niet werden afgewezen op grond van hun vrouwelijkheid, krijgen allochtonen te horen dat het niets met hun kleur te maken heeft: het gaat de omroepen strikt om de `kwaliteit'. Wie goed is krijgt een kans, is de theorie. Zie Umberto Tan of Noraly Beijer of Rocky Tuhuteru.

Maar de theorie strookt niet helemaal met de praktijk: je wordt wel afgewezen op grond van het kwaliteitscriterium, maar als je wordt aangenomen spelen altijd ook andere overwegingen mee. Die van het etnische quotum, om mee te beginnen. Elke eerste kleurling krijgt het etiket van Token Nigger opgeplakt. Op zichzelf is daar niets mis mee. Wat als ze worden aangenomen op grond van hun kleur, ze roepen toch zelf om meer kleur in de media?

Het nadeel is alleen dat het voor iedere volgende kleurling moeilijker wordt. We hebben er al één, hoort de Surinamer, de Marokkaan of de Turk. De gekleurde jongeren moeten wachten tot een Umberto Tan oud en afgeschreven is, en zoals hij eruit ziet kan dat nog een eeuw duren.

Maar gaat het bij de roep om `meer kleur in de media' uitsluitend om economische rechtvaardigheid, om het aantal zwarte hoofden dat we op televisie zien? Neem Umberto Tan: wat een blanke kan, kan hij ook, en wat hij kan, kan een blanke ook. Wat voegt hij toe aan de Nederlandse media?

Televisie is namelijk niet gewoon een bedrijfstak, maar vooral een podium voor cultuur, en wel het belangrijkste van onze tijd. Televisie representeert cultuur, televisie maakt cultuur, televisie is cultuur. En nu de samenleving diverser wordt, qua zienswijzen, levensbeschouwingen en perspectieven, verwacht je dat meer kleur in de media daarop betrekking heeft: er is in de afgelopen tien, twintig jaar een nieuw Nederland ontstaan en dat moet op televisie te zien zijn.

Kleurlingen kunnen daarin een rol spelen als ze kunnen aantonen dat zij een ander perspectief met zich meebrengen. Dat is lastig aan te tonen. Indertijd werd ook aan vrouwen gevraagd wat nu precies het vrouwelijke perspectief was: is er zoiets als een vrouwelijke visie op, pakweg, het bombardement op Grozny of de onderhandelingen tussen de Nederlandse sociale partners? Misschien niet, maar je kunt wel volhouden dat je Sonja Barend niet willekeurig kunt inwisselen tegen Paul Witteman.

Ik zag laatst een adembenemend gesprek tussen een blanke journaliste en een Turkse man op tv: de vraag die de journaliste stelde is of hij zijn vrouw sloeg. ,,Ja'', zei hij, met mannelijke trots. Maar hoe meer onbegrip zij toonde, hoe meer hij zich begon te verontschuldigen, tot hij zelf concludeerde dat hij hoopt dat de volgende generatie Turken meer beschaving zal kunnen opbrengen dan de zijne.

Het was een uitmuntend voorbeeld van de enorme invloed van het uiterlijk en het perspectief van degene die het vraaggesprek voerde. Het neutrale en objectieve interview bestaat niet. Juist voor televisie geldt dat degene die de vragen stelt met zijn of haar lichaam en gezicht de inhoud vergaand beïnvloedt. Hoe zou het gesprek bijvoorbeeld zijn verlopen als een Turkse man de vragen stelde? Of een Turkse vrouw? Of een blanke man?

Het maakt dus uit hoe de interviewer eruit ziet – misschien niet als het de toekomst van Schiphol betreft, maar wel als het gaat om hoofddoeken, zwarte piet, geluidsoverlast, huiselijk geweld, opvoeding, homoseksualiteit, godsdienst, etensluchtjes, de positie van vrouwen en al die duizenden andere schermutselingen die kenmerkend zijn voor een multiculturele samenleving.

Ik zeg niet dat deze kwesties alleen behandeld kunnen worden door gekleurde presentatoren, maar wèl dat kleur en sekse van de presentator er toe doen. Soms is het spannender om een kleurling deze zaken aan de orde te zien stellen, soms is het juist aardiger als een argeloze blanke de vragen stelt.

Daarom miste ik ze, in het mediapark van Hilversum, tijdens de manifestatie `Meer kleur in de media': de blanke jongeren die zijn opgegroeid in de multiculturele samenleving. Ook zij kunnen voor meer kleur in de media zorgen. Niet door hun hoofden, maar door de onderwerpen en invalshoeken.