In 1965 in Parijs verdwenen, nooit teruggezien

Mehdi Ben Barka is – of hoogstwaarschijnlijk was – de beroemdste Marokkaanse dissident in ballingschap. De belangrijkste leider van de linkse Unie van Marokkaanse Volkskrachten, in zijn land bij verstek ter dood veroordeeld, verdween 29 oktober 1965 in Parijs, midden op de dag. De zaak is nooit volledig opgehelderd. Niemand heeft Ben Barka ooit teruggezien, levend of dood.

Die vrijdag heeft Mehdi Ben Barka voor de Brasserie Lipp, Boulevard Saint-Germain, een afspraak met een journalist en een cineast die een film wilden maken over dekolonisatie. Om kwart over twaalf arriveren twee leden van de zedenpolitie, Louis Souchon en Roger Boitot, die Ben Barka vragen in een auto te stappen waarin ook Antoine Lopez zit, een agent van de Franse contraspionage. Ben Barka wordt naar Fontenay-le-Vicomte, in de omgeving van Parijs, gereden, naar de villa van een crimineel, Georges Boucheseiche. Daarna ontbreekt elk spoor.

Interessant toeval: de Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken, generaal Mohamed Oufkir, de directeur van de Marokkaanse Nationale Veiligheidsdienst, Ahmed Dlimi en Chtouki, chef van de Marokkaanse speciale brigades, bevinden zich op dat moment in Parijs. Een goede bekende van de Franse politie, Georges Figon, zegt naderhand dat hij heeft gezien dat Oufkir in de villa van Boucheseiche de dissident doodstak. Figon wordt later zelf dood teruggevonden.

Het Franse staatshoofd, generaal De Gaulle, bagatelliseert de rol van de Franse inlichtingendiensten in de affaire: hij schuift alle verantwoordelijkheid toe aan generaal Oufkir. Uiteindelijk worden na twee processen in Parijs Dlimi en de Franse hoofdrolspelers - onder wie een chef van de Franse inlichtingendienst - vrijgesproken. Oufkir krijgt bij verstek levenslang. Alleen Lopez en Souchon gaan de cel in, voor respectievelijk acht en zes jaar. (AFP)