ETA nooit in contact met realiteit

Na een wapenstilstand van 14 maanden dreigt de Baskische terreurbeweging ETA met hervatting van het geweld. De droom van een Groot-Baskenland is de nachtmerrie van Madrid.

De ETA heeft het contact met de werkelijkheid verloren, constateerde gisteren de Baskische regiopresident Ibarretxe. Afgezien van de ETA-aanhang was iedereen in Spanje het daar roerend mee eens. Want na een dikke veertien maanden lijkt een eind gekomen aan wat de afscheidingsbeweging zelf graag als een ,,eenzijdig bestand' pleegt aan te duiden. Onwelvallige dorpspolitici en hun familie zijn dus weer vogelvrij verklaard.

Het is overigens de vraag of de ETA ooit wel contact in contact is geweest met de werkelijkheid. Want al vanaf het begin van de voorlopige stopzetting van de moordpartijen in september vorig jaar wees weinig erop dat de beweging haar nationalistisch streven had afgezwakt. Voorwaarde voor een permanente wapenstilstand was bijvoorbeeld dat er gepraat moest worden over de vorming van Euskal Herria, de Groot-Baskische staat bestaande uit het huidige Baskenland, Navarra en een stukje Frankrijk. Dat is een optie waar in het betrokken gebied zelfs geen meerderheid voor valt te vinden.

Het was ook weinig hoopgevend dat het ETA-geweld ook gedurende de ,,wapenstilstand' gewoon doorging. Daarbij vielen weliswaar geen doden, maar gemiddeld één keer per dag viel er in Baskenland wel wat terreur van lage intensiteit te beleven. Onder leiding van groepen ETA-jongeren gingen auto's en winkels van ,,vijanden van Euskal Herria' in vlammen op en werden partijcafé's van niet-nationalisten in as gelegd. De regionale Baskische politie trad uiterst lankmoedig op tegen deze straatterreur.

De gematigd Baskisch-nationalistische partij PNV, die behalve de regio-president Ibarretxe ook de minderheidsregering in Baskenland levert, trachtte die aanhoudende terreur systematisch weg te redeneren. PNV-leider Xavier Arzalluz sloot vorig jaar, voorafgaande aan de wapenstilstand, een pact met de politieke ETA-aanhang. Arzalluz verdedigde zijn keuze voor onderhandelingen met de radicale nationalisten door hen ,,een veilige landing' te bieden. Door een nauwere samenwerking zou de gematigde vleugel binnen de ETA de overhand krijgen. Maar omdat het geweld doorging en de eisen radicaliseerden leek het er meer op dat de PNV bezig was richting ETA op te schuiven.

In wat nog het meest wegheeft van een gezellig nationalistisch onderonsje werd het afgelopen jaar het ene na het andere initiatief ondernomen op weg naar het Grote Baskenland. Daarbij spande de kroon een zogenaamde ,,stedenraad' van gemeenten met een nationalistische meerderheid, die in strijd was met de Spaanse constitutie. Arzalluz kwam echter steeds harder in aanvaring met zijn gematigde achterban, die helemaal niets moet weten van praatjes over onafhankelijkheid en nog minder van de permanente rooklucht die in de steden van Baskenland hangt.

De spanningen in het nationalistische kamp liepen op, ook al omdat de centrale regering in Madrid geen krimp gaf. De strategie wordt daarbij in belangrijke mate uitgestippeld door de minister van Binnenlandse Zaken Jaime Mayor Oreja – die als geboren en getogen Bask haarfijn op de hoogte van de nationalistische zwakheden. Geen politieke concessies voor de vrede, zo luidt het regeringsrecept. Hooguit verplaatsingen van veroordeelde ETA-terroristen naar gevangenissen in en rond Baskenland. Mogelijke vervroegde vrijlatingen als een bonus achter de hand. En vervolgens afwachten tot de nationalisten elkaar te lijf gaan.

De stemming in het ETA-kamp verzuurde de afgelopen maanden merkbaar. Na een jaar wapenstilstand was er nog steeds geen zicht op een onafhankelijke staat. De PNV stemde, ondanks alle mooie praatjes in Madrid, mee met de centrale begroting van het kabinet Aznar en besloot ook mee te doen aan de nationale ,,Spaanse' verkiezingen volgend jaar. Ondanks de ,,wapenstilstand' werd een vijftigtal ETA-kameraden in Frankrijk en Spanje opgepakt, vaak tot diepe tevredenheid van de Baskische regering. Dat zich onder de arrestanten in Frankrijk een van de vredesonderhandelaars bevond – toeval, aldus Madrid – maakte de stemming er niet milder op. Drie maanden terug liet de ETA weten dat er alleen maar gepraat wordt als de vorming van een Groot-Baskenland op de agenda staat. Twee van de meest radicale gevangen ETA-terroristen werden aangewezen als onderhandelaars.

Met de hervatting van het geweld is de ETA weer helemaal terug in de ijzeren dogmatiek en logica van ,,een gewapende strijd tegen de onderdrukking'. PNV-leider Arzalluz, die volgens de ETA in het geniep veel verdergaande afspraken heeft gemaakt dan hij publiekelijk wil toegeven, lijdt gevoelig gezichtsverlies. En de Partido Popular van Aznar gaat de komende verkiezingen weer in met ETA-geweld. Iedereen verliest. Maar de grootste verliezers zijn de Basken zelf, die veertien maanden lang konden ruiken aan een omgeving zonder politieke moorden.

    • Steven Adolf