Een gepassioneerde dammer

Nederland kent een rijke documentaire-traditie en enkele grote sporter, maar geen gedenkwaardige films over een topsporter. Misschien ontbreekt het Nederlandse sporters aan het drama van Amerikaanse sporters zoals Jesse Owens (racisme), maar waarschijnlijk ontbreekt vooral het oog ervoor. In de egalitaire sportcultuur van Nederland is Fanny Blankers-Koen haar hele leven een `huisvrouw' gebleven en wordt de hartstochtelijk naar status hunkerende schaatser Romme steevast omschreven als een `nuchtere' jongen.

De sporters die het wel tot film hebben geschopt zijn meer anti-helden dan sporthelden. Zoals Donner, de schaker en schrijver over wiens leven enkele jaren terug een geslaagde documentaire is gemaakt die vooral het beeld van een kleurrijke branieschopper naliet.

En nu is er de film Jannes van Rein Hazewinkel, over de in 1996 overleden dammer Jannes van der Wal, die in zijn publieke optreden het toonbeeld van onaangepastheid was. Hij schreef tv-geschiedenis door bij Mies Bouwman minuten lang te zwijgen en verspeelde een Nederlands kampioenschap door in de trein in slaap te vallen.

Deze voorvallen passen in het stereotype beeld van de denksporter als geniale zonderling. In Jannes doet de maker een geslaagde poging dat cliché-beeld te doorbreken. Jannes van der Wal wordt getekend als een hoogst origineel mens en een even gepassioneerde als geniale dammer. Na zijn onverwachte wereldtitel in 1982 verloor Van der Wal het doel in zijn bestaan en hervond dat pas met de uitvinding van het Doordammen, waarmee hij de damsport van de remisedood wilde redden. Het experimentele Doordam-toernooi dat vorig jaar werd gehouden kon hij niet meer meemaken.

De boeiende film wordt verteld met behulp van opnamen van het Friese landschap (geboortegrond), archiefbeelden van optredens in tv-shows en reclamespotjes en vooral interviews. Afgaande op de film zijn dammers boeiende vertellers, die goed kunnen formuleren. Zo omschrijft dammer Hans Janssen het damspel treffend met het bouwen van een burcht van waaruit je af en toe een pijltje naar buiten schiet.

Helaas is ook Hazewinkel erg tevreden met zijn sprekers, zo tevreden dat een begeleidende commentaar-stem ontbreekt, waardoor samenhang mist. Hazewinkel heeft de tragiek van van der Wals leven uitsluitend impliciet willen weergeven en dat is hem ook goed gelukt, maar andere zaken behoeven meer expliciete toelichting.

Het is leuk de kleine magere Van der Wal in Afrika te zien schaken aan reusachtige borden, maar nog leuker was het geweest erbij te vermelden dat West-Afrika naast Nederland en het GOS het enige gebied is waar op hoog niveau wordt gedamd. Het Doordammen mag dan een nieuw levensdoel zijn geweest, er wordt niet uitgelegd hoe het precies werkt, wat er na het experiment mee is gebeurd en hoe er over wordt gedacht door bijvoorbeeld de kritische Sijbrands.

En hoe goed was Van der Wal eigenlijk als dammer? ,,Een genie'', zegt dammer Clerc onomwonden en anderen prijzen zijn durf en originaliteit. Maar de wereldtitel won hij op een toernooi waar de spelers uit de Sovjet-Unie ontbraken (blijft onvermeld) en verloor hij een jaar later weer aan Wiersma. De sleutelpartij die hij op het WK in Sao Paulo won van Clerc, een staaltje van zijn kunde, wordt helaas niet weergegeven in diagrammen maar in de vorm van een interview met Clerc doorsneden met beelden van Braziliaans carnaval.

Jannes is zo een nogal impressionistisch portret geworden, waarin het dammen meer een kunst is dan een sport. Van der Wal oogt meer als een kunstenaar dan als sporter – een gemankeerde levenskunstenaar om precies te zijn.

NPS.Doc: Jannes, Ned3, 20.54-22.00u.

    • Karel Berkhout