Docent, causeur en acteur

Hij torst een jarenlange ervaring als toptrainer als een loden last mee op zijn schouders. Steeds meer die scheefgezakte lichaamshouding van een man die het al vaker gezien, gehoord en gevoeld heeft. Hoofdschuddend als een wijs geworden man laat hij de diepste emoties aan zich voorbijgaan. Verbittering, chagrijn, cynisme en berusting vechten om een plaats op zijn vermoeide gelaat. Zou er niet diep van binnen toch een vuurtje van passie en overwinningsdrang branden?

Vast wel. Want wie nog elke dag op het trainingsveld staat en geduldig aan voetballers uitlegt dat ze wel goed zijn, maar niet zo bijzonder als ze wel denken, heeft er nog zin in. Zoals hij daar altijd met zijn gelooide kop in wind en regen staat en zijn grijs geworden manen laat wapperen, wekt de 57-jarige Leo (meer doopnamen heeft hij niet) Beenhakker de indruk dat hij in zijn harnas wil sterven. Tot aan zijn dood wil hij voetballers verhalen vertellen over toen bij Real Madrid waarmee hij driemaal Spaans kampioen werd. Over Hugo Sanchez, Michel, Butragueño en anderen, over hun fantastische voetbaltalenten en hun fantastische acteertalenten.

Je hoeft hem niets meer te vertellen. Wie trainer is geweest van Epe, Go Ahead, Cambuur, Ajax, Zaragoza, Volendam, het Nederlands elftal, Real Madrid, Grasshoppers, Saoedi-Arabië, het Mexicaanse América en Guadalajara, van Istanbulspor, Vitesse en Feyenoord is een zeer bereisd man. Zeurende voetballers, loslippige voetballers en overmoedige voetballers, verdwaasde talenten en kwajongens, hij kent ze allemaal. En de pers. Ach jongen, je moest eens weten wat hij heeft meegemaakt. Haben Sie eine Stunde? Dan zal ome Leo dat eens haarfijn uitleggen. Kijk, die blaadjes moeten natuurlijk ook verkocht worden. Dus moeten ze wel iets spannends schrijven. Daar draait het allemaal om, weet je. Vertel hem wat, hij is in Spanje geweest.

Beenhakker doceert graag. Heeft hij altijd graag gedaan. Zit in zijn bloed. Sigaartje, whiskytje, handen in het haar en dan maar praten, praten, praten. Soms wel vermoeiend. Beenhakker acteert graag. Heeft hij altijd graag gedaan. Zit ook in zijn bloed. Sigaartje, whiskytje, handen in het haar en doen alsof. Soms erg vermoeiend. Overredingskracht heeft hij als weinig anderen. Alleen in Cruijff heeft hij zijn meerdere moeten erkennen. Maar dat is lang geleden. Bij Ajax, toen hij nog jong en onervaren was, en nog niet zo bereisd.

Een grote voetballer is hij nooit geweest. Zwart Wit'28 was zijn niveau. Om dan toch zoveel triomfen te behalen, getuigt van inzicht en overredingskracht. Om van een groep middelmatige voetballers een kampioensteam te maken, moet je als trainer over uitzonderlijke gaven beschikken. Veel hooggeprezen trainers hebben dat niet klaargespeeld en behalen alleen triomfen met spelers die uitpuilen van het talent. Beenhakker is een trainer met aanzien, macht heeft hij niet nodig. Hij doet zoals hij het doet: de ene keer streng, de andere keer met een vleugje voetbalhumor, altijd met realiteitszin en de wens naar wederzijds respect.

Verwacht van Beenhakker geen euforische dansjes aan de rand van het veld. Kampioensfeesten moet je niet overdrijven. Morgen kan het anders zijn. Verwacht van hem geen analyses vol gezwollen optimisme. De bal is rond, nietwaar? Verwacht van hem geen oeverloze bespiegelingen over de terugval van Feyenoord. Hij houdt het kort en zal degene die van hem een beschouwing over de misstanden in het hedendaagse voetbal of wellicht van de misstanden in de wereld verwacht, aankijken en hem quasi-beledigd vragen: ,,Denk je soms dat ik Jezus ben?''

    • Guus van Holland