D'Alema gooit zijn eigen imago te grabbel

De Italiaanse premier D'Alema, vandaag op bezoek in Den Haag, ziet zijn coalitie uiteenvallen. Het imago van staatsman heeft hij in een recordtempo verspeeld.

Massimo D'Alema moet vanmiddag opgelucht naar Nederland zijn gevlogen. De Italiaanse premier vecht met de moed der wanhoop tegen de middelpuntvliegende krachten in zijn coalitie en veel politici hebben voor januari al met grote letters `crisis' in hun agenda geschreven. Maar hij is tenminste ongeschonden uit de tussentijdse verkiezingen van gisteren gekomen.

Op het spel stonden vier Kamerzetels en een Senaatszetel, vrijgekomen doordat de betrokkene andere functies kreeg – zoals de zetel van Romano Prodi in Bologna, die voorzitter van de Europese Commissie is geworden. Ze waren links en ze bleven links. Een nieuwe afgang in het traditioneel rode bolwerk, dat eerder dit jaar een rechtse burgemeester koos, is D'Alema bespaard gebleven.

Het geeft even lucht, maar weinig meer. De eerste ex-communistische premier in Italië worstelt met een enorm imagoprobleem. Zijn kabinet heeft een aantal belangrijke hervormingen in gang gezet, voortgaand op de weg die door zijn voorganger Prodi is ingeslagen. De problemen in het onderwijs, de gezondheidszorg en de bureaucratie, die de gewone burger al jarenlang enorme kopzorgen en ergernis geven, staan nu hoog op de politieke agenda. Maar de verdiensten worden overschaduwd door de loopgravenstrijd die D'Alema moet voeren tegen zijn politieke bondgenoten.

De rechtse oppositie blaft wel, en hard, maar bijt niet. Oppositieleider Silvio Berlusconi put zich uit in schrille uithalen tegen degenen die hem willen vervolgen in corruptiezaken – vorige week vergeleek hij een officier van justitie die hem voor het gerecht heeft gedaagd, zelfs met een kankergezwel dat weggesneden moet worden. Maar veel meer dan tromgeroffel over de stijgende kleine criminaliteit valt er bij rechts niet te horen.

Het gevaar voor D'Alema komt van zijn politieke vrienden. De kleine coalitiepartijtjes die zijn kabinet steunen, voorop de socialisten en de partij van oud-president Francesco Cossiga, willen zich voortdurend laten gelden. Ze stellen ultimatums, zeggen dat het zo niet langer kan, eisen eigen mensen op belangrijke posten.

De premier lijkt een speelbal te zijn geworden van deze steekspelletjes, die sombere herinneringen oproepen aan de politieke instabiliteit die het christen-democratische bewind van na de oorlog heeft gekenmerkt. Vragen de socialisten de terugkeer van de zieke oud-premier Craxi, die naar Tunesië is gevlucht omdat hij niet terecht wilde staan in corruptiezaken? Dan roept de premier meteen dat het beeld van Craxi als de grote dief moet worden bijgesteld – en de volgende dag dat hij dat een stuk genuanceerder heeft bedoeld dan het naar buiten is gekomen.

Door dit soort actie-reactie beleid is D'Alema het imago van staatsman waarmee hij uit de Kosovo-oorlog kwam, in recordtijd weer kwijtgeraakt. Tijdens de oorlog was D'Alema de leider die voorging, een premier met een duidelijk verhaal over wensen, verplichtingen en verantwoordelijkheden, waarmee hij ook tegenstribbelende bondgenoten wist te overtuigen. Nu is hij de bemiddelaar, de man van de politiek als machiavellistische evenwichtskunst. D'Alema is daar buitengewoon bekwaam in. Maar een oude rot als Cossiga weet ook hoe dat spel wordt gespeeld, en gaat ervan uit dat wie volgens die regels te werk gaat, onherroepelijk een keer door de gehaktmolen moet. Januari, zo voorspelt Cossiga al een paar weken.

D'Alema's tragiek is dat hij zelf de geest uit de fles heeft gelaten. In 1996 is met Prodi als lijsttrekker en later als premier een ontwikkeling naar een politiek tweestromenland in gang gezet. D'Alema heeft die tendens bewust afgeremd en zelfs tegengewerkt uit angst dat zijn Linkse Democraten, de grootste coalitiepartij, in een groter geheel minder sterk zouden meetellen. Dat bood de kleinere partijen veel meer kans voor politieke chantage dan ze onder Prodi kregen.

D'Alema weet dat er een hinderlaag voor hem is gelegd. Hij zoekt nu naarstig naar uitwegen en naar politieke bescherming. Hij hoopt dat de foto's met Kok en een met koningin Beatrix wat zullen helpen bij het opvijzelen van zijn imago. Maar veel illusies daarover kan D'Alema niet koesteren.

    • Marc Leijendekker