`Conservatieven zagen de tak af waarop ze zitten'

De Iraanse oud-minister Abdollah Nouri is zaterdag tot vijf jaar gevangenis veroordeeld. Dit wordt algemeen gezien als het werk van het conservatieve establishment dat de tekenen van de tijd niet verstaat.

De conservatieve gevestigde orde in Iran, de factie die zich het monopolie op Gods wil heeft toegeëigend en alles bij het oude wil laten in de Islamitische Republiek, zal de machtsstrijd tegen de hervormers uiteindelijk verliezen. Elke zet die zij doet, brengt haar nederlaag dichterbij. Zij mist namelijk voeling met wat er leeft in brede lagen van de bevolking.

De conservatieven konden zich drie jaar geleden niet voorstellen dat de Iraniërs wel eens massaal de voorkeur zouden kunnen geven aan de relatief onbekende, liberale ex-minister van Cultuur, hojatoleslam Mohammad Khatami, als president boven hun eigen kandidaat, de grijze parlementsvoorzitter Nateq Nouri. De vriendelijke, open Khatami versloeg hem met overmacht, want de kiezers wilden verandering.

De conservatieven dachten vorig jaar Khatami schade toe te brengen door de populaire burgemeester van Teheran, Gholamhossein Karbaschi, die veel aan de verkiezingszege had bijgedragen, wegens machtsmisbruik te vervolgen. Karbaschi werd inderdaad tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Maar de conservatieven ondermijnden alleen zichzelf, want het publiek dacht vooral aan de parken die de ondogmatische burgemeester had aangelegd.

Het jongste bewijs van de conservatieve kortzichtigheid is de nu afgesloten rechtszaak tegen ex-minister Abdollah Nouri, evenals Khatami een hojatoleslam, een geestelijke van middelbare rang. De conservatieven dachten deze naaste vertrouweling van de president voor de Speciale Rechtbank voor de Geestelijkheid klein te krijgen, en op die manier ook de president zelf. Nouri werd zaterdag tot vijf jaar gevangenis veroordeeld wegens belediging van de islam en van imam Khomeiny, stichter van de Islamitische Republiek. Maar hij had zijn gelijk al gehaald door tijdens zijn proces de zaken om te keren en in alle openbaarheid de aanklagers aan te klagen, tot vreugde van het publiek.

Nouri trok het absolute gezag van de tot nog toe onaantastbare Opperste Leider in twijfel, en pleitte voor een normale benadering van Amerika – dingen die nog door geen gezagdrager in de Islamitische Republiek waren gezegd en nu niet meer kunnen worden genegeerd. En zo brengt elke conservatieve aanval op de hervormers de onttakeling van de Islamitische Republiek dichterbij.

Abdollah Nouri (52) is een bijzondere man. Hij is niet een dissident, iemand die je als buiten de orde kunt wegwimpelen. Hij maakt prominent deel uit van het establishment – en rolt dat nu van binnenuit op. Nouri was immers een van de discipelen van imam Khomeiny toen deze nog tegen de sjah vocht, en heeft later herhaaldelijk als diens speciale vertegenwoordiger opgetreden. Onder Khatami werd hij eerst minister van Binnenlandse Zaken, een vernieuwende minister die hervormingsgezinde groepen de vrijheid gaf om zich te uiten, tot hij vorig jaar puur om die reden door het conservatieve parlement werd ontslagen. Khatami benoemde hem meteen als vice-president. Begin dit jaar trad hij af om deel te nemen aan de eerste gemeenteraadsverkiezingen sinds de Islamitische Revolutie van 1979. Hij kreeg van alle kandidaten voor de gemeenteraad van Teheran veruit de meeste stemmen. Een parlementscommissie probeerde zijn verkiezing ongeldig te verklaren, maar dat werd door Khatami genegeerd. Nouri richtte tegelijkertijd een nieuwe, liberale krant op, Khordad, naar de maand in 1997 waarin Khatami als president werd gekozen. Onlangs trad hij uit de gemeenteraad terug, om zich volledig te kunnen wijden aan de campagne voor de cruciale parlementsverkiezingen van februari. Die hoopten de hervormers met Nouri als vlaggendrager in een nieuwe zegetocht om te zetten.

Het proces tegen Nouri werd algemeen gezien als niets anders dan een poging hem tot zwijgen te brengen. Het was immers overduidelijk dat Nouri voor de hervormers een geweldige stemmentrekker zou zijn: de potentiële parlementsvoorzitter die de modernisering van Iran met kracht zou ondersteunen en versnellen.

Maar het is niet aannemelijk dat de kiezers nu voor de conservatieven zullen stemmen. Het proces werkte voor hen juist averechts. Nouri begon met de bevoegdheid van de speciale rechtbank, die direct onder de Opperste Leider valt, in twijfel te trekken. ,,De uitspraak van het hof is wat mij betreft volslagen onbelangrijk. Het laat me volledig koud, omdat het hof onwettig is en onbevoegd om mij te berechten. Daarom zal ik ook geen beroep aantekenen'' , kondigde hij meteen al aan.

Vervolgens veroorzaakte hij grote opwinding door de beschuldigingen, die reikten van belediging van de islam en van Opperste Leiders als Khomeiny en Khamenei tot propaganda voor verboden partijen, een dialoog met de VS en zelfs erkenning van Israel, eigenlijk stuk voor stuk te bevestigen. Hij propageerde pluralisme en vrijheid van meningsuiting. Hij ondergroef de absolute waarheid en altijd-geldigheid van de uitspraken van de Opperste Leider, de basis van het Iraanse systeem, of die nu Khomeiny of Khamenei heet. En hij bagatelliseerde Khamenei: ,,Iedere revolutie heet naar de persoon die haar lanceerde, en de opvolger van de leider is niet meer dan de directeur van de revolutie.'' De directeur van de revolutie! Geen wonder dat Khamenei weinig heeft gezegd over het proces-Nouri.

,,Ik ben niet ongelukkig over wat ik heb gezegd'', zo heeft Nouri herhaaldelijk onderstreept voor hij zaterdag in de Evin-gevangenis in Teheran verdween. ,,Ik dacht alleen aan God en de natie en zei hardop wat de mensen zo lang binnen hebben gehouden.'' In Iran is iedereen het eens dat dàt hem alleen nog populairder heeft gemaakt. ,,Wat zij (de conservatieven, red.) niet begrijpen is dat ze op een tak zitten en bezig zijn die van de boom af te zagen'', schreef al voor het begin van het proces de hervormingsgezinde krant Arya.

    • Carolien Roelants