Beatrix: `De leugen regeert'

De relatie tussen koningshuis en de media is gespannen. Dus wat doet een journalist wanneer de koningin hardop haar ongenoegen over de Nederlandse pers uit?

Wie tevoren is gevraagd zich beschikbaar te houden voor een gesprek met de majesteit, dient zich bescheiden op te stellen. Aldus staan de winnaars van het Gouden Pennetje, co-auteurs van een boek dat de koningin zojuist in ontvangst heeft genomen, op de receptie na afloop rond wat tafels in groepjes te wachten. De koningin spreekt even verderop nog met een aantal leden van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, waarvan het 40-jarig jubileum hier wordt gevierd. Dan komt ze.

Koningin Beatrix schudt handen en begint. Aan twee redacteuren van Het Parool vraagt zij hoe het was om als jonge journalist een prijs te winnen. Er volgt een gesprekje dat spoedig is afgelopen. Het antwoord is snel gegeven: men is met de prijs ingenomen, kan daarna soms last hebben van een writer's block en schrijft desondanks met goede moed voort. De koningin glimlacht en zwijgt.

De majesteit doet een stapje naar rechts en staat nu afwachtend voor ons (Frènk van der Linden, Hans Nijenhuis, Margriet Oostveen). Hoe nu verder? Ergens sluimert een gedachte aan `protocol': de koningin stel je geen vragen, dat doet zij. Maar zij zegt niets meer.

Vandaar een vraag: ,,Majesteit, wordt uw mening over de pers bepaald door berichtgeving over het koningshuis?''

Dat niet speciaal, antwoordt de koningin. ,,Ik kan dat onderscheid wel maken.'' Maar, voegt zij daar meteen aan toe, gelet op de ,,slordigheden'', ,,spelfouten'', ,,onzorgvuldigheden'' en ,,eenzijdigheid'' die zij in de vaderlandse pers in het algemeen aantreft moet zij concluderen dat ,,het niveau de laatste twintig jaar enorm is gedaald''.

Naast de koningin staat vanaf het begin Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant en voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren. Hij is nu gastheer van de koningin en stelt zich terughoudend op. Een uurtje eerder heeft hij Beatrix in een opvallend gedreven speech toegesproken: ,,Mijn persoonlijke wens is dat de media in de komende eeuw, met de erkenning dat het ook in de monarchie gaat om mensen van vlees en bloed, op iets meer openheid van uw kant mogen rekenen'', aldus Broertjes, die daaraan toevoegde dat de pers er niet is om de monarchie in stand te houden, maar om erover te berichten. En dat verlies aan geloofwaardigheid het grootste gevaar is dat de media bedreigt. De Volkskrant trok deze zomer veel aandacht met de uitgebreide berichtgeving over Maxima Zorreguieta, de vriendin van de kroonprins.

Als de koningin daarna op de receptie haar mening over de pers uit, staat tussen haar en Pieter Broertjes ook Eef Brouwers, hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst. Al pratend kijkt zij hem kort aan. Is het gespek hiermee afgelopen? Brouwers grijpt niet in.

Later zal Brouwers zeggen dat het stellen van vragen aan de vorstin weliswaar niet protocollair is, maar dat een ,,geanimeerd gesprek'' soms voorgaat als de majesteit dat lijkt te waarderen. Wel voegt hij toe dat het ,,alleen zo jammer is'' dat na een dergelijk gesprek meestal telefoontjes volgen van journalisten die vragen wat de koningin heeft gezegd, en vooral wat ze heeft bedoeld.

De koningin lijkt echt boos. Daar vragen we naar. ,,U bent hier echt boos over?'' De koningin beaamt dat: ,,Het raakt mij en het emotioneert mij. En dat merkt u wel.''

Twintig jaar geleden ging het heel anders, vertelt het staatshoofd. Wanneer er `verkeerde' berichtgeving in de kranten stond, konden hoofdredacties namens het paleis worden gebeld. Dan zei zo'n hoofdredacteur: `Zegt u maar wie we moeten bellen voor commentaar'. En dan konden we desgewenst op een halve pagina rekenen, zegt de koningin.

Tegenwoordig overheerst in de pers het populariseren, meent de koningin. ,,Hoe verklaart u dat?'', vragen wij. Beatrix: ,,Door de commercialisering.'' Zij heeft de indruk dat een aantal journalisten niet correct wíl zijn. De majesteit vertelt over een zaak die iemand in haar kennissenkring heeft beziggehouden: een verslaggever die niet wenste in te gaan op een uitnodiging zich nader te komen informeren nadat hij ,,eenzijdig'' had bericht. Het staatshoofd concludeert over de vaderlandse pers: ,,De leugen regeert.''

Komt de koningin wel eens in de verleiding om zich actiever te mengen in perscontacten? ,,Ja'', verzucht zij ,,maar zo is mijn positie niet.''

Na het gesprek, dat ongeveer tien minuten duurde, vragen we ons af waarom de majesteit zonder enige aarzeling of terughoudendheid haar mening te kennen gaf in een zaal vol journalisten. Wilde zij bewust een boodschap kwijt? Of heeft zij zich even laten gaan? En: kunnen wij dit citeren?

Nee, vindt de één, omdat de status van het gesprek niet duidelijk was. Wel, vindt de ander, juist omdat de status van het gesprek niet duidelijk was. Tevoren zijn we per brief geïnformeerd over de wens van de koningin om ons te spreken, maar daarin stond niets over vertrouwelijkheid. Evenmin is ons daar later nog om gevraagd. En de hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst, Brouwers, had het gesprek zonder ingrijpen op zijn beloop gelaten.

's Avonds tijdens het diner voor de hoofdredacteuren neemt voorzitter Broertjes van het Genootschap nog even het woord. Hij meldt dat inmiddels duidelijk is geworden dat de koningin zich die middag opvallend openhartig heeft uitgelaten en roept de aanwezigen op hierover niet te publiceren. Broertjes is nog niet uitgesproken of in de zaal stijgt een geloei van verontwaardiging op. Vanmorgen hebben wij de kwestie voorgelegd aan onze eigen hoofdredacteur.

    • Margriet Oostveen
    • Hans Nijenhuis