Zeefauna's in het Maastrichtien

DE ASTEROÏDE die 65 miljoen jaar geleden insloeg in de Golf van Mexico veroorzaakte niet alleen het uitsterven van de dinosauriërs, maar betekende tevens het einde van het Maastrichtien, het laatste tijdvak van het Krijt. Het was de Belgische geoloog André Dumont die dit tijdvak anderhalve eeuw geleden vernoemde naar Maastricht. Dumont was geïnteresseerd in de opbouw van aardlagen en constateerde in de mergelrijke omgeving van de Limburgse hoofdstad opvallende afwijkingen in het systeem van afzettingen.

Het Maastrichtien is het onderwerp van deel II van de onlangs geopende expositie `Dinosaurs, ammonites & asteroids; Leven en dood in het Maastrichtien' in het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Het eerder tentoongestelde deel I had betrekking op de landdieren uit het Maastrichtien. Nu staan de zeefauna's uit dit tijdvak centraal, een tijdvak waarin op aarde een andere land/waterverhouding bestond dan tegenwoordig. Europa was een verzameling eilanden; dankzij een broeikas-atmosfeer kenden de poolgebieden geen ijskappen, maar open water en weelderige bossen.

Aanleiding voor de expositie was het feit dat de term Maastrichtien 150 jaar bestaat. Geoloog en projectleider Anne Schulp, ondersteund door directeur Douwe de Graaf en bioloog John Jagt, wil met de expositie laten zien dat tijdens het Maastrichtien diverse, nauwverwante, zeefauna's bestonden, en dat de fossielen uit deze periode, zoals de naam ten onrechte doet vermoeden, niet alleen betrekking hebben op vondsten in en bij Maastricht. Uit Polen, Roemenië, Zuid-Afrika, Oman, Amerika, zijn met zorg ammonieten, belemnieten, en nautiloïden overgevlogen, inktvis-achtigen, die net als het grootste waterroofdier uit het Maastrichtien, de roemruchte Mosasaurus, het loodje hebben gelegd.

Zeeënpopulaties uit één periode zijn thematisch bij elkaar gezet. Er zijn vitrines met fossielen uit de koude zeeën, de subtropische en de tropische zeeën uit het Maastrichtien. Getoond worden onder andere resten van de Squalicorax, een haai die in het Maastrichtien wereldwijde verspreiding kende. Overblijfselen van deze soort zijn gevonden in Maastricht, maar ook in Oman en New Jersey. Hetzelfde geldt voor de Thoracosaurus, een langsnuit zeekrokodil, voor reuzeschildpadden, zee-egels, en voor de minder bekende rudisten, oester-achtige weekdieren die met name in warm, kalkrijk water grote en grillige volumes konden aannemen. Ook de ammoniet uit Antarctica (in Pools bezit) is bijzonder groot. Dit uit het Zuidpoolgebied stammende fossiel vormt een fraai bewijs voor het broeikas-klimaat tijdens het Maastrichtien.

Op eenvoudig te bedienen iMacs kunnen bezoekers toelichtende informatie oproepen en filmpjes bekijken met onder andere fragmenten uit Spielbergs Jurassic Parc, de BBC-serie The Extinction Files, en eigen opnamen van expedities naar Oman. Het weliswaar druk vormgegeven maar handzame catalogusje wordt aangereikt als `reisgids'. Op de achterkant staat een indrukwekkende reeks buitenlandse musea en universiteiten met wie is samengewerkt bij het samenstellen van de expositie. Een aantal van deze instellingen zal de tentoonstelling (deel I en II) na Maastricht opstellen.

Overigens is de vorig jaar gevonden – bijzonder grote – Mosasaurus nog niet te aanschouwen op de expositie. De kolossale brok mergel en vuursteen waarin de kop is geconserveerd staat nog in een depot van de ENCI-groeve in de St. Pietersberg. Volgend jaar april gaat het minutieuze schoonmaken beginnen, nadat de kostbare brok (van 222 meter) op spectaculaire wijze over het dak van het museum is getakeld. Op andere wijze krijgt men het gesteente niet naar binnen. Geïnteresseerden kunnen het afkrabben dagelijks volgen via internet.

Voor het museum is het door amateur-archeologen ontdekte skelet zeer bijzonder. Te meer daar het origineel van de beroemde (eerste) Mosasauruskop, in de achttiende eeuw ontdekt, door de Fransen naar Parijs is meegenomen. Maastricht bezit slechts een afgietsel. Sinds die tijd zijn nog wel restanten gevonden van Mosasauriërs, maar nimmer zulke fraai intact gebleven exemplaren. En vanwege het niet telkens willen stopzetten van de bedrijfsvoering werpt de vlijtig afgravende ENCI het museum ook niet alle gevonden Maastrichtien-botten toe. Naar schatting worden er jaarlijks 6 à 8 Mosasauriërs vermalen tot cement!

Voor degenen die de reis naar Maastricht niet kunnen of willen maken bestaat dus altijd nog de mogelijkheid een fantasierijke blik werpen op de muren van hun woning. Want alle cement die daarin is verwerkt bestaat uit fossielen uit het Maastrichtien.

Dinosaurs, Ammonites & Asteroids; Leven en dood in het Maastrichtien. Natuurhistorisch Museum Maastricht, De Bosquetplein 6-7. Dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur; in het weekend van 14.00 tot 17.00 uur. T/m zondag 13 februari 2000.

    • Fred Backus