Waterhyacint verpest Victoriameer

De waterhyacint dreigt Afrika's grootste meer te verstikken. Wetenschappers ontdekten onlangs bij toeval de oorzaak van de groei. Maar dat betekent nog niet dat het meer snel van de plaag is verlost.

Het Victoriameer is in de ban van `het fraaie monster'. Waterhyacinten die als eilanden langs de kust drijven, strekken zich soms honderden meters uit over Afrika's grootste zoetwatermeer en geven het een sprookjesachtig uiterlijk. Maar de werkelijkheid is niet poëtisch. Vooral in het Oegandese deel (45 procent), waar de plant uitstekend gedijt in de zanderige bodem, is de Eichhornia crassipes, zoals de officiële naam luidt, een ware plaag. Ook de twee andere oeverstaten, Tanzania (49 procent) en Kenia (6 procent), hebben grote problemen met bestrijding van de plant.

Waterhyacinten zijn zo stevig dat vissersboten er nauwelijks doorheen komen, en vissen en plankton onder de planten sterven bij gebrek aan zuurstof en licht. Andere waterplanten worden door de hyacint overwoekerd en taaie plantenresten verstoppen de filters van de waterkrachtcentrales bij het meer.

De waterhyacint is een aantrekkelijke broedplaats voor ongedierte, vooral voor een slakkensoort die op zijn beurt huisvesting biedt aan een parasiet (bilharzia) die bij mensen lever-, long- en oogaandoeningen kan veroorzaken. En omdat de natuurlijke stroming van het water door de wortels wordt afgeremd, voelt ook de malariamug zich thuis tussen de hyacinten.

Een jaar of tien geleden werd de waterhyacint voor het eerst gesignaleerd in het Victoriameer. Vanuit de Kagera, een Rwandese rivier, was hij binnen komen drijven. De oorspronkelijk Zuid-Amerikaanse plant, die een eeuw geleden als sierplant naar Afrika kwam, bleek zich razendsnel te vermeerderen. De zaden zijn bijzonder sterk en blijven jarenlang actief. Programma's om de hyacint te bestrijden hebben daardoor weinig resultaat. Voor de Owen Falls centrale in Oeganda werd in 1997 24 hectare met waterhyacinten verwijderd, inmiddels wordt de centrale alweer bedreigd door een nieuw hyacinten-eiland van zo'n tien hectare.

De oorzaak van de snelle aanwas van de hyacinten is eerder deze maand bij toeval ontdekt. Nog niet zo lang geleden gaf de Wereldbank in een rapport nog de schuld aan de luchtvervuiling – als gevolg van het afbranden van bossen voor landbouwgrond. Maar het Internationaal Onderzoekscentrum voor Agrarische Bosbouw (ICRAF) in Kenia stuitte eerder deze maand op een onbekend fenomeen. Op spectraalopnamen voor een heel ander onderzoek was in het water een enorme, gekleurde sliert zichtbaar, afkomstig uit een van de rivieren die het meer van water voorzien. Het bleek te gaan om een stroom van stikstof- en fosforrijke voedingsstoffen.

Het ICRAF-onderzoek wijst nu de kaalslag van de oevergebieden aan als grootste boosdoener, die al stamt uit het begin van de eeuw toen kolonialisten koffie-, thee en suikerplantages in het gebied begonnen. De moerasachtige oevers bij de riviermondingen dienden in het verleden als een filter. Veel van de stikstof- en fosforsedimenten uit de rivier bleven achter op de bodem van deze gebieden. Door het weghalen van de begroeiing daar heeft het water vrij spel gekregen. In plaats van de sedimenten achter te laten worden zelfs de laatste restjes het meer ingespoeld.

Anne-Marie Izac, hoofd van het ICRAF-onderzoeksteam, was verrast over de grote invloed van de relatief kleine moerasgebieden. ,,Ze kunnen een essentiële rol spelen bij het herstel van de gezondheid van het meer'', aldus Izac. ,,Door weer bomen en struiken in die gebieden te planten kan het verder afsterven van het meer worden voorkomen.'' Volgens ICRAF-directeur Pedro Sanchez is dit ,,een eenvoudige, goedkope en doelgerichte'' methode.

Het is de vraag of een gezonde omgeving op korte termijn ook de ondergang van de waterhyacint zal inluiden. De plant is zo wijd verspreid, dat bestrijding nog jaren zal vergen. De projecten komen maar moeizaam op gang. Zo schreef de Neue Zürcher Zeitung deze zomer dat het Lake Victoria Environmental Management Project (LVEMP) nog niet veel verder is gekomen dan publicatie van een glanzende folder. Concrete resultaten vermeld die folder nauwelijks, ondanks ruim 150 miljoen gulden die de Wereldbank speciaal voor dit doel aan de drie oeverstaten beschikbaar heeft gesteld.

Maar ook zonder bureaucratie en corruptie is de hyacint niet zomaar verdwenen. Wetenschappers zijn het oneens over de wijze van bestrijding. Sommigen zweren bij mechanische verwijdering. Maar dat moet wel heel voorzichtig gebeuren, omdat anders verspreiding van de zaden de situatie er alleen maar slechter op maakt. Bovendien blijven de opruimers zitten met enorme hoeveelheden plantenafval.

De lokale milieu-organisatie Osienala (`vrienden van het Victoriameer') waarschuwde onlangs voor een bedrijf dat in opdracht van het LVEMP een gebied van vijftienhonderd hectare mechanisch mag gaan zuiveren. Volgens Osienala-directeur Ong'ang'a wil het bedrijf de planten in stukken hakken en laten zinken. Dat zou echter de zaden niet doden en bovendien zou de biomassa nog meer zuurstof aan het toch al zuurstofarme water onttrekken.

Chemische bestrijding is sneller, maar wel duurder. Bovendien is ook dit niet zonder risico. Vooral de visindustrie is huiverig. Geruchten over slechte waterkwaliteit en vergiftigde vis zijn slecht voor de export. Dit voorjaar werd visvangst op het Victoriameer gedurende een paar weken verboden, omdat vissers gif gebruikten om de visvangst te vereenvoudigen. In Oeganda stierven zeker drie mensen door het eten van vergiftigde vis. Europa sloot tijdelijk de grens voor vis uit Oost-Afrika.

Blijft over de biologische methode, trefzeker maar langzaam. Het Keniaans landbouwcultureel onderzoeksinstituut (Kari) kweekt kevers, die op de planten worden uitgezet. Dat gaat traag en eigenlijk zouden de kevers gecombineerd moeten worden met andere biologische bestrijders. Dan nog kan ook dit volgens sommigen gevaarlijk zijn, als de kever onverhoopt zijn oog zou laten vallen op andere, lekkerder planten. Maar experimenten met deze bestrijdingswijze hebben elders wel succes gehad. Als het ook in het Victoriameer werkt, zou hier voor het eerst menselijk ingrijpen meer goed hebben gedaan dan kwaad.

    • Paul Luttikhuis