Van adoptieleed en Amundsens hart van ijs

In de week voor de première van de nieuwe Bond-film, The World Is Not Enough, brengt de regisseur van dat spektakel, de Brit Michael Apted, een bezoek aan het IDFA om zijn recentste documentaire te presenteren. Apted is een van de weinige filmmakers die Hollywoodspeelfilms afwisselt met documentaires, zoals de al 35 jaar lopende studie van Engelse kinderen uit verschillende milieus: van 7up tot (vooralsnog) 42up.

Ook Apteds aan de IDFA-competitie deelnemende documentaire Me & Isaac Newton volgt de levensloop van diverse hoofdpersonen, zeven prominente geleerden, maar doet dat noodzakelijkerwijs veel oppervlakkiger. We komen wel het een en ander te weten over de particuliere drijfveren van bij voorbeeld theoretisch natuurkundige Michio Kaku of Maja Mataric, expert op het gebied van robots en kunstmatige intelligentie. Opvallend is dat vijf van de zeven wetenschappers ooit behoorden tot een etnische minderheid, maar het is onduidelijk of dit toeval is. Me & Isaac Newton is vooral een epaterende documentaire, met een overrompelende vormgeving, die niet de indruk wekt erg diep te willen graven.

De mate van betrokkenheid van een filmmaker bij zijn onderwerp is soms van doorslaggevend belang. Rabbit in the Moon, het regiedebuut van de Amerikaanse cameravrouw Emiko Omori, jurylid tijdens deze editie van het IDFA, vertelt het verhaal van haar eigen familie. Zoals alle Amerikanen van Japanse afkomst werd Omori in 1941, toen ze anderhalf jaar oud was, in een kamp gezet.

De film vertelt een subjectief verhaal, en heeft de vorm van een egodocument. Omori vermijdt echter de valkuilen van dit genre: haar commentaar is poëtisch, maar zwelgt niet in zelfbeklag of grote woorden.

Vandaag gaat op IDFA de televisiedocumentaire Tchau Brasil in première, het regiedebuut van filmjournaliste Annelotte Verhaagen. Ook deze kleine, bescheiden film over een Nederlands paar dat in Brazilië een vierjarig adoptiekind gaat ophalen overtuigt door de vertrouwensband tussen maker en hoofdpersonen, die zich op uiterst kwetsbare momenten hebben willen laten filmen. Zowel de bureaucratie waaraan een adoptiepaar zich in Nederland moet onderwerpen als de fragiele eerste ontmoeting met hun kind en de manier waarop het meisje afscheid neemt van haar omgeving, wordt nauwgezet in beeld gebracht. De film eindigt op Schiphol, met een bevroren beeld van de hartveroverende blik van een door tantes en oma's omringde nieuwe landgenoot. In een festival vol oorlogsgruwelen en andere extreme narigheid, kun je door zo'n hoopvol slotbeeld diep ontroerd worden.

Het herinnert ook aan de twee Eskimomeisjes uit de Noorse documentaire Frozen Heart (Frosset hjerte) van Stig Andersen en Kenny Sanders. Poolvorser Roald Amundsen (1972-1928) nam ze mee naar huis van een van zijn reizen, maar nadat hij in 1924 failliet was gegaan, kon hij zich de luxe van twee troetelkindjes niet meer veroorloven en stuurde ze terug met de woorden: ,,Het was toch maar een experiment''. Zelfs over een man met een hart van ijs blijkt het mogelijk een persoonlijk betrokken documentaire te maken.

    • Hans Beerekamp