Twee Amsterdamse modelwijken op zoek naar nieuwe bewoners

De tijd van de Grote Stedenbouwkundige Concepten is voorbij. In Amsterdam gaat de sloopkogel door de hele Bijlmer en door grote delen van de Westelijke Tuinsteden. Niet dat de huizen zelf niet meer voldoen. Er zouden eigenlijk andere bewoners in moeten.

Aan Laura Alberts kan het niet gelegen hebben. Ze heeft actie gevoerd tegen het speeltuintje aan de voorkant van haar huis en vóór het speeltuintje aan de achterkant van haar huis. Vóór het behoud van de bomen en tegen de komst van een opvanghuis voor `jongeren met problemen'. ,,Ik zit in alle comités'', zegt mevrouw Alberts. En haar man zegt: ,,Ze is soms bijna niet meer thuis, ik kan alle avonden Champions League kijken.''

Maar toch is de buurt ze uit de vingers geglipt. Zevenentwintig jaar wonen meneer en mevrouw Alberts in de Leeuw van Vlaanderenstraat, pal achter de Kolenkit, de kerk met de markante schuine toren aan een van de westelijke afritten van de Ringweg A10 rond Amsterdam. ,,Toen we er kwamen wonen werd je gekeurd, door de woningcorporatie.'' Er woonden advocaten, dokters en meneer Alberts was hoofd automatisering bij een fabriek die brood en veevoer maakte. Nu zit hij in de VUT, maar de laatste jaren dat hij werkte stond hij 'sochtends vroeg wel eens naast zijn auto, keek naar alle donkere ramen in de straat en dacht: ben ik hier nou de enige die naar zijn werk gaat, vandaag?

Wat is het ongemerkt gegaan, zeggen ze tegen elkaar. En wat vlug. Nu is de Kolenkit een buurt die rood gekleurd is op alle zorgelijke kaartjes die onderzoekers, overheden en woningcorporaties hebben gemaakt van de Westelijke Tuinsteden. Het gemiddelde inkomen is een stuk lager dan gemiddeld in Amsterdam. De werkloosheid hoger dan gemiddeld. Relatief de meeste inwoners van niet-Nederlandse origine, in de categorie kinderen tot negentien jaar loopt dat percentage op tot negentig procent. Tussen de tachtig en de negentig procent van de huizen behoort tot de zogeheten sociale kernvoorraad, dat zijn dus de goedkoopste huizen.

De Kolenkit is een van de redenen dat de Westelijke Tuinsteden zijn aangewezen als herstructureringsgebied. De Westelijke Tuinsteden, die kun je geen wijk van Amsterdam noemen, daar is het gebied te groot voor en het aantal inwoners te hoog: zo'n 125.000 – los zou het de achttiende gemeente in Nederland zijn, tussen Maastricht en Zaanstad in. Ten westen van de Ringweg – tussen de Marga Klompélaan en de jongste aanplant, de Valutaboulevard – ligt een hele reeks buurten en buurtjes. Nu eens lijkt het verrassend veel op Amstelveen, of op het zorgeloze Buitenveldert. Dan staan er weer hele linies galerijflats rond grasveldjes of speelpleinen. Het is maar in één opzicht een wijk. En dat is dat de Westelijke Tuinsteden – `West' – een slechte naam hebben.

Niet zo'n slechte naam als de Bijlmer, haast René Grotendorst zich te zeggen. Hij kan zich de vergelijking permitteren, hij heeft in de Bijlmer gewerkt als directeur van woningbouwvereniging Nieuw Amsterdam, de eigenaar van het hele probleemgebied van de hoogbouwflats. En nu is hij directeur van bureau Parkstad, een samenwerking van de centrale stad met de vier stadsdelen die de Westelijke Tuinsteden vormen.

In de Bijlmer is vijftien jaar te laat ingegrepen, aldus Grotendorst, die fout moeten we niet nog eens maken. ,,Daar ging het in één jaar van een wachtlijst voor de woningen naar structurele leegstand.'' De Westelijke Tuinsteden hebben `nul leegstand'. Nog wel. Maar grote delen hebben te maken met een gevaarlijke vorm van eenrichtingsverkeer. Kansrijke bewoners trekken weg, kansarme bewoners komen ervoor in de plaats. West wordt steeds meer een plek voor mensen die geen andere keuze hebben.

De advocaten en de dokters van de Albertsen zijn weg. Ook de Surinamers van wie er een paar jaar veel in de buurt woonden, zijn weer verder getrokken. En daarvoor in de plaats? Meneer Alberts: ,,Tel de schaaltjes maar.'' De balkons van de galerijflats zijn bespikkeld met schotelantennes, een vrij zeker teken van identificatie van hetzij Turken, hetzij Marokkanen. Mevrouw: ,,Het was een heel fijne buurt.'' Meneer: ,,Maar zij is helemaal verallochtoond.''

Zeg nou niet meteen dat meneer en mevrouw Alberts discrimineren. Ten eerste gaan ze gewoon met hun naaste buren om, Marokkaans, Italiaans of Nederlands. Op de trap wonen alleen maar schatten van mensen, vindt mevrouw. Bovendien blijken meneer en mevrouw Alberts nog ouderwets goed op de hoogte van de levensloop van buurtgenoten verderop, Turks of Marokkaans, maakt niet uit. Het goede nieuws (,,die heeft een dochter die van de HEAO nu naar Nijenrode gaat'') en de kleine drama's (,,hun andere dochter moest bij de politie weg toen bleek dat haar broer crimineel was – gelukkig heeft ze nu een baan op Schiphol'') worden net zo precies bijgehouden als vroeger.

,,Wat we verbeterd willen zien'', zegt mevrouw, ,,is dat niet alles op één kleedje moet komen. Niet tien Turken, tien Marokkanen en één Nederlander.''

Haar wens lijkt te worden verhoord. Terwijl zogeheten `spreidingsbeleid' – het bewust gedoseerd toewijzen van woningen aan mensen met dezelfde etnische achtergrond of sociaal-economische positie – bij de overheid absoluut taboe is, beoogt herstructurering in feite hetzelfde: de verplaatsing van buurtbewoners – al waken overheid en corporaties ervoor dat met zoveel woorden te zeggen. Grotendorst herinnert zich nog goed dat de sloop- en herbouwplannen door sommigen werden beschouwd als een actie om de zwarte bewoners uit de Bijlmer weg te krijgen. Ook op andere plaatsen in Amsterdam voelden de armere bewoners zich de buurt uitgeduwd ten gunste van kandidaten voor koopwoningen. En ook in de Kolenkit is de animo van buurtbewoners voor meer koopwoningen in plaats van goedkope huurwoningen niet groot, dat viel op te tekenen in een van de bewonerscomités waar mevrouw Alberts in zit. Die kunnen de meeste van hen toch niet betalen.

Grotendorst zegt dat in sommige delen van de Tuinsteden nu te veel kansarme, werkloze bewoners bijeenwonen. ,,Moet één wijk de opvang verzorgen voor de hele stad'', vraagt hij zich af. ,,En zo nee, op welk niveau moeten ze dan bijeenblijven? Een steeds kleiner gebied, en meer verspreid?''

Luchtkastelen

Fysiek ingrijpen alleen zal West niet voldoende perspectief bieden, zegt Grotendorst. Sloop heeft psychologisch veel effect. Net zoals nieuwbouw dat heeft. Maar daarnaast is een economische injectie nodig. Enkele grote bedrijven, zoals Randstad Uitzendbureau, hebben al aangegeven dat ze buurtbewoners van een opleiding en een baan willen voorzien. En verder moeten er voor de echte kansarme inwoners meer taallessen komen en andere sociale voorzieningen.

Dan hebben de Tuinsteden kansen zat, daar is iedereen het over eens. Na de oorlog zijn ze aan de oude stad gebouwd als een buitenwijk. Maar Amsterdam heeft zich gekeerd. De Tuinsteden liggen nu eerder dicht bij Schiphol en de havens, dicht bij de dienstencentra Teleport, de Zuidas en de kantoren langs de A10, dan dicht bij het centrum.

In de droom van de grootgrondbezitters in West, de corporaties, worden de Westelijke Tuinsteden ParkCity. Bij het consortium Far West ligt de `ontwikkelingsvisie' al te glimmen. `Dromen die geen luchtkastelen zijn', staat in het voorwoord. En dan volgen glansfoto's van de `stad met toekomst!'

Een voorproefje van de toekomst van de Tuinsteden is het Noorderhof, een paar honderd meter ten noorden van de Sloterplas. Het Smurfendorp, wordt het wel genoemd. Omdat het van die priegelhuisjes van tweehoog zijn en ze in een paddestoelenkring rond een oude kerk staan. Maar het zijn wel kóóphuizen. Een jaar geleden kochten de bewoners ze voor tussen de drie en de vier ton.

Sommige bewoners komen uit een ander deel van de Westelijke Tuinsteden en voelen een zekere binding met deze kant van de stad, maar de meeste smurfen horen bij het leger woningzoekenden dat door de Randstad trekt, op zoek naar de beste huizen in het zogenoemde middensegment. Zij hebben nu hun kamp opgeslagen in West, maar voor hoelang? Een paar huizen in het rijtje staan alweer te koop. Voor vijf, zes ton nu.

Aan het verhaal van Marianne Ottemann (vorig jaar augustus hier gekomen, van vijftig vierkant meter in de negentiende eeuwse wijk De Baarsjes) valt op te maken hoe wankel de basis is. Ze staat in de deuropening de overvloedige folders van de vloer te rapen en de kat binnen te houden. Zwaait even naar een buurman en zegt: ,,Het is net een dorp. Eitjes halen bij de kinderboerderij.''

Een keuze uit volle overtuiging was het niet, het Noorderhof. Zij en haar vriend hebben eerst gezocht in Haarlem. Onbetaalbaar. Toen op de Oostelijke eilanden van Amsterdam. Vrij klein. En zo werd het West. Ze heeft wel eens, als ze op de Burgemeester Roëllstraat wandelt voor de boodschappen het gevoel: hoor ík hier tussen? Hoezo? Nou ja: ,,Het is te gemengd.'' En hoe lang blijft ze hier wonen? ,,Dat hangt van het bod af'', zegt ze. Als dat goed is, trekken ze verder. Naar het oosten, de stad uit.

    • Bas Blokker