Rotterdams havenbedrijf bemant `probleemschip'

Het Rotterdamse Gemeentelijk Havenbedrijf (GHR) heeft er sinds vier weken een taak bij: het bemannen van een schip dat door de bemanning werd verlaten. Twee officieren en twee matrozen bewaken op kosten van het Havenbedrijf (tot nu toe 50.000 gulden) de bijna 200 meter lange en 23 meter brede onder Indiase vlag varende bulkcarrier Jaising Trinity die ligt afgemeerd op een boei in de Botlek.

Dat schepen na aankomst in Rotterdam op verzoek van schuldeisers aan de ketting worden gelegd, komt herhaaldelijk voor. Er liggen altijd wel tien tot vijftien kettingschepen in de haven, schat woordvoerder T. Schellekens van het GHR. ,,Maar het is nog niet eerder voorgekomen dat een dergelijk schip door de bemanning wordt verlaten en de eigenaar niet zorgt voor een nieuwe (minimale) bemanning,'' aldus Else Buijs van de juridische dienst van het Havenbedrijf.

De 28.000 ton metende Jaising Trinity arriveerde op 15 juni in de Botlek met een lading erts die in lichters werd overgeslagen. Kort daarop lieten schuldeisers beslag leggen op het schip. Tot hen behoorde ook de 29 bemanningsleden die een onbekend bedrag aan achterstallig loon opeisten. Het Rotterdamse Bureau Zelfstandigen en Scheepvaart voorzag de bemanning van drinkwater en proviand en kon eind juli 21 bemanningsleden plus twee vrouwen naar India repatrieren. Acht man onder wie de kapitein bleven aan boord om het schip in bedrijf te houden.

De bemanning dwong daarna een veiling af om de gages veilig te stellen. Vlak voor de op 3 november geplande veiling voldeed de eigenaar de schuld aan de bemanning. De kapitein en de andere zeven zeelui verlieten daarop doodleuk het schip. Het Havenbedrijf eiste een nieuwe minimale bemanning maar de Indiase eigenaar liet aanvankelijk niets van zich horen en kwam later vage toezeggingen niet na.

Een uitzendbureau voor zeevarenden in Vlissingen levert sinds een maand in opdracht van het Havenbedrijf de vierkoppige noodbemanning. Die moet voorkomen dat dieven zouden toeslaan (radar- en marifoonapparatuur en koperen leidingen brengen flink geld op). Ook is een bemanning nodig om de veiligheid te verzekeren. Tijdelijk `crew manager' Else Buijs: ,,Als een tros breekt, wordt zo'n groot leeg schip direct een groot gevaar.''

Het Rotterdamse Havenbedrijf spant een kort geding aan dat op 7 december dient voor de president van de Rotterdamse rechtbank. Belangrijkste eis is dat het schip executoriaal mag worden verkocht. Op die manier hoopt het GHR het zeehavengeld, het boeiengeld en de kosten van olie (voor een motor die stroom levert voor de boordverlichting) en uiteraard de noodbemanning terug te krijgen. Els Buys: ,,Een verlaten schip kan op volle zee zonder meer geconfisqueerd worden. In een haven moet in zo'n geval echter een langdurige privaat-rechtelijke procedure worden gevolgd.'' En ditmaal met als bijzonderheid dat het Rotterdamse Havenbedrijf als tijdelijk `hoedster' van het schip optreedt, een model dat hopenlijk zo zegt GHR-woordvoerder Schellekens – geen navolging krijgt.